Kunst is mensenwerk: kunst uit de 19e eeuw

Vak:
CKV
Thema:
Toegepaste kunst
Onderwerp:
Mode

Mode in de negentiende eeuw

Van sjiek naar confectie

In de negentiende eeuw moest kleding vooral functioneel zijn. Er waren meerdere kledingstijlen die in deze eeuw populair waren.

De Franse Revolutie maakte een eind aan de overdreven versierde kleding van de vorige periode. Bleef men zich toch zo rijk kleden, dan bestond het gevaar dat men gevangen werd genomen en ter dood gebracht. De revolutionairen gingen zich opzettelijk erg slordig kleden. Zij droegen een lange broek (pantalon), een vest en een jas. De kleding paste bijna nooit. Deze was of te wijd of te nauw en soms allebei. Piekharen komen onder een rode, slappe muts uit.

Confectiefabrieken

Kantfabriekjes en weverijen voor de dure stoffen werden gesloten. Er werden nu confectiefabriekjes opgericht. Gevangenen maakten hier de eenvoudige kleding voor de burgers. De revolutionaire vrouwen droegen overdreven opzichtige kleding. De vormen van hun lichaam moesten vooral goed te zien zijn. Daarvoor maakten ze hun kleding soms nat, zodat alles aan hun lichaam plakte.

Nadat de rellen van de revolutie enigszins voorbij waren en er een nieuwe regering was gekomen, verdween de opzettelijke slordigheid. Vooral nadat Napoleon tot keizer was gekroond.

Herontdekking van de Romeinse stijl

In de negentiende eeuw was juist het stadje Pompeï herontdekt. Iedereen had nu belangstelling voor het leven van de Romeinen. Vandaar dat dit ook in de kleding te zien was, vooral in de dameskleding. De mannen droegen gemakkelijke Engelse kleding.

Empire-stijl

De kleding uit de tijd van Napoleon wordt de empire kleding genoemd. De jurken waren erg eenvoudig van model en gemaakt van dunne stoffen. De lange rechte jurkjes hadden een hoge taille, laag uitgesneden hals en pofmouwtjes. Onder deze kleding droegen de dames een vleeskleurig tricot hemdje en voor het eerst een directoire (onderbroek). De broek werd wel eerder door kinderen gedragen, maar nu ook door de dames. Een recht korsetje zorgde ervoor dat de buste omhoog werd geduwd. Om zich tegen de kou te beschermen droegen de dames kasjmier sjaals of een lange rechte overjas (redingote).

Het mannenkostuum zal de komende 150 jaar weinig veranderen. De kleding was afgekeken van de rijkleding van de Engelse landheren. Het bestond uit een linnen overhemd met een opstaande boord en een losjes omgeknoopte das. Daarbij werd een kniebroek gedragen of een lange strakke broek. De lange broek droeg de man in de laarzen. De jas was aan de voorkant kort en had achter 2 lange panden. Als overjas werd de redingote gebruikt of een cape met veel pelerines. Vanaf nu verschijnt de hoge hoed. Na circa 1850 waren er weinig persoonlijke verschillen in de mannenkleding. De kleding was donker van kleur en had weinig versiering.

De kleding na de tijd van Napoleon

Nadat Napoleon was verdwenen, verdween ook zijn invloed op de kleding. De kleding in de periode van de romantiek werd overdreven van vorm en versiering of heel eenvoudig en huiselijk (de Biedermeiertijd in Duitsland). Voor de confectie was het erg belangrijk dat in deze tijd de eerste naaimachines verschenen. De kleding van de man werd nog donkerder en stijver. Als versiering dienden de wandelstok, horloge met ketting en de knopen aan het vest.

De kleding van de vrouw veranderde helemaal. De jurken waren hoog gesloten (preuts) en van dikker materiaal gemaakt. Door de versieringen in de zoom ging de rok weer wijd uitstaan. De onderrokken werden weer verstevigd, dit keer met paardenhaar. Deze onderrokken werden crinolines genoemd. Vooral na 1850 kon de doorsnede wel eens 2,5 meter zijn. De balzaal leek soms wel een tentenkamp.

Door deze problemen is waarschijnlijk de tournure ontstaan. De extra ruimte in de onderrok zat nu alleen aan de achterkant. Over de rok werd een overrok gedragen. Deze werd aan de achterkant gedrapeerd. Hierdoor leken de dames op eenden die op straat waggelden. In de krant kwamen spotprenten waarop de kleding werd vergeleken met een stoel die de dames aan de achterkant droegen.

Hoofdmode

Het haar van de vrouw hing in pijpenkrullen langs de oren met een knotje bovenop het hoofd. Men noemde het een kapsel ‘à la giraffe’. Hoeden en mutsen waren versierd met bloemen, kant, linten en veren. Belangrijk voor de mode was dat in 1858 het eerste haute-couture-huis werd geopend in Parijs. De eigenaar was de Engelse kleermaker Worth. Hij liet zijn jurken showen door jonge meisjes, de eerste mannequins. In Amerika kwam men in deze tijd ook met een nieuwtje dat nu niet meer weg te denken is namelijk het knippatroon. Dit kon per post worden besteld.

Eind negentiende eeuw, begin van de emancipatie

Damesmode 19e eeuw emancipatie

In Engeland en Amerika waren enkele vrouwen die zich ergerden aan de dringende voorschriften van de mode. Nu eens een strakke rok, dan weer een overdreven wijde rok en als toppunt van kwelling een korset. De vrouwen trokken hun korsetten uit, droegen wijde rechte jurken (hobbezakken) en liepen op platte schoenen.

In Amerika werd de eerste broekrok gedragen, zodat ook de dames beter zouden kunnen sporten (fietsen, tennissen en paardrijden). De broekrok werd een Bloomer genoemd naar de ontwerpster Amelia Bloomer. We noemen deze beweging: ‘de Reformbeweging’. Toch bleven de meeste vrouwen keurig in hun korset lopen en droegen een mantelpak met een lange rok. De mannen trokken ook voor het eerst een sportkostuum aan. Uit Engeland kwamen de tweedjasjes en kniebroeken. Blazers werden gedragen bij het zeilen. Om te zwemmen droegen de mannen een badpak. Dit was een soort hansop met korte mouwen en lange pijpen.

De negentiende eeuw laat zien dat er ook aan de mode veel verandert onder invloed van politieke en culturele veranderingen.