Neoclassicisme, neobarok, neogotiek: het zijn allemaal benamingen voor kunststromingen die als het ware opnieuw zijn uitgevonden. Dat gebeurde in de negentiende eeuw.
Aan het begin van de negentiende eeuw zorgde het classicisme ervoor dat de interesse voor Griekse en Romeinse bouwkunst werd aangewakkerd. Gemeentehuizen en kerken werden gebouwd in de stijlen uit de periode van de Grieken en de Romeinen.
Na de korte regeringsperiode van Napoleon Bonaparte verdween de interesse voor de Grieken en Romeinen. Men kreeg belangstelling voor de middeleeuwen, omdat veel gebouwen uit die tijd gerestaureerd moesten worden. Veel nieuwe gebouwen werden nu versierd met gotische motieven, net als bij het Rijksmuseum in Amsterdam. Bijna alle stationsgebouwen die in de negentiende eeuw waren gemaakt, werden gebouwd in de neogotische stijl. Het Centraal Station in Amsterdam is daar een goed voorbeeld van.
Imitatie van oude stijlen
In België en Frankrijk had men meer belangstelling voor de barok. Een voorbeeld daarvan is de Sacré Coeur in Parijs. Deze kerk staat op de bekende heuvel Montmartre, waar tot op de dag van vandaag veel schilders te vinden zijn.
Deze manier van bouwen, waarbij de architecten zich laten beïnvloeden door vroegere bouwstijlen, noemen we de neostijlen, zoals neogotiek, neobarok en neoclassicisme. Eigenlijk zijn de neostijlen een soort imitatie van oude stijlen.
Maar veel architecten en hun opdrachtgevers waren niet tevreden met deze stijl van bouwen. Men zocht naar nieuwe eerlijke bouwkunst.
Industriele revolutie in de kunst: beton
In de tweede helft van de negentiende eeuw maakten de architecten gebruik van gegoten ijzer en staal en van gewapend beton. Door de industriële revolutie kwamen deze sterke materialen op de markt.
Tegenwoordig worden de meeste gebouwen nog steeds van gewapend beton gemaakt. Behalve dat men gebruik maakte van nieuwe materialen, wilde men ook veel eenvoudiger bouwen. De gebouwen die nu ontstonden werden in de zogenaamde ‘constructieve bouwstijl’ gebouwd. Er werden in zeer korte tijd bijzondere bouwwerken gemaakt, zoals de Eiffeltoren in Parijs en de helaas verbrande Chrystal Palace in Londen.
Het Rijksmuseum in Amsterdam, 1875-1885
Het Rijks, zoals dit museum in de volksmond genoemd wordt, heeft bouwelementen uit de gotiek en de renaissance. De versieringen op het gebouw laten de geschiedenis van Nederland zien. Een museum dat dus niet alleen binnen maar zeer zeker ook de moeite waard is om van buiten aandachtig te bekijken. De architect was P.J.H. Cuypers.
In het Amsterdamse Rijksmuseum zijn veel grote Hollandse topstukken te bekijken. Bijvoorbeeld ‘De Nachtwacht’ van Rembrandt van Rijn of ‘Het Straatje’ van Johannes Vermeer.
Centraal Station in Amsterdam, 1882-1889
Het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam lijken niet voor niets op elkaar. P.J.H. Cuypers, de architect van het Rijksmuseum, heeft samen met architect A.L. van Gendt ook het station ontworpen. Ook bij dit gebouw kunnen we spreken van neogotiek en neorenaissance. De ontwerpers hebben zich laten beïnvloeden door de bouwkunst uit de middeleeuwen en de renaissance. Van Gendt ontwierp tevens het concertgebouw in Amsterdam.
Sacre Coeur in Parijs, 1875-1914
Letterlijk vertaald betekent sacre coeur: heilig hart. Dit is niet zomaar een kerk, maar een basiliek. Een basiliek is een eretitel voor deze speciale witte kerk.
Paul Abadie was de architect die in de eerste instantie de Sacre Coeur zou bouwen, maar hij stierf tijdens de bouw. De architect Lucien Marge maakte het gebouw af. Hij was tevens restaurator en werkte ook aan de Notre Dame in Parijs.
De sacre coeur is eigenlijk een monument. Omdat er in de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 duizenden mensen omgekomen waren, had de Franse regering besloten om ter nagedachtenis van hen deze mooie basiliek te bouwen.
Eiffeltoren, 1887-1889
De Eiffeltoren is gebouwd door de ingenieur Gustav Eiffel. Hij bouwde deze stalen constructie ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1887 in Parijs. Een wereldtentoonstelling is een internationale expositie waar alle landen aan mee mogen doen. Ze laten zien wat zij in hun land doen op het gebied van kunst en cultuur, economie, sociaal vlak en technische uitvindingen.
Het schijnt dat het originele ontwerp van de Eiffeltoren niet van hemzelf was maar van 2 medewerkers van hem: Maurice Koechlin en Emile Nouguier. Hij vond het zo bijzonder dat hij het ontwerp van hen gekocht heeft. Waar het Eiffel om ging was te laten zien wat er allemaal mogelijk is met staal. De Eiffeltoren is 317 meter hoog. Eiffel heeft ook meegewerkt aan het Vrijheidsbeeld in New York: hij ontwierp de stalen constructie onder het beeld.
Chrystal Palace, 1851
De eerste wereldtentoonstelling werd in 1851 in Londen gehouden in het door Joseph Paxton ontworpen Crystal Palace. Paxton is een bouwer van broeikassen en dat is de reden dat het Chrystal Palace hierop lijkt. Het is gemaakt van glas en gietijzer. De bedoeling van de bouwwerken voor dit soort tijdelijke tentoonstellingen maakte dat ingenieurs en architecten volop konden experimenteren met materialen en technieken.
Het crystal palace is 500 meter lang en 120 meter breed. Het gebouw is in 1936 door een grote brand in Londen verwoest en nooit meer opnieuw gebouwd.
