De kunsten van de Renaissance hebben als uitgangspunt de beeldtaal van de klassieke oudheid, namelijk die van de Grieken en de Romeinen. In Italië zijn er nog genoeg voorbeelden te vinden van die beeldtaal, denk maar aan bijvoorbeeld Rome.
Er is een groot verschil tussen de beeldhouwkunst in de middeleeuwen en de renaissance. Dit ontstond doordat de kunstenaars uit beide periodes een ander uitgangspunt hadden bij het maken van hun werk. In de vroege middeleeuwen vinden we beeldhouwkunst bij de ingang van de kerk. Boven de deur ( tympaan) en aan weerszijden daarvan was beeldhouwwerk te zien met als onderwerp het geloof. Het Laatste Oordeel was een geliefd thema. De beelden van mensfiguren uit de Bijbel en heiligen zagen er niet realistisch uit; ze waren stram, stijf, zonder emotie of beweging en leken meer zuil dan vlees. Uitgangspunt was namelijk dat deze personen ook ‘ niet van deze wereld’ waren. Zij zijn geen mensen met gebreken zoals wij. We komen eens niet in de buurt van de heiligen... De beeldhouwers in die tijd creëerden met opzet afstand tussen ons de kijkers en de heiligen.
De mens als uitgangspunt
Aan het einde van de middeleeuwen ontstaan hier andere ideeën over. Om God goed te kunnen begrijpen en om dichter bij hem te komen, moet je alles goed bestuderen wat hij geschapen heeft. Zo ook de mens. Wanneer je begrijpt hoe een mens in elkaar zit, kom je weer wat dichter bij de Schepper. Deze ideeën worden in de Renaissance verder ontwikkeld. Er wordt gezegd: de mens is de maat der dingen. De verhoudingen van de mens worden zelfs gebruikt als uitgangspunt in de architectuur.
Michelangelo
Als je naar de David (1501-1503) van Michelangelo (1475-1564) kijkt, zie je dat het hier niet om een gewoon mens gaat. Zie afbeelding 7-3. De mensfiguren uit de Renaissance zijn stuk voor stuk geïdealiseerd. Ze doen denken aan Griekse en Romeinse beelden. Daarnaast vormen ze niet meer een onderdeel van architectuur, maar zijn het vrijstaande beelden. David was het eerste naakt dat sinds de Oudheid op dit enorme formaat (5,50 meter) werd gemaakt. Door de beelden naakt te laten, konden kunstenaars laten zien dat de anatomie onder de knie hadden. Het moest er levensecht uitzien.
David
Opvallend aan het beeld zijn de grote handen en voeten en de fronsende blik. David is een sterke, gespierde jonge man, die geen angst lijkt te hebben. De slinger, waarmee hij later Goliath een steen naar zijn hoofd zal slingeren en doden, rust nu nog ontspannen over zijn schouder. Hij lijkt kalm, maar ook gespannen, klaar voor actie. Dit is wat Michelangelo wilde laten zien. Voor hem is het lichaam, de gevangenis van de ziel. Er broeit iets onder het marmer; de ziel van David, klaar voor de strijd.
