Kunst is mensenwerk: Renaissance
- Vak:
- CKV
De Renaissance begint rond 1400 in Florence, Italië. Het ontstaan ervan op die plaats en tijd heeft verschillende redenen, waaronder een politieke. De inwoners van Florence, de Florentijnen, werden bedreigd door een bondgenoot van de Keizer van Duitsland. Het Noorden van Europa werd geassocieerd met de gotische stijl. De Florentijnen wilden zich hier tegen af zetten. Zij waren zich ervan bewust dat zij, als Italianen, een roemrijk Romeins verleden hadden. En bij dat Romeinse verleden hoorde ook de Romeinse beeldtaal.
Het verschil tussen de gotische en Romeinse beeldtaal is enorm. Toen de dreiging door het overlijden van de bondgenoot plotseling verdwenen was, greep Florence zelf de kans om uit te breiden. Het ging Florence voor de wind. De kunstenaars in Florence gebruikten vol trots de Romeinse zuil, rondboog en rechthoekig venster om te laten zien welke geschiedenis het kende. De humanist en historicus Leonardo Bruni (ca.1370-1444) schreef: “Andere naties werden gesticht door vluchtelingen, ballingen en boeren, of door obscure vreemdelingen. Maar jullie stichter is het Romeinse volk, veroveraar en heerser van de hele wereld.”
Humanisme
De term ‘humanisme’ komt telkens terug in de Renaissance. Dit heeft een andere betekenis dan tegenwoordig het geval is. Humanisten waren geleerden die oude Griekse en Romeinse teksten bestudeerden. Deze teksten konden ieder onderwerp bevatten, van de filosofie van Plato en Aristoteles tot de Naturalis Historia, een zeer uitgebreide encyclopedie van de hand van Romein Plinius de Oudere. Renaissance betekent ‘wedergeboorte’; de wedergeboorte van de Klassieke Oudheid in woord en beeld.
De uitvinding van de boekdrukkunst rond 1450 speelde een belangrijke rol in de verspreiding van de teksten en nieuwe ideeën. Daarvoor werd ieder boek met de hand geschreven en gekopieerd.
Individualisme
In een adem met humanisme wordt vaak individualisme genoemd. Niet God, maar de mens wordt de maat van de dingen. Een misverstand is dat religie en daarmee God minder belangrijk wordt in de Renaissance. God blijft even belangrijk in het leven van de mensen als in de middeleeuwen. Het grote verschil is dat de mensen anders tegen hun geloof en hun eigen plek daarin aankijken. Het individuele, aardse van de mens krijgt meer de nadruk. De mensen en kunstenaars zien het als hun plicht om zich te ontwikkelen tot waardevolle individuen. Het ideaal lag bij een mengeling van de humanistische en christelijke ideeën en idealen.
Competitie
De kunstenaar is nu geen anonieme ambachtsman meer, zoals in de middeleeuwen. Langzaam krijgt deze meer status. Dit gaat hand in hand met de ontwikkeling dat niet alleen de kerk opdrachtgever is, maar ook particulieren. Een goed voorbeeld vormt de rijke bankiersfamilie Medici uit Florence, die veel geld en tijd investeert in de kunsten en kunstenaars. Voor kunstenaars worden wedstrijden uitgeschreven, wanneer er bijvoorbeeld nieuwe deuren of een nieuw altaar voor de kerk nodig is. Competitie is belangrijk. Niet alleen voor kunstenaars onderling, maar ze willen ook beter zijn dan hun Griekse en Romeinse voorouders.
