Kunst is mensenwerk: Middeleeuwen

Romaanse beeldhouwkunst (900-1140)

Religieus en sober

De Romaanse kerk, die zich ontwikkelde in de elfde eeuw, was voor de middeleeuwse mens een imposant gebouw met een belangrijke betekenis. Het was vaak het enige stenen gebouw in het dorp of stadje, terwijl de huizen van de mensen meestal van hout waren. Het leven in de middeleeuwen was doordrenkt van het geloof. Het beheerste het leven van jong tot oud. De kerk vormde het symbool hiervan.

Als bezoeker van de kerk werd je, voordat je überhaupt binnen was, al duidelijk gemaakt dat je op het punt stond een belangrijke plek te betreden. De ingang van de kerk is al indrukwekkend en vormt een combinatie van grote deuren en beeldhouwwerk. Zie afbeelding 6-6. Boven de deuren bevindt zich een halfronde vorm, die tympaan heet. In dit tympaan kunnen we een verhaal lezen in beeld.

Het Laatste Oordeel

Een geliefd onderwerp is ‘Het laatste oordeel’. Dit verhaal vertelt dat er een dag zal komen, dat God zal oordelen over alle mensen, levend of dood. Als je goed geleefd had, zou je naar de hemel gaan, maar als je een slecht mens was geweest, moest je naar de hel was de gedachte. Vaak is er een weegschaal afgebeeld, waarin mensen letterlijk en figuurlijk gewogen worden. In het midden van het tympaan zit God, rechts van hem is de hemel en links de hel. De hel ziet er afschuwelijk uit; vol met duivels en de afgebeelde mensen lijden pijn. De hemel daarentegen ziet er rustig uit en is vol engelen.

Levensles

De bezoeker keek letterlijk en figuurlijk op tegen deze beeldende verhalen. Ze vertelden een levensles. Veel mensen waren in die tijd analfabeet en beeld was een goede manier om de boodschap over te brengen. Tegenwoordig zien we overal beeld; op billboards, posters op je kamer en dergelijke. Maar in de middeleeuwen was dit niet het geval! Zo maakte de ingangspartij nog meer indruk.

Stram en stijf

Relief aan de kathedraal in Chartres

Afb. 6-7

Als we inzoomen op de beelden met afbeelding 6-7, zien we dat de figuren er niet levensecht uitzien. De personages, te weten een koning en twee koninginnen uit Israël (‘Judea’ in het Oude Testament), zien er stijf en stram uit. Het lijkt alsof ze één geheel vormen met de zuil waar ze tegenaan staan. Dit gevoel wordt nog versterkt doordat hun voeten naar beneden hangen. De kleren laten weinig vorm van het lichaam zien. De plooien lijken er bijna opgetekend.

Kunde of onkunde?

Er wordt vaak gezegd dat de kunstenaars in de middeleeuwen gewoon nog niet goed genoeg waren. Dat ze helemaal niet realistisch konden werken. Al zouden ze het willen. Je moet echter in je achterhoofd houden, dat het niet de opzet van de kunstenaar was om foto-realistisch te werk te gaan. Doordat de koning en de koninginnen er stijf en stram uitzien, komen ze ook afstandelijk over. Dat is de bedoeling! De wereld van God en de heiligen is een andere dan die op aarde. Ze zijn niet van deze wereld. Daar kunnen we als gewone mensen letterlijk en figuurlijk helemaal niet bij in de buurt komen. Als de kunstenaar hen zou afbeelden als alledaagse mensen, zouden we het idee hebben dat ze net zoals wij zijn. Dat was niet de bedoeling.