Veel Nederlanders gaan op wintersport. Lekker skiën, feesten en bijbruinen. Maar het skispringen laten ze dan toch meestal liever aan echte specialisten over. Professionele skispringers maken soms wel sprongen van meer dan 200 meter van een vijftig meter hoge schans. Om goed te leren skispringen zonder je benen te breken, heb je jaren training nodig.
De oorsprong van het skischansspringen zoals wij het kennen ligt rond 1860. Toen maakte de Noor Sondre Norheim een sprong van dertig meter over een rots, zonder skistokken. Hij wordt sindsdien gezien als de vader van het schansspringen. Twee jaar later al werd de eerste competitie in skischansspringen georganiseerd in Trysil in Noorwegen.
Kongsberger techniek
Na de Eerste Wereldoorlog werd in Noorwegen een aërodynamische techniek ontwikkeld die bekend staat als de Kongsberger Techniek. Bij deze techniek is het bovenlichaam bij de sprong vrij diep voorover gebogen en de armen zijn naar voren gestoken. Deze techniek gebruiken skispringers nu nog steeds.
Kampioenschappen
Sindsdien hebben vele mensen hun bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het skispringen. In 1936 was Sepp Bradl uit Oostenrijk de eerste mens die verder dan honderd meter sprong. Een jaar later vonden in het Franse Chamonix de eerste wereldkampioenschappen wintersport plaats. Skischansspringen was daar het enige evenement waarbij werd gesprongen.
Tegenwoordig beoefenen steeds meer mensen in de hele wereld skischansspringen. Er zijn allerlei kampioenschappen waar skiërs uit de hele wereld de kans krijgen om hun sport te tonen en er van te genieten.
Risico’s
Wie goed wil leren skispringen, kan het best vroeg beginnen. Je kunt - als je veel talent hebt - bijvoorbeeld een plaats krijgen in een ski-internaat. Dat een goede opleiding nodig is, blijkt bijvoorbeeld uit de ongelukken die zo nu en dan nog gebeuren en meestal ernstige gevolgen hebben. In 2008 kwam bijvoorbeeld nog een veertienjarige Nederlandse skispringer bij een ongeluk op de schans om het leven. Hij viel tijdens een training waarbij afstanden tot zestig meter werden bereikt en werd zwaargewond afgevoerd. In het ziekenhuis overleed hij aan zijn verwondingen. De scholier stond bekend als een ervaren en getalenteerd springer, die die winter al meer dan honderd sprongen had gemaakt. Het laatste halve jaar woonde hij in een ski-internaat in het Beierse Oberstdorf en was er lid van de skiclub.
Sportinternaten
Ook in Nederland zijn er topsportinternaten en scholen die leerlingen alle kansen geven om zich sportief te ontwikkelen. Daar gaat het dan altijd om meer ‘Nederlandse’ sporten. Een voorbeeld hiervan is het Echnaton-College in Almere, waar onder anderen Clarence Seedorf leerling was. Daar kun je op een topsportloopbaan voorbereid worden in voetbal, volleybal, handbal, tennis en darts. Ook andere scholen bieden dergelijke combinaties van school en topsport. Ze werken samen in de stichting LOOT. Voetballer Klaas-Jan Huntelaar zat ook op zo’n school.
