Kunst is mensenwerk: kunst uit de 20e eeuw

Het kubisme (1907-1920)

Geometrische figuren in de kunst

beeldje Henri laurens

Henri Laurens, Vrouwenhoofd (1920), Musée National d'Art Moderne, Parijs

Vierkanten, driehoeken en kegels in schilderijen: bij de kubisten kon het allemaal. Deze kunstenaars namen geometrische figuren als uitgangspunt: hun beelden en schilderijen zagen er nogal abstract en hoekig uit.

Beeldhouwkunst
Omstreeks 1920 maakten enkele beeldhouwers beelden die bestonden uit hoekige en ronde vormen. Je herkent er geometrische figuren in. Dat zijn bijvoorbeeld de kubus, de kegel en de bol. Soms herken je een hoofd of iets anders in de beelden. De beeldhouwers vonden dat alle vormen teruggebracht konden worden tot geometrische vormen. Deze beelden zijn in de zogenaamde kubistische stijl gemaakt

Veel kunstenaars bewonderden de Afrikaanse kunst en lieten zich door Afrikaanse beelden beïnvloeden. Vergelijk de 2 beelden hieronder maar eens met elkaar. Links zie je een Afrikaans beeld en rechts een beeldhouwwerk van éen van de bekendste kunstenaars uit de twintigste eeuw: Pablo Picasso.

Kubisme in de schilderkunst

In de negentiende eeuw bestonden er verschillende kunststromingen naast elkaar. Sommige kunstenaars weken helemaal af van wat in de schilderkunst ‘mode’ was.
De twintigste eeuw heeft nog veel meer stijlen en richtingen die tegelijk of na elkaar ontstonden. Verschillende kunstenaars nemen gedeelten van stijlen van elkaar over.
Sommige kunstenaars kan men zowel bij de ene als bij de andere stijl indelen.

beeldjes Picasso

L: Bakota beeldje uit Gabon, hout bedekt met metaal, h. 67 cm. R: Pablo Picasso, Hoofd van een vrouw, 1932, brons, 128 x 58 x 66 cm

Veel hoeken, weinig perspectief

stilleven Georges Braque schilderij

Georges Braque, Stilleven (1911), Musée National d'Art Moderne, Parijs

In de schilderkunst werden de voorwerpen of mensen heel anders afgebeeld dan daarvoor ooit werd gedaan. Je kunt bij sommige kubistische schilderijen haast niet meer zien wat het voorstelt. In ‘Een stilleven’ van Georges Braque zie je dat de vormen zijn teruggebracht tot min of meer geometrische figuren: de rechthoek, de driehoek, de cirkel, de kubus of gedeelten daarvan. Je ziet ook dat de dingen niet meer volledig zijn uitgebeeld, maar gedeelten ervan. Opvallend is ook dat je in een kubistisch schilderij geen perspectief meer ziet. Alle vormen lijken even belangrijk: het onderwerp van het stilleven zelf, de achtergrond en de andere restvormen.

Kleuren en materialen

Aanvankelijk maakten de schilders gebruik van de kleuren zoals zij ze zagen. Later gebruikten ze hoofdzakelijk grijze en bruingroene kleuren. Nog later gebruikten de kubisten oude materialen, zoals krantenknipsels, luciferdoosjes, touw, spijkers, stro, kaarten enzovoort, die dan op het schilderij werden geplakt als een collage.

Bekende kubisten

  • Georges Braque
  • Fernand Léger
  • Pablo Picasso
  • Juan Gris
  • Leo Gestel

Stilleven

Braque was in de eerste instantie niet gecharmeerd van weg die Pablo Picasso insloeg betreffende het kubistisch werken. Picasso maakte namelijk bijna geen gebruik meer van heldere kleuren. Toch kwamen Braque en Picasso steeds dichter bij elkaar qua denken, doen, kleurgebruik en thema’s. Zij werkten dan ook steeds meer samen, zo nauw dat je soms niet meer met zekerheid kon zeggen van wie het kunstwerk nu was. Toen de Eerste Wereldoorlog begon, ging Braque het leger in en groeiden zij uit elkaar. Braque maakte niet alleen schilderijen, hij maakte ook collages en later zelfs beeldhouwwerken. Bovendien mengde Braque zich ook in andere kunstvormen. Zo werkte hij mee aan de Ballets Russes van de belangrijke choreograaf Serge Diaghilev en maakte decors. Stillevens schilderen was een van zijn favoriete thema’s.

schilderij Leger

Fernand Leger, Kaartspelende soldaten (1917), 200 cmx 150 cm, Museum Kröller Müller, Otterlo

Robots

De Fransman Fernand Léger valt onder het kubisme ondanks dat hij op een andere manier schilderde dan bijvoorbeeld Georges Braque en Pablo Picasso. Hij schilderde de mensfiguren als een soort robots in het schilderij ‘De kaartspelende soldaten’ maar hij maakt wel gebruik van vereenvoudigde vormen zoals de cilinder.

Als je goed kijkt zie je 3 figuren die bij jou aan tafel kaartspelen. De toeschouwer is de vierde speler en niet te zien in het schilderij. Dit maakt dat je je misschien wel heel betrokken voelt bij wat er zich afspeelt. Aan de andere kant kan het zijn dat de vierde speler niet afgebeeld staat omdat Léger niet wilde dat hij samen met soldaten op een schilderij zou staan om zo te laten zien dat hij tegen oorlog is.