Rijke, westerse landen geven hulp aan arme ontwikkelingslanden. Er zijn drie vormen van ontwikkelingshulp: gouvernementele hulp (van de overheid), non-gouvernementele hulp (van stichtingen) en particuliere hulp.
Ontwikkelingshulp kan bestaan uit financiële hulp (geld), technische hulp (opleidingen, voorzieningen) en voedselhulp. Deze hulp kan van een land komen (bilaterale hulp) of van meerdere landen. Als meerdere landen samen hulp geven heet dat multilaterale ontwikkelingshulp.
Invloed van ontwikkelde landen
Belangrijk is dat de ontwikkelde en onderontwikkelde landen invloed op elkaar uitoefenen. Het land dat hulp geeft, verwacht namelijk een tegendienst. Technische hulp wordt daarom vaak gegeven door mensen uit het hulp biedende land. Of producten worden met het beschikbaar gestelde geld gekocht in het land van de donor.
Handel met ontwikkelingslanden
Een belangrijk aspect bij de verschillen tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden is de handel die er gevoerd wordt. Ontwikkelingslanden krijgen soms te maken met importheffingen of andere handelsbeperkingen. Ontwikkelde landen hebben er belang bij hebben dat een wereldprijs hoog blijft. Op deze manier werken de rijke landen de ontwikkeling van de ontwikkelingslanden tegen. Ze hebben zo geen eerlijke kans om hun spullen te verkopen. Het resultaat hiervan is dat de producten uit de rijkere landen altijd goedkoper zijn dan producten uit ontwikkelingslanden.
Eerste, tweede en derde wereld
Het is duidelijk dat er verschillen zijn tussen westerse landen en ontwikkelingslanden in Afrika, Azië of Latijns-Amerika. Er zijn verschillen in onder andere inkomens, in gezondheidszorg, in watervoorzieningen en onderwijs. Deze verschillen benoemden we vroeger met de termen eerste wereld, tweede wereld en derde wereld. Een rijk westers land viel altijd onder de eerste wereld. Ex-communistische landen zoals Rusland vielen onder de tweede wereld. De arme ontwikkelingslanden vormden de derde wereld.
Overeenkomsten tussen ontwikkelingslanden en westerse landen
Maar er zijn niet alleen verschillen. Ontwikkelingslanden kennen dezelfde ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld in Nederland. Er zijn inmiddels veel mobiele telefoons en er worden enorme wolkenkrabbers gebouwd. En in Afrika was Big Brother Africa een enorm populair televisieprogramma. Toch kun je dit niet vergelijken met de Nederlandse maatschappij. Maar een heel klein deel van de Afrikaanse bevolking is rijk genoeg om dit allemaal te kunnen betalen.
