In de twintigste eeuw kon het wat kunst betreft niet gek genoeg. Schilderijen waren vaak zo abstract dat er niets meer in te herkennen viel. Toch was het realisme niet uitgestorven: sommige schilderijen waren zelfs zo realistisch dat je ogen je leken te bedriegen. Kijk je naar een foto of een schilderij?
Soms lijkt het wel alsof alle kunstenaars vanaf de twintigste eeuw abstract of gestileerd werk maakten. De ene keer om de nadruk te leggen op het materiaal of de compositie van kleur, de andere keer omdat ze puur gevoel wilden uitdrukken. Toch zijn er evenveel kunstenaars die wel figuratief of realistisch bleven werken.
Francis Bacon (1909-92) werkte figuratief; al kun je zijn werk niet realistisch noemen. Op afbeelding 10-48 zie je ‘Drie studies voor een kruisiging’ uit 1962. Het ziet er heftig uit. De kleur rood is in het drieluik (drie schilderijen die bij elkaar horen) erg dominant aanwezig. Ieder luik heeft min of meer dezelfde elementen. Je ziet op ieder luik een karkas van een dood dier. De 2 mannen op het linkerluik hebben dezelfde sfeer als de karkassen. De mannen lijken ook wel iets dierlijks te hebben. Je vraagt je af wat je als kijker met deze heftige beelden moet.
Verzamelaar van beelden
Bacon was erg geïnteresseerd in de mens. Niet de nette, gecultiveerde, fatsoenlijke mens, maar de de primitieve oermens, die in ons allemaal zit. Hij was op zoek naar het dierlijke in de mens. Zelf had hij geen gemakkelijke jeugd. Zijn vader was heel streng voor hem omdat hij homoseksueel was. Daarnaast heeft hij de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en heeft hij met eigen ogen gezien hoe beestachtig mensen kunnen zijn. Zijn fascinatie voor karkassen (lijken) heeft hij opgedaan in een slachthuis. Verder was hij een verwoed verzamelaar van afbeeldingen van onder andere mensen. Hij had een enorme foto- en filmcollectie, maar ook medische handboeken waaruit hij inspiratie haalde. Hij zocht een manier om zijn eigen, maar ook universele heftige gevoelens te verbeelden. Alle indrukken die hij op deed en de beelden die hij om zich heen verzamelde, hielpen hem om tot een beeld van een bepaald gevoel te komen.
Alex Colville
Een heel andere manier van het benaderen van de werkelijkheid is ‘fotorealisme’. Kunstenaars als Alex Colville, Chuck Close en Don Eddy zijn erg geïnteresseerd in het detail. Ze schilderen met een ongelooflijke nauwkeurigheid. Het lijken bijna foto’s. Kijken we naar ‘Pacific’ van Alex Colville (1920-) op afbeelding 10-49, dan zien we een uitsnede. Het lijkt alsof de maker heeft ingezoomd op het pistool, waardoor het hoofd van de persoon erachter wegvalt. Dat maakt het beeld ook spannend. Van wie is het pistool? Van de man erachter? Is er al iemand vermoord of moet hij zichzelf straks verdedigen? Het roept een hoop vragen op. De achtergrond met de zee en de blauwe lucht roept een vakantiegevoel op; het pistool lijkt hiermee in contrast te staan. Een spannend beeld.
Don Eddy
Kunstenaar Don Eddy (1944-) kiest er ook voor om in te zoomen op een detail. In dit geval zien we het voorste gedeelte van een Volkswagen Pontiac (1971) op afbeelding 10-50. Als tiener gebruikte Eddy regelmatig de spuitbus om auto’s en surfplanken te versieren. Later duikt hij in de fotografie. Het werk lijkt op een combinatie van beide technieken. Hij schildert namelijk in een hyperrealistische stijl na van foto’s, waarbij hij een voorkeur heeft voor chromen auto-onderdelen. Hij vindt die interessant omdat ze de omgeving reflecteren waarin de chromen onderdelen zich bevinden.
In Nederland werken schilders als Har Sanders, Siet Zuyderland en Jeroen Henneman in deze stijl. Via de links kom je meer over hun werk te weten.
