Plato kwam uit een rijk en invloedrijk gezin uit Athene en was student van Socrates. Toen Socrates overleed, ging Plato naar Italië en Egypte om te studeren.
Uiteindelijk keerde hij terug naar Athene en stichtte zijn eigen school voor filosofie: de Academie. Zijn leerlingen probeerde hij de Socratische manier van denken bij te brengen. Daarnaast ging hij met hen op een wiskundige manier op zoek naar een abstracte filosofisch waarheid. Hij bleef de Academie leiden tot hij in 347 v. Chr. op 80-jarige leeftijd stierf.
Gesprekken met Socrates
Plato’s eerste werken waren verslagen van de gesprekken die hij met zijn meester Socrates heeft gehad. Maar later ontwikkelde Plato zijn eigen ideeën. Hij probeerde een antwoord te vinden op de vragen die Socrates wel aan de orde had gesteld, maar waar hij nog geen antwoord op had gegeven. Deze ideeën hebben heel veel invloed gehad en hebben nog steeds invloed op filosofen en andere wetenschappers.
Werkelijkheid
Plato onderscheidt twee niveaus van werkelijkheid: het ideële (het objectieve) en het zichtbare (het zichtbare). Het ideële niveau is hoger dan het zichtbare niveau. Bovenaan staat de objectieve werkelijkheid, de wereld van de Ideeën. Daaronder ligt de zichtbare werkelijkheid, deze is niet objectief maar afhankelijk van onze waarneming en de situatie. Een voorbeeld van de Idee is ‘schoonheid’. Een voorbeeld van het zichtbare is: een mooie bloem. De bloem is ‘mooi’ omdat de Idee ‘schoonheid’ bestaat. Maar de Idee ‘schoonheid’ staat op zichzelf. Ook als de bloem er niet is, blijft de Idee schoonheid bestaan. Of de bloem mooi is, hangt af van ons denken, onze mening. Maar de inhoud van de Idee ‘schoonheid’, ligt volgens Plato vast en is onveranderlijk.
Idealisme
Plato legt met zijn leer van de Ideeën de grondslag van het idealisme in de filosofie. De opvatting is dat al het werkelijke een idee van de geest is, ook elk materieel ding. De mens neemt slechts de verschijning van de dingen waar. Toegang tot de wereld van het eigenlijke van de dingen, dat de idee is, kan hij bij Plato slechts krijgen door herkenning (anamnese). Het tegendeel van het idealisme is het materialisme, de opvatting dat al het werkelijke een stoffelijk bestaan heeft en zo ook direct aanvaardbaar is.
Inzicht
Socrates stelde de vraag hoe wij deugdzaam kunnen leven. Volgens Plato kan dit door inzicht te krijgen in Ideeën. Dus niet in de zichtbare dingen maar in de objectieve Ideeën. We hebben die kennis al voor onze geboorte. Door herinnering moeten die inzichten terugkomen, aldus Plato. De hoogste van alle Ideeën is volgens Plato ‘het Goede’. Als we daar inzicht in krijgen kunnen we goed leven. Elke filosoof wil inzicht krijgen in de hoogste Idee, aldus Plato. Nu lukt dit niet elk mens. Maar volgens Plato moeten in ieder geval de leiders van een land over deze kennis beschikken. Filosofen moeten daarom koningen worden en koningen moeten filosofen worden. Dit staat beschreven in het hoofdwerk van Plato: ‘de Staat’.
