Kunst is mensenwerk: Middeleeuwen

Vak:
CKV
Thema:
Bouwkunst
Onderwerp:
Stromingen

Romaanse bouwkunst (900-1140)

De basilica als uitgangspunt

Abdij van Senanque

Afb. 6-5

De stijl van bouwen die we de Romaanse bouwkunst noemen begint aan het einde van de elfde eeuw. De manier van bouwen en het type kerk dat hieronder besproken wordt, is typisch voor West-Europa. Hiervan vinden we veel voorbeelden in bijvoorbeeld Frankrijk.

De basisvorm van de Romaanse kerk is de basilica. Dit is een Romeins gebouw, dat onder andere gebruikt werd als marktplaats en waar recht werd gesproken. Het was een multifunctioneel, langwerpig gebouw, dat geen band had met de godsdienst van de Romeinen. Dit gebouw kozen de Christenen als uitgangspunt voor hun kerk. Ze voegden er een aantal elementen toe, waarvan de opvallendste het dwarsschip is. Zie afbeelding 6.1. Zo kreeg de kerk de vorm van een kruis, dat direct doet denken aan Jezus Christus, die aan het kruis gestorven is. De belangrijkste plaats in de kerk is de absis; dit is de plaats waar het altaar staat. Je herkent het op de plattegrond aan zijn halfronde vorm. Zie afbeelding 6-5. De kerkgangers komen hier echter niet. Zij nemen plaats op banken die zich in het middenschip en de 2 zijschepen bevinden.

Bouwtechniek

Zoals je op afbeelding 6-2 kunt zien is een romaanse kerk een gebouw dat eerder lang en breed is, dan hoog. Dat komt omdat de bouwtechniek die van het stenen tongewelf is. Zie afbeelding 6-3. Deze ronde boogvorm is al een hele vooruitgang, omdat in het begin van de middeleeuwen de kerk nog een houten zoldering had. Het voordeel van het gebruik van steen, was dat het risico op brand stukken kleiner was. Daarnaast bleek dat de zangkunsten van de kerkgangers en de geestelijken veel mooier en indrukwekkender klonk door de nieuwe vorm en het nieuwe materiaal.

Romaanse kerk

Afb. 6-1, 6-2, 6-3

Tongewelf

Een tongewelf is in principe erg sterk, maar verzwakt snel als je de muren onderbreekt met behulp van ramen en deuren. Alle kracht en gewicht steunt namelijk op de muren. Dit is de reden dat een romaanse kerk dikke muren heeft en de ramen klein zijn. Je kunt er dus ook niet hoog mee bouwen. Het tongewelf kan zoveel gewicht en kracht niet aan en zal anders instorten.

Viering

Bij een kerk denk je vaak meteen aan torens, maar in de romaanse bouwkunst hebben nog niet alle kerken een toren. Wanneer dit wel het geval is, staat deze op de plek, die we viering noemen. Zie afbeelding 6-1 en 6-2. In de toren bevinden zich de kerkklokken.

Bedevaartstocht

Koor van de abdij van Fontenay

Afb. 6-4

In de middeleeuwen gaan veel mensen op bedevaartstocht. Het reisdoel was bijvoorbeeld Rome, Santagio de Compostela, waar het graf van de apostel Jakobus zich bevindt of Jeruzalem, waar Christus is geboren. Een bedevaartstocht was een lange en uitputtende tocht die meestal te voet gebeurde. Er waren vaste routes die de bedevaartgangers konden gebruiken. Op die routes kwamen ze door dorpen, die vaak een bijzondere object bezaten die te maken had met het geloof.

Reliek

Een bijzonder object was bijvoorbeeld de schedel van een heilige of een stuk gewaad van een apostel. Je noemt een dergelijk object een reliek. Deze stond opgesteld in de kerk, zodat de gelovigen ernaar konden kijken en ervoor konden bidden. De bedevaartgangers die op hun route langs deze kerken kwamen, maakten hier natuurlijk ook gebruik van. Zo groeide die oorspronkelijk kleine dorpskerken al snel uit hun voegen door al die ‘toeristen’. De nieuwe romaanse bouwkunst zorgde ervoor dat er grotere en stevigere kerken gebouwd werden. Ondanks dat deze kerken tegenwoordig misschien klein lijken, waren het in de middeleeuwen imposante gebouwen. Je moet je voorstellen dat de gewone woonhuizen meestal van hout waren en de kerk het enige stenen gebouw was.