Slavernij bestond in Afrika al ruim voordat de Europeanen voet op Afrikaanse bodem zetten. Veel Afrikanen vonden slavernij daarom niet vreemd of raar.
Er waren een aantal manieren voor Afrikanen om slaaf te worden. Zo maakte een krijgsgevangene in een oorlog een goede kans om een slaaf te worden. Maar dit kon ook gebeuren als je veroordeeld was voor een bepaalde misdaad of erg veel schulden had. Sommige slaven waren al slaaf bij hun geboorte. Dit kwam omdat hun ouders dat ook waren.
Slavenhandel in Afrika
De meeste slaven werden door Afrikaanse slavenhandelaren naar de Nederlandse forten gebracht. In de forten werden slavenmarkten gehouden waar Afrikaanse slavenhandelaren hun slaven aanboden. Om er goed uit te zien werden de slaven met olie ingesmeerd. Als ze verkocht waren in ruil voor goederen als geweren en allerhande andere zaken werden ze gebrandmerkt. Vervolgens werden de slaven opgesloten in kelders totdat ze werden verscheept.
Er werden ook wel eens slaven buiten de forten gekocht. Dit gebeurde met name als er te weinig slaven bij de forten werden aangeboden door Afrikaanse handelaren. De Nederlandse schepen bleven dan net zo lang langs de kust varen, totdat er genoeg slaven waren gekocht en het schip vol was.
Suriname
Rond 1775 is de slavenbevolking in Suriname het grootst. In verhouding komen er minder vrouwen vanuit Afrika dan mannen. Dit zorgt voor minder natuurlijke groei van de slavenbevolking. In 1774 bereikte de in Suriname woonachtige slavenbevolking een piek. In de jaren hierna neemt het aantal slaven af. Een van de oorzaken die hiertoe bijdroegen was het verbod op de slavenhandel in Suriname in 1814.
Slavenhandel door Nederland
De Nederlandse slavenhandel leverde ook ruim 140.000 slaven aan de Spaanse koloniën. De Nederlanders wilden geld verdienen aan de slavenhandel en leverden daarom ook wel slaven aan niet-Nederlandse koloniën. Echter, de rol van Nederland in de internationale slavenhandel was klein. Nederland was verantwoordelijk voor nog geen 4,5% van de slavenhandel.
