Slavernij

Oorlog tussen de marrons en de kolonialen

Weglopers konden moeilijk overleven

Op de plantages van de Nederlandse koloniën in de Caribbean waren er ook slaven die ontsnapten. Zij werden marrons genoemd.

De weglopers vestigden zich in het oerwoud. Hier probeerden zij een nieuw bestaan op te bouwen. Ze woonden in dorpen en verbouwden allerlei gewassen.

Overvallen plantages

Voor de marrons was het niet makkelijk om in het oerwoud te overleven. Gebrek aan voedsel en vuurwapens bracht hen tot het overvallen van plantages. Hierbij werden blanken vermoord en slaven bevrijd.

Korps Zwarte Jagers

Door deze overvallen kon een reactie van het lokale koloniale bewind niet uitblijven. De koloniale overheid loofde beloningen uit voor het opsporen van wegloperdorpen. Daarnaast werden soldaten ingezet tegen de marrons. De troepen verwoestten dorpen en landbouwgronden van de marrons. Tot slot werd het Korps Zwarte Jagers opgericht. Dit was een strijdgroep van slaven, die trouw waren aan het Nederlandse bewind. In ruil voor trouw kregen zij hun vrijheid.

Vredesverdrag

In Suriname werd er in 1760 voor het eerst een vredesverdrag tussen de marrons en de koloniale overheid gesloten. Zowel de marrons als de koloniale overheid hadden voordeel bij het sluiten van vrede. De marrons werden erkend als vrije mensen. Dat betekende dat zij niet langer door de Nederlandse soldaten aangevallen werden. De marrons beloofden om geen plantages meer aan te vallen en nieuwe weglopers uit te leveren. Hierbij speelde mee dat de strijd tegen de marrons duur en onsuccesvol was.