Vaak is door het gevolg van oorlog en conflict in een land de gezondheidszorg ingestort. Ziekenhuizen zijn verwoest en medisch personeel gedood of gevlucht. In de Democratische Republiek Congo zijn er bijvoorbeeld maar op elke 10.000 inwoners 1 arts en 5 verpleegkundigen. Het wegvallen van medische hulp heeft grote gevolgen voor moeders en hun gezinnen in oorlog.
Tijdens een oorlog is er een grotere behoefte aan medische zorg doordat mannen en vrouwen tijdens gevechten gewond raken. De gezondheid van alle mensen komt ook in gevaar wanneer basisvoorzieningen zoals schoon drinkwater en voedsel wegvallen; denk aan ondervoeding en uitdroging.
Epidemieën
In oorlogssituaties is er vaak een risico voor uitbraak van ziektes, zoals cholera, malaria en tuberculose. Cholera is een bacteriële infectie die wordt verspreid via besmet water. Cholera veroorzaakt diarree, ernstig braken en spierkrampen. Zonder snelle behandeling, sterft ongeveer 50% van de mensen met cholera aan uitdroging. Het is dus van groot belang dat gezinnen toegang hebben tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen.
Medische voorzieningen
Tijdens een oorlog zijn ziekenhuizen vaak beschadigd of vernietigd en kunnen daardoor niet of nauwelijks nog functioneren. Ook zijn artsen en verpleegkundigen vaak gevlucht of durven niet meer naar hun werk omdat het simpelweg te onveilig is. Hulpverleningsorganisaties als het Rode Kruis proberen medische hulp in oorlogsgebieden te bieden. Bijvoorbeeld met mobiele klinieken en het bevoorraden van lokale ziekenhuizen en klinieken. Daarnaast worden watertanks, latrines en douches gebouwd in vluchtelingenkampen. Door vluchtelingenkampen te voorzien van schoon water en sanitaire voorzieningen, wordt de kans op uitbraak van epidemieën, zoals cholera, verkleind.


