Kunst is mensenwerk: Middeleeuwen

Gotische schilderkunst (1140-1500)

Op zoek naar het goddelijke licht

gotisch miniatuur van de Heilige Barbara

Afb. 6-24

De gotische periode begint rond 1150 met de bouw van (een gedeelte van) de kloosterkerk St. Denis in Frankrijk. Verantwoordelijk voor die verbouwing was abt Suger. Deze man was zeer invloedrijk op godsdienstig en politiek gebied. Hij had een theorie over het geloof, die je in 3 woorden kunt samenvatten: God is licht. Dat geldt ook voor de schilderkunst uit de gotiek.

Volgens Suger is God het bovennatuurlijk licht dat over de aarde schijnt. Hij wilde dat zijn kerk een bron van licht zou zijn. God moest als licht de kerk kunnen binnen komen. Hiertoe waren veel en grote ramen nodig. De romaanse bouwtechniek was hier echter niet voor geschikt. Te grote ramen zouden de muren verzwakken. De ideeën van Suger stimuleerde de ontwikkeling van de bouwkunst tot de ontdekking van het kruisribgewelf. Nu was het mogelijk om hoog te bouwen, om tot in de hemel te reiken, terwijl het goddelijk licht naar binnen straalde.

Glas-in-lood ramen

rozetvenster

Afb. 6-22 Rozetvenster van de Notre-Dame in Parijs

De gebrandschilderde ramen zien er werkelijk schitterend uit. Zie afbeelding 6-22. Het bestaat uit een combinatie van glas en loden strippen. De ramen vertellen verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament, maar ook van koningen en keizers. Je kan je voorstellen dat dergelijke ramen veel geld kosten. De burgers van een stad betaalden vol trots mee aan hun kerk. Het gilde van bijvoorbeeld de slagers of bakkers gaven geld aan de kerk om een raam te kunnen bekostigen. In ruil daarvoor kregen de gildes een eigen plekje op de ramen. Als je in een gotische kerk bent, moet je eens op zoek gaan naar afbeeldingen van bakkers of slagers. Een gilde was een organisatie van mensen met hetzelfde beroep. Soms had een gilde niet alleen een eigen stukje raam, maar ook een eigen altaar in de kerk.

Het altaarstuk

Niet alleen de ramen waren indrukwekkend, maar ook de altaarstukken. Een altaarstuk is een schilderij op paneel (hout), dat op het altaar staat. De geestelijke, die de mis leidt, staat met zijn rug naar het altaar toe. Het altaarstuk, zoals we dat nu nog in de kerk kunnen zien, is ontstaan in de twaalfde eeuw. Vaak is het een drieluik. Het werkt net als een kastje.

Gotisch altaarstuk

Afb. 6-23

Er is een schildering aan de buitenzijde van de deuren, maar wanneer je ze opent, zie je ook een schildering aan de binnenzijde van de deurtjes en het zogenaamde middenpaneel. Op het middenpaneel staat de belangrijkste schildering en wordt alleen getoond op zon- en feestdagen. Door de week zitten de deuren dicht. Op afbeelding 6-23 zie je zo'n altaarstuk. De nis waarin ze staat doet denken aan de gotische bouwkunst met haar spitsbogen en kruisribgewelven. Een geliefd onderwerp bij altaarstukken was de kruisiging van Christus.

Miniaturen

Monikken maakten kunstwerken van godsdienstige boeken die ze zelf overschreven. Sierlijke pagina's zoals deze worden miniaturen genoemd. Op afbeelding 6-24 zie je een voorbeeld van zo'n miniatuur. De heilige Barbara wordt erop afgebeeld. Er wordt veel gebruik gemaakt van kleur en sierlijke vormen.