Toen verf in de tweede helft van de negentiende eeuw voor het eerst in tubes verkrijgbaar was, trokken schilders massaal naar buiten om te schilderen. Ze ontdekten dat kleuren veranderen door verschillende zonnestanden. Vanuit deze ontdekking gingen de impressionisten aan het werk.
Met name Claude Monet heeft er voor gezorgd dat de mens op een andere manier naar geschilderd landschap ging kijken. Uiteenlopende kleuren en snelle penseelstreken leverden een kleurrijk beeld op van de natuur. Maar om op deze manier een bepaalde kleur, bijvoorbeeld van een korenveld of een boom vast te houden, moesten de schilders snel schilderen voor de stand van de zon de kleur zou veranderen.
Indruk
In de Franse impressionistische schilderijen wordt nauwelijks bruin, zwart of grijs gebruikt. Zelfs de schaduwen zijn niet zwart of grijsachtig, maar hebben een bepaalde kleur. Je ziet eigenlijk meer een indruk van iets. Het Franse woord voor indruk is impression, daarom wordt deze stijl het ‘impressionisme’ genoemd. Een mooie indruk krijg je bij het schilderij van Monet.
Nederlandse impressionisten
Het werk van de impressionisten in Frankrijk is veel kleurrijker en vrolijker dan dat van de impressionistische schilders in Nederland. Als je de schilderijen van de Franse schilder Auguste Renoir en de Nederlandse schilder Anton Mauve vergelijkt zie je dat de laatste een veel grauwere indruk maakt.
Het verschil van kleurgebruik komt door het klimaat in beide landen. De zon schijnt immers veel meer in het zuiden. Daardoor lijkt alles veel fleuriger. Doordat de impressionistische schilders in Nederland vooral in de buurt van Den Haag woonden en werkten, werd deze schildersgroep ‘de Haagse school’ genoemd.
Belangrijke impressionisten
De belangrijkste schilders in Frankrijk waren Claude Monet, Camille Pisarro, August Renoir en Alfred Sisley. De belangrijkste schilders in Nederland waren Jozef en Isaäc Israëls, Anton Mauve, de gebroeders Maris, Hendrik Mesdag. In en nabij Amsterdam werkten schilders als George Breitner, Jacob van Looy en anderen. Deze schilders van het impressionisme vormden de zogenaamde ‘Amsterdamse school’.
Claude Monet
Monet schilderde op het schilderij hierboven de haven van het plaatsje Le Havre. Het meest bekende schilderij van de impressionisten werd in de negentiende eeuw belachelijk gemaakt door kunstkenners. De manier van schilderen in korte, losse toetsen en penseelstreken werd als onaf en slordig gezien door critici. De kunstcriticus Louis Leroy bedacht er de term impressionisme voor, wat hij eigenlijk als scheldwoord bedoelde.
Auguste Renoir
Omdat de impressionisten niet serieus genomen werden, organiseerden zij zelf exposities. Renoir had op de derde tentoonstelling van de impressionisten in 1877 meer dan 20 werken om te laten zien. De meeste personen in zijn werken zijn vrienden. Het lijkt een spontane actie maar hij heeft het tafereel dus eigenlijk in scene gezet. Maar ook hij nam soms een model om mee te werken. Toch werd dit schilderij wel beschreven als een goede weergave van het bruisende Parijse leven.
Anton Mauve
Mauve kan gezien worden als de meester van Vincent van Gogh. Hij wordt zelf gerekend tot De Haagse School. Hij werkte graag op het Scheveningse strand en stond bekend om zijn zilveren tonen in de Hollandse landschappen die hij schilderde. Dit waren realistische werken die het alledaagse leven verbeeldde: gewone mensen die je op straat tegen kon komen. De Haagse schilders waren duidelijk geïnspireerd geraakt door de realistische School van Barbizon waar de Franse schilder Jean-Francois Millet een vooraanstaand lid van was.
