Kunst is mensenwerk: kunst uit de 20e eeuw

Vak:
CKV
kubuswoningen Rotterdam

Voor de twintigste eeuw hadden kunstenaars weinig vrijheid in wat zij maakten en hoe zij dat maakten. Als ze niet aan de heersende norm voldeden, kregen ze gewoon geen opdrachten. Na 1900 veranderde dat. Kunstenaars gingen hun eigen weg. Maar hoe zag die weg eruit?


Kunstenaars trokken zich er niets van aan of de mensen hun werk nou mooi vonden of niet. Ze gingen veel meer op onderzoek uit en probeerden bijvoorbeeld allerlei technieken en materialen te combineren. Maar ook veranderde de manier waarop de dingen uitgebeeld werden. Het begon al in de negentiende eeuw, toen de impressionisten zich voornamelijk met kleur bezighielden en Jugendstilkunstenaars vormen uit de natuur gingen ‘vervormen’.

Zelfstandig
In het algemeen kun je zeggen dat bij de kunstenaars een enorme behoefte ontstond om zelfstandig op onderzoek uit te gaan naar vorm, kleur en ruimte. Als gevolg daarvan ontstonden en ontstaan tientallen verschillende manieren van bouwen, beeldhouwen en schilderen of met één woord gezegd: vormgeven.

2 periodes
De kunstgeschiedenis van de twintigste eeuw is te verdelen in 2 periodes: van circa 1900 tot 1945 en van 1945 tot nu. De Tweede Wereldoorlog betekende een omslag in de kunst: kunstenaars gingen steeds meer experimenteren stijlen en materialen.

In de kunst van 1945 tot nu kun je zien dat het experimenteren doorgaat in uitzonderlijke gebouwen die ontworpen zijn door verschillende bijzondere architecten. In de twintigste eeuw betekende kunst verf op doeken gooien en producten uit de winkel tot kunst verheffen.  En ook de computer werd onderdeel van de hedendaagse kunst. Kortom, veel veranderingen die de betekenis van kunst veranderden.