Kleding zegt iets over degene die het draagt; helemaal in de tijd van de Romeinen was dat zo. Voor de Romeinen was kleding namelijk een statussymbool: aan de stoffen en versiering kon je zien hoe rijk of arm iemand was.
De kleding van de Romeinen lijkt erg veel op de kleding van de Grieken. Kleding voor de Romeinen was een statussymbool. Je kon aan iemands outfit goed zien of hij of zij rijk of arm of zelfs of je een vrij burger of slaaf was.
De Romeinen hadden in het algemeen erg luxueuze kleding. De stoffen die ze gebruikten waren prachtig van kleur en werden versierd met geborduurde banden. De vrouw droeg standaard een soort lang hemd, een tunica met daarover een huiskleed, ook wel stola genoemd. De stola was altijd korter dan de tunica, waardoor je duidelijk twee lagen kleding kon zien. De stola was vaak rijk en mooi versierd met opgenaaide banden. De vrouw had ook een mantel, palla genoemd, die ze over haar tunica en stola droeg. Bij de Grieken was de mantel altijd rechthoekig, maar de Romeinen kozen voor een model van een halve cirkel. Zie figuur 4-10.
Geblondeerd haar
Romeinse vrouwen hielden van ingewikkelde kapsels. Een simpele paardenstaart was niet aan hun besteed. In het haar droegen ze vaak een diadeem, maar ook parels. Romeinen hadden vaak donker haar. De vrouwen hadden een bijzondere manier om hun haar te blonderen, namelijk met behulp van geitentalk en beukenas. Het waren geen ‘ puur natuur’-types, want het gebruik van poeder en schmink in Rome was erg groot.
Slaaf of vrije man
De Romeinse man droeg net zoals zijn vrouw een tunica. Over die tunica droeg hij een groot wikkelkleed, ook wel toga genoemd. Het dragen van een toga was een voorrecht dat alleen voorbehouden was aan de vrije man. Slaven mochten ze dus niet dragen. De toga was gemaakt van een fijne wollen stof en had, net zoals de palla van de vrouw, het model van een halve cirkel. Aan de manier van dragen kon je zien tot welke rang of stand de man behoorde. Zie afbeelding 4-11.
Soldaten
De soldaten van de Romeinen waren in heel Europa en daarbuiten gelegerd. Zo ontdekten ze nieuwe kledingstijlen en kledingstukken. Na contact met de volkeren in Noord-Europa droegen de soldaten ook wel broeken. Ze beschermden hun benen met windselen. Dit zijn lappen die ze om hun benen wikkelden. Hun haar droegen ze kortgeknipt. Mannen en vrouwen droegen beide verschillende soorten schoenen, maar vooral veel sandalen.
