Kunst is mensenwerk: Middeleeuwen

Vak:
CKV
Thema:
Bouwkunst
Onderwerp:
Stromingen

Gotische bouwkunst (1140-1500)

Hoog en indrukwekkend

Kathedraal van Ouen

De gotiek laten we beginnen rond 1150 en plaatsen we in Frankrijk. Rond die tijd werd voor het eerst gebruik gemaakt van de gotische bouwtechniek, namelijk bij de kloosterkerk St. Denis bij Parijs. De techniek verspreidde zich echter snel over heel West-Europa. Als je in Nederland een gotische kerk wilt bezoeken, kun je naar Sint Jan in Den Bosch gaan.

In tegenstelling tot de romaanse kerk, die lang en breed is, valt de gotische kerk op door zijn enorme hoogte. Ze lijkt naar de hemel te reiken. Het tongewelf van de romaanse kerk was hier niet geschikt voor. In de gotiek ontstaat er een nieuw type gewelf: het kruisribgewelf. Zie afbeelding 6-14. In eerste instantie lijken het 2 tongewelven die dwars op elkaar staan, maar er zijn 2 grote verschillen. Ten eerste is het gewelf niet meer rond, maar spits: er wordt gebruik gemaakt van spitsbogen in plaats van rondbogen. Ten tweede rust niet meer alle gewicht en kracht op de massieve muren, maar op de ribben van het gewelf. Net zoals bij een skelet.

Skeletbouw

Een dergelijk skelet kan veel meer gewicht en kracht (ver)dragen en een bijkomend voordeel is dat je makkelijk grote ramen in de muren kan plaatsen. De muren hebben namelijk geen dragende functie meer. Desondanks kunnen de kruisribgewelven wel wat hulp gebruiken en daarvoor dienen de luchtbogen en steunberen. Zie afbeelding 6-15. Die vangen ook gewicht en kracht op. Op afbeelding 6-18 kun je goed zien, hoe de luchtbogen aan de buitenkant van het gebouw eruit zien.

Kruisribgewelf en skeletbouw in gotiek

Afb. 6-14: het kruisribgewelf. Afb 6-15: skeletbouw

Het belang van grote ramen

De opdrachtgever voor de kloosterkerk van St. Denis, abt Suger, vond het belangrijk dat de kerk hoog zou worden en dat er veel en vooral grote ramen in zouden zitten. Waarom dat zo is kun je lezen in het infoblok Gotische Schilderkunst.

notre dame in Parijs

Afb. 6-18: de Notre Dame in Parijs

Westwerk

Waren de romaanse kerken voor de bezoekers al imposante gebouwen, de gotische kerken steken daar met kop en schouders bovenuit. Zo sober als de romaanse kerken , zo rijkelijk versierd waren de gotische kerken. De westfaçade, ook wel westwerk genoemd, (de kant van de hoofdingang, die altijd in de richting van het westen staat) lijkt wel versierd met kantwerk van steen. Opvallend kenmerk van het westwerk zijn de enorme torens en het roosvenster, het grote ronde raam in het midden. Het duurde soms wel 100 jaar voordat een kerk helemaal af was. Als er oorlog uitbrak of de pest zorgde dat voor behoorlijke vertraging. Zo komt het dat je soms in één gebouw en romaanse en gotische kenmerken ziet.

In de late middeleeuwen gaat men ook aandacht besteden aan niet-kerkelijke bouwkunst. Een voorbeeld is het stadhuis in Gouda en Middelburg.