De slaven werden met een schip naar de plaats van bestemming gebracht. Het was de bedoeling dat zoveel mogelijk slaven de overtocht overleefden. Dan was immers de winst voor de slavenhandelaren het grootst.
De slaven kregen daarom soms beter te eten dan de bemanning. Dit doet vermoeden dat de overtocht misschien wel meeviel. Toch was dat niet zo. De slaven kwamen meestal naakt aan boord en lagen in gesloten ruimen aan elkaar vastgeketend. Sommige ketenen zaten zo strak dat er open wonden ontstonden. Deze wonden raakten vaak ook nog ontstoken.
Slechte omstandigheden
Gedurende gemiddeld tien weken zaten de slaven als haringen in een ton op kleine schepen. Aan elkaar geketend lagen de slaven in hun eigen vuil te happen naar zuurstofarme lucht. De ondraaglijke hitte, het tekort aan drinkwater en ziektes putten de slaven geheel uit. De slaven mochten af en toe aan dek, maar dan moesten zij nutteloos werk verrichten. Deze lichamelijke arbeid zou het lichaam soepel en gezond houden.
Opstand
Op de slavenschepen was regelmatig sprake van verzet. De slaven verzetten zich door zelfmoord, voedselweigering en opstanden. Wat betreft de opstanden, ging het meestal om kleine opstootjes aan de kust van Afrika. Grootschalig verzet was vrijwel onmogelijk omdat de slaven allemaal geboeid waren. Bij de opstanden vielen in de regel ook weinig slachtoffers. Om de winst van de reis te garanderen was het van belang, dat er zo weinig mogelijk slaven het loodje legden.
Slavenstation
Curaçao was het Nederlandse slavenstation in het Caribisch gebied. Soms werden de schepen eerst nog in quarantaine een tijd voor de kust gehouden om zo besmettelijke ziekten buiten Suriname te houden. Via Curaçao werden de Afrikaanse slaven over heel Amerika verkocht. De meeste gingen door naar Suriname. Daar duurde het vaak nog een hele tijd voordat een slaaf eindelijk de plantage zag waar hij zou komen te wonen en werken.
Verkoop
De slaven moesten eerst tot rust komen en aansterken, zodat de 'handelswaar' er goed uitzag bij verkoop. De kapiteins probeerden de slaven zo snel mogelijk op te lappen om zo de kosten laag te houden. Sommige slaven werden stiekem onderhands verkocht. De overgebleven slaven werden uiteindelijk per openbare verkoop verkocht. Eerst werden de slaven medisch gekeurd. Nadat de slaven gezond verklaard waren, werden ze verkocht aan diegene die er het meest voor bood. Mocht een slaaf uiteindelijk toch niet gezond blijken, dan kon de slaaf aan de kapitein teruggegeven worden. Voorwaarden waren dat het binnen 24 uur na aankoop gebeurde en de slaaf nog niet gebrandmerkt was.
