De Straat

Uiterlijk van boeddhistische kloosterlingen

Een oranje/gele lap en een kaal hoofd

Boeddhistischemonikken

Boeddhistische monnikken in processie

De leden van een boeddhistisch klooster heten bhikkhoes. Bhikkoe betekent: bij elkaar zijn.

De naam is niet voor niets gekozen. Bhikkhoes leven samen met de mensen uit het dorp of de stad. Op deze manier krijgen de mensen de mogelijkheid om de bhikkhoes te helpen, bijvoorbeeld door ze eten te geven.

Reïncarnatie

Door de goede dingen te doen, bouwen de gewone mensen een goed 'karma' op. Dat is belangrijk voor een volgend leven. Boeddhisten geloven namelijk in reïncarnatie. Leef je goed, dan stijg je op de maatschappijelijke ladder. Maar doe je dit niet, dan zou je wel een terug kunnen komen als dier.

Idealen

De bhikkhoes houden zich aan drie belangrijke idealen:

  • Leven in armoede
  • Niet trouwen
  • Geweldloos leven

Aardse zaken

Wie als bhikkhoe wil leven, moet niet gehecht zijn aan aardse zaken. Armoede is daarom een belangrijk ideaal. Dat betekent dat er niet wordt rondgelopen in dure merkkleding. De bhikkhoes dragen een eenvoudige gele of oranje lap om hun lichaam. Zo kan niemand zich belangrijker voelen dan een ander. Ook aan hun haardracht kun je de bhikkhoe herkennen. Om de veertien dagen scheren ze hun hoofdhaar af. Met haar kun je alleen maar ijdel worden.