De ruimte is overal, maar toch voor de meeste mensen onbereikbaar. Weinig mensen kunnen zeggen dat ze in de ruimte zijn geweest. De Nederlandse astronauten André Kuipers en Wubbo Ockels hebben hier dan ook hard voor gewerkt. Astronaut word je namelijk niet zomaar.
De mens probeerde altijd al los te komen van de aarde. Je kent misschien wel het droevige verhaal van Icarus. Met zijn vader Daedalus probeerde hij met zelfgemaakte vleugels van veren en was te vliegen. Toen hij te dicht bij de zon kwam smolten de vleugels en stortte hij neer. Echt de lucht in ging de mens pas in de achttiende eeuw met behulp van heteluchtballonnen. Beroemd waren de Parijse broers Montgolfier, de uitvinders van de luchtballon in 1783.
Wright, Hitler en Ockels
Sinds ongeveer 1900 maakt men gebruik van het gemotoriseerde vliegtuig, ontwikkeld door de gebroeders Wright. De geschiedenis van de ruimtevaart begint in de jaren ‘30 met de eerste primitieve raketproeven. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog bereikten deze een eerste droevig hoogtepunt met de door Werner von Braun ontwikkelde Duitse V2: in 1944 werden deze raketten door Hitler gebruikt om Londen te bombarderen. 41 jaar later maakte Wubbo Ockels als eerste Nederlander een vlucht door de ruimte met de Space Shuttle Challenger.
Spoetnik
Het geboortejaar van de ‘echte’ ruimtevaart is 1957, als de Russen hun eerste Spoetniks lanceren (onbemande ruimtevluchten). Al gauw ontstond er een wedloop tussen de Amerikanen en de Russen, die allebei pionier van de ruimte wilden zijn. Lange tijd lagen de Russen voor. Zij hadden met Joeri Gagarin in 1961 de eerste bemande ruimtevlucht. Daarna sloegen de Amerikanen terug: in 1969 brachten zij als eersten twee astronauten op de maan. Sindsdien staan de ontwikkelingen niet stil. Een belangrijk verschil met vroeger is dat de Russen en de Amerikanen nu samen met de Europeanen in de ruimte actief zijn: denk maar aan het gemeenschappelijke ruimtestation ISS. Daarnaast heeft de ruimtevaart gezorgd voor de ontwikkeling van dingen die anders niet mogelijk waren geweest: denk maar aan navigatieapparatuur als de Tomtom.
Astronaut worden?
Dan moet je voldoen aan een aantal voorwaarden.
Algemene voorwaarden:
- Je moet een inwoner zijn van één van de ESA lidstaten (Europese ruimtevaartorganisatie)
- Je bent tussen de 27 en 37 jaar
- Je bent tussen de 1.53 meter en 1.90 meter lang
- Je kunt uitstekend Engels lezen, begrijpen en spreken
- Je hebt een universitaire opleiding met minimaal drie jaar relevante ervaring daarna
- Vliegervaring is een pré
- Russisch kunnen spreken is een pré
Medische voorwaarden
- Goede gezondheid en gewicht
- Psychisch gezond en sterk
- Sterke lichaamsfuncties (spieren, hart, evenwicht)
Psychologische eisen
- Goed kunnen redeneren, onthouden, concentreren en oriënteren
- Sterke motoriek
- Hoge motivatie
- Flexibel
- Groepsgevoel
- Afkeer van agressie
- Emotioneel stabiel
Professionele eisen
- Brede wetenschappelijke interesse
- Goede professionele en operationele vaardigheden
Als je goed gezond bent, als je enkele van alle genoemde eigenschappen bezit, en als je buitengewoon goed bent in een bepaalde professie of specialiteit, dan maak je een hele goede kans. Je moet natuurlijk wel bereid zijn je leven totaal aan je werk te wijden - er zijn weinig compromissen mogelijk omdat heel veel van je verwacht wordt zodra men je als astronaut ziet. Daarom zijn de belangrijkste vereisten doorzettingsvermogen en motivatie.
Gevaarlijk beroep
Is astronaut zijn gevaarlijk? Natuurlijk, je werkt uiteindelijk immers in een levensgevaarlijke omgeving. Maar als je het werkelijk wilt, dan is het zeker de moeite en het risico waard. Maar je bent niet de enige die wel eens gewichtloos rond wil neuzen in de ruimte. Toen de Nasa in 2008 vacatures had voor 16 astronauten solliciteerden er zo’n 22.000 mensen. Van deze sollicitanten waren er rond de 5000 geschikt.
