“De eigenschap om levend te lijken is de krachtigste visuele aantrekkingskracht”, zou de de filosoof Socrates (399 v.Chr.) over beelden gezegd. Wanneer we naar de Griekse beeldhouwkunst kijken, zien we een ontwikkeling van een statisch, gestileerd beeld naar een beeld dat levensecht lijkt door de suggestie van beweging, emotie en juiste anatomie.
Afbeelding 4-5a laat de Apollo van Belvedere zien. Het is een Romeinse marmeren kopie van een oorspronkelijk Grieks bronzen beeld uit het einde van de vierde eeuw voor Christus. Je kunt dit zien aan het paaltje tegen het been van Apollo. De beeldhouwer moest dit erbij maken, anders viel het beeld om. De Romeinen waren zeer onder de indruk van de Griekse beeldhouwkunst. Hierover lees je meer in het infoblok Romeinse Beeldhouwkunst.
Ideaalbeeld
De Apollo van Belvedere en de Venus van Milo, afbeelding 3-5b, zijn geen gewone mensen van vlees en bloed. Ze laten een ideaalbeeld zien; een goddelijk mens of een menselijke god. Apollo is mannelijk, gespierd en krachtig, Venus is welgevormd en vrouwelijk. Beiden zijn nagenoeg naakt, zoals zoveel griekse beelden. Hoe kwamen de beeldhouwers tot hun (ideaal)beeld? Socrates maakt hier de volgende opmerking over: “Als je de menselijke figuur schildert, is het niet gemakkelijk om één model te vinden dat in ieder detail boven elke kritiek verheven is. Je moet dus de beste elementen van een aantal modellen combineren, en zo kom ik tot het weergeven van volmaakt schone lichamen.” Deze opmerking is uiteraard ook toepasbaar op beeldhouwkunst. Eigenlijk zegt Socrates dat de kunst de natuur kan verbeteren. Uitgangspunt blijft wel gelijkenis, ook wel mimésis genoemd.
Venus van Milo
De Venus van Milo is waarschijnlijk rond de tweede eeuw voor Christus gemaakt. Venus is de godin van de liefde en de schoonheid. Ze staat in een houding die we contrapost noemen. Dit houdt in dat er sprake is van een standbeen (haar rechterbeen waar ze op staat) en een speelbeen (haar linkerbeen met de vooruitstekende knie). Deze contrapost zorgt ervoor dat het hele lichaam in een s-vorm staat. Dit suggereert niet alleen beweging en levendigheid, maar maakt je er ook bewust van dat het hier om een 3-dimensionaal beeld gaat. Je wilt er helemaal omheen lopen. Zeer waarschijnlijk was het beeld beschilderd en droeg het sieraden. Soms kun je op deze oude beelden nog sporen van verf ontdekken, maar dat is hier niet het geval. Wel zagen onderzoekers gaten voor bevestiging van armbanden, kettingen, oorringen en een kroon. De zogenaamde klassiek witte marmeren beelden horen dus eigenlijk gekleurd te zijn en gedecoreerd!
Strijd tussen goden en Giganten
De Apollo van Belvedere en de Venus van Milo zijn beroemde beelden. Een ander bekend beeldhouwwerk is het Zeusaltaar uit Pergamum uit de tweede eeuw voor Christus. Zie afbeelding 3-5a. Het gaat om een gigantisch altaar dat staat op een terras van 6 meter hoog. Langs de onderrand van de buitenmuur loopt een gebeeldhouwd fries van 2,30 meter hoog en heeft een lengte van bijna 90 meter! Het eerste en grootste fries heeft als onderwerp ‘de strijd tussen de goden en de Giganten’. Het vertelt een mythologisch verhaal over Moeder Aarde, de godin Gaia, die uit wraak de giganten schiep. De god Uranus had namelijk haar zoons tot eeuwige gevangenschap veroordeeld. Gaia stuurt de Giganten, enorme reuzen, op de goden af om hen te straffen. Uiteindelijk winnen de goden met behulp van Herakles (of Hercules).
Stralen de Apollo en Venus beheerstheid en rust uit; op het fries zien we goden en giganten in een doodsstrijd verwikkeld. Spieren zwellen op, ogen puilen uit, lichamen kronkelen, zijn ingespannen en uitgerekt, kleding wappert. Emotie en beweging overheersen het beeldhouwwerk! Dit wordt nog eens benadrukt door het diepe reliëf dat de beeldhouwers gebruikten. Hierdoor wordt het contrast in licht en schaduw veel sterker en verhoogt het dramatisch effect.
