’s Zomers staat de kachel niet aan. Sterker nog: we hebben in feite warmte te veel en die koelen we weg. ’s Winters daarentegen moeten we juist warmte creëren. Het zou mooi zijn als we dan de warmte konden gebruiken, die we ’s zomers met koelen ‘weggegooid’ hebben. In plaats van die warmte weg te gooien, kunnen we die tijdelijk opslaan, totdat de winter aanbreekt.
Een geschikt opslagmedium voor warmte is water. Dat komt omdat water een hoge soortelijke warmte heeft. Soortelijke warmte is de hoeveelheid warmte die per graad Celsius temperatuurverhoging kan worden opgeslagen in bijvoorbeeld een liter van een bepaalde stof.
Aquifer
Bij warmte-koude opslag wordt warmte opgeslagen in een zogenaamde aquifer, een geïsoleerde hoeveelheid water in de grond. ’s Zomers pompt men warm water in zo’n aquifer en ’s winters wordt dat warmte water weer opgepompt om boven de grond voor verwarming gebruikt te worden. Koel water wordt ’s zomers naar boven gehaald om te koelen en ’s winters wordt dat koele water in de grond gepompt. Zo ontstaat een heel veld van aquifers onder bijvoorbeeld een campus van een universiteit, die gebruikt wordt voor koeling en verwarming, afhankelijk van het jaargetijde.
