Bio-Bits Bovenbouw: De maakbare mens

Vak:
Biologie

Opdrachten De maakbare mens

Vragen en opdrachten bij Bio-Bits

genetische vingerafdruk

genetische vingerafdruk

Hier vind je vragen en opdrachten bij het dossier De maakbare mens van Bio-Bits. Gebruik de informatie op Eigenwijzer bij het beantwoorden van de vragen. Antwoorden krijg je door je muis bij het woord 'antwoord' te houden.

 

 

 


Kijkvragen Prikkelverwerking

Vraag 1
Uit welke twee onderdelen bestaat het centrale zenuwstelsel?

Antwoord:
De hersenen en het ruggenmerg.

Vraag 2
Leg uit welke rol neurotransmitters spelen bij signaaloverdracht.

Antwoord:
Zintuigcellen zijn via synapsen aangesloten op de sensorische neuronen. Prikkeling van deze zintuigcellen leidt tot het vrijkomen van een neurotransmitter in de synaptische spleet. De neurotransmitter kan in het aangesloten sensorische neuron (a) een EPSP (excitatoir postsynaptisch potentiaal) veroorzaken (b) een IPSP (inhibitoir postsynaptisch potentiaal). Bij bewuste beweging gaat het proces de andere kant op.

Vraag 3
In het programma wordt een doof meisje geholpen met een cochleair implantaat.

a. Waar in het oor zitten de zintuigcellen die geluid waarnemen?

Antwoord:
In het slakkenhuis.

b. Leg uit waarom de gehoorzenuw nog intact moet zijn om een cochleair implantaat succesvol toe te kunnen passen.

Antwoord:
Omdat een cochleair implantaat niet het geluid versterkt zoals gehoorapparaten doen, maar het geluid omzet in elektrische impulsen die door de gehoorzenuw naar de hersenen gebracht worden.

Vraag 4
Josper heeft een dwarslaesie. Hij kan zijn benen niet meer bewegen, maar wel zijn armen.

a. Verklaar waarom Josper wel zijn armen, maar niet zijn benen kan bewegen.

Antwoord:
Bij een dwarslaesie zijn zenuwbanen van het ruggenmerg onderbroken, waardoor uitval van zenuwen ontstaat die onderdat niveau van het ruggenmerg ontspringen. Bij Josper zit de dwarslaesie dus onder de plek van het ruggenmerg waar de zenuwen die de armspieren aansturen uitkomen.

b. Josper zit bij de dokter op de behandeltafel. Als Josper een tik onder zijn knieschijf krijgt, ontstaat in zijn onderbeen een spasme. Verklaar hoe dit kan.

Antwoord:
Een reflex ontstaat doordat de sensorische zenuw prikkels, als gevolg van de tik, naar het ruggenmerg brengt. Daar wordt via schakelcellen een motorische zenuw geprikkeld. De motorische zenuw veroorzaakt spiersamentrekkingen in de spier van het onderbeen

c. Wat zegt het spasme over Jospers mogelijkheid met een speciale fiets te kunnen fietsen? Leg je antwoord uit.

Antwoord:
De betreffende motorische zenuwen die onder het niveau van de dwarslaesie zitten kunnen soms nog prikkels geleiden en daarmee de spier aansturen, ze krijgen alleen geen opdracht van de hersenen meer. Als met een speciale broek met elektroden de motorische neuronen geprikkeld worden, kunnen de prikkels gebruikt worden om te fietsen.

Vraag 5
Mensen met amyotrofische lateraal sclerose (ALS) verliezen de kracht in hun spieren. Patiënten gaan over het algemeen snel achteruit en sterven meestal doordat ook de long- en ademhalingsspieren verlamd raken.

a. Welk type neuronen zijn betrokken bij ALS?

Antwoord:
Amyotrofische lateraal sclerose is een aandoening van de motorische hersenschors (cortex) en de motorische neuronen.

b. Hoe komt het dat deze neuronen bij als afsterven?

Antwoord:
Hersenschors wordt overactief, overmaat aan neurotransmitter glutamaat, motorische zenuwen ruggenmerg wordt ‘overgestimuleerd’,dit tast deze zenuwen aan

c. Hoe komt het dat bij ALS spierfuncties uitvallen?

Antwoord:
Motorische neuronen die normaal de spieren aansturen gaan dood, de spieren worden niet meer geprikkeld

d. Met transcraniële magnetische stimulatie (TMS) wordt in de hersenen een magnetisch veld opgewekt. Hoe zou TMS kunnen bijdragen aan de behandeling van ALS?

Antwoord:
Door TMS is het mogelijk de activiteit van de motor hersenschors te remmen. Uit onderzoek zal moeten blijken of op deze manier de ziekte behandeld kan worden.

e. Hoe zou Brain Computer Interfacing (BCI) een ALS-patiënt kunnen helpen?

Antwoord:
Als alle motorische neuronen uitgeschakeld zijn kan een als-patiënt niet meer communiceren, dan kan hij door te denken nog een computer aansturen.

Bekijk Bio-Bits aflevering 100 en beantwoord daarna onderstaande vragen. Antwoorden krijg je door de muis naast het woord 'antwoord' te houden.

Kijkvragen voortplanting

Vraag 1
Het krijgen van kinderen is niet voor iedereen vanzelfsprekend.

a. Noem tenminste drie mogelijke oorzaken van onvruchtbaarheid bij mannen en vrouwen.

Antwoord: Verminderde kwaliteit (en kwantiteit) sperma, hormonale aandoening, chlamydia-infectie die tot verstopte eileiders heeft geleid als gevolg van littekenweefsel, oudere leeftijd vrouw.

b. Bij welke partner ligt veelal de oorzaak van onvruchtbaarheid?

Antwoord: 30% van de gevallen ligt de oorzaak bij de bij de man, in 30% van de gevallen ligt de oorzaak bij de vrouw, in 30% is het een combinatie van afwijkingen bij beide partners, terwijl bij ongeveer 10% van de paren geen afwijkingen gevonden worden die de verminderde vruchtbaarheid zouden kunnen verklaren.

Vraag 2
Geef een korte beschrijving van de techniek van TESE.

Antwoord: Bij TESE (testiculaire sperma-extractie) wordt middels een microchirurgische operatie van de zaadbal zaadcellen gewonnen. Dit kan worden toegepast bij mannen waarbij zaadcellen ontbreken in het sperma.

Vraag 3
Wat is het verschil tussen IVF en ICSI?

Antwoord: Bij ICSI wordt de zaadcel in de eicel geïnjecteerd, bij IVF brengt men één eicel samen met (ongeveer 100.000) zaadcellen en wacht men op spontane bevruchting door een van de zaadcellen.

Vraag 4
Bij IVF/ICSI, en soms ook bij KI/IUI, krijgt een vrouw medicijnen toegediend. Dit kunnen middelen zijn om de groei van een follikel te bevorderen; de eisprong te stimuleren of het baarmoederslijmvlies voor te bereiden op de innesteling van het embryo. De medicijnen die toegediend worden lijken op hormonen die ook bij een natuurlijke bevruchting een rol spelen:

* luteïniserend hormoon (LH)
* follikel stimulerend hormoon (FSH)
* progesteron

a. Welk van deze hormonen bevordert de groei van een follikel?

Antwoord: FSH

b. Welk van deze hormonen stimuleert de eisprong?

Antwoord: LH

c. Welk van deze hormonen bereidt het baarmoederslijmvlies voor op de innesteling van het embryo?

Antwoord: Progesteron

Vraag 5
Welk(e) van de volgende beweringen is/zijn ONjuist?

a. Als de gesprongen eicel niet bevrucht wordt, wordt het baarmoederslijmvlies afgebroken.
b. Een eicel wordt in één van de eierstokken bevrucht.
c. Een embryo nestelt zich in het baarmoederslijmvlies.
d. Een embryo ontvangt zuurstof en voedsel via de vruchtvliezen.
e. Gameet is een andere naam voor bevruchte eicel.

Antwoord: B, D, E

Vraag 6
Veel zwangerschappen ontstaan tegenwoordig met behulp van fertiliteitstechnieken.

a. Hoeveel zwangerschappen ontstaan door terugplaatsing van een ingevroren embryo?

Antwoord: 1:300 (in 2008)

b. Welke andere onderzoeksmogelijkheden biedt het invriezen van embryo’s?

Antwoord: Pre-implantatie genetische diagnostiek (pgd), stamcellenonderzoek.

Bekijk Bio-Bits aflevering 101 en beantwoord daarna onderstaande vragen. Antwoorden krijg je door de muis naast het woord 'antwoord' te houden.

Kijkvragen veroudering

Vraag 1

De levensverwachting is de afgelopen eeuwen gestegen. Hoe komt dit? Noem tenminste twee oorzaken.

Antwoord: Door onder andere verbeterde hygiëne (persoonlijke hygiëne, maar ook waterleiding, en riolering), verbeterde voeding, verbeterde medische technologie (onder andere vaccinatie) en de komst van een georganiseerde gezondheidszorg.

Vraag 2
Bij het ouder worden treedt in veel organen slijtage op. Dit verval kan leiden tot lichamelijke en geestelijke gebreken.

a. Wat is de onderliggende oorzaak van de orgaanslijtage die samengaat met veroudering?

Antwoord:Aftakeling van het lichaam komt door veranderingen in het functioneren van de cellen door blijvende veranderingen in het DNA. Cellen ondergaan geprogrammeerde celdood (apoptose) wanneer DNA-beschadigingen niet meer te herstellen zijn. Er worden minder cellen bijgemaakt dan er dood gaan.

b. Op welke leeftijd begint de slijtage?

Antwoord: Vanaf je twintigste gaan er meer cellen dood dan er bijkomen. Niet in alle organen is dat even sterk en ook de leeftijd verschilt per individu.

Vraag 3
Elke celdeling verloopt volgens een vast patroon; de celcyclus. Een celcyclus bestaat uit een aantal stappen.

a. Zet de volgende fasen van de celcyclus in de juiste volgorde: [1] celdeling, [2] M-fase, [3] G1-fase, [4] G2-fase, [5] S-fase, [6] specialisatie.

Antwoord: [3], [5], [4], [2], [1], [6].

b. Schrijf voor ieder van de volgende gebeurtenissen op in welk van de fasen ze plaatsvinden:

* DNA-replicatie
* toename van het cytoplasma
* eiwitsynthese

Antwoord: DNA-replicatie vindt plaats in de S-fase, toename van het cytoplasma neemt plaats in de G1-fase, eiwitsynthese vindt plaats in de G2-fase.

Vraag 4
Noem drie mogelijke oorzaken voor het ontstaan van een mutatie.

Antwoord: Door straling (bijv. UV- en röntgenstraling), door chemische stoffen (bijv. van sigarettenrook) en door vrije radicalen die vrijkomen bij de stofwisseling.

Vraag 5
Tijdens de celcyclus wordt in de cel op verschillende momenten gecontroleerd of het DNA beschadigingen of fouten bevat.

a. Als het DNA beschadigd is of fouten bevat, zijn er twee mechanismen die kunnen plaatsvinden. Welke twee zijn dat?

Antwoord: Mechanisme 1: kleine fouten worden hersteld door het DNA-herstelmechanisme (NER-eiwitten) dat beschadigd DNA repareert voor het gekopieerd wordt. Mechanisme 2: als de fouten te groot zijn, gaat de cel in apoptose (geprogrammeerde celdood).

b. Leg uit hoe het komt dat kinderen met het Cockaynesyndroom zo snel verouderen.

Antwoord: Bepaalde DNA-hersteleiwitten worden bij deze patiënten niet gemaakt. Hierdoor kan beschadigd DNA niet hersteld worden, en gaan meer cellen dood (in apoptose).

Vraag 6
In stamcelonderzoek wordt geprobeerd een stamcel buiten het lichaam te laten differentiëren.

a. Waaruit worden de stamcellen gehaald die in het onderzoek worden gebruikt?

Antwoord:
Men oogst embryonele stamcellen met behulp van enzymen uit blastocysten. Deze blastocysten zijn overblijfselen van IVF-behandelingen die na schriftelijke toestemming van beide ouders gebruikt mogen worden voor wetenschappelijk onderzoek.

b. Waarom worden bij onderzoek naar de differentiatie van stamcellen kippenembryo’s gebruikt?

Antwoord:
Kippenembryo’s zijn vergelijkbaar met humane embryo’s. Endodermcellen zijn nodig om de stamcellen tot hartcellen te laten differentiëren.

c. Hoe kunnen in de toekomst stamcellen gebruikt worden in de strijd tegen ouderdom?

Antwoord:
Om beschadigde cellen te vervangen. Wetenschappers verwachten dat in de toekomst uit stamcellen alle soorten weefsels en volledige organen gekweekt kunnen worden die gebruikt kunnen worden om oude, versleten organen te vervangen.

Vraag 7
Parkinson

a. Wat is de oorzaak van de ziekte van Parkinson?

Antwoord:
De fijne motoriek en coördinatie van de bewegingen worden door een gebied diep in onze hersenen verzorgd: de substantia nigra. De signalen worden met name overgebracht door de neurotransmitter dopamine. Bij de ziekte van Parkinson gaan de hersencellen van de substantia nigra sneller dood. Hierdoor ontstaat een tekort aan dopamine waardoor minder signalen worden verwerkt. Het gevolg is dat de aansturing van spierbewegingen aangetast wordt.

b. Wat zijn de symptomen van de ziekte van Parkinson?

Antwoord:
Vooral motorische symptomen zoals rigiditeit (stijfheid), bradikinesie (traagheid in bewegen), akinesie (moeilijk in beweging komen) en tremor (beven).

c. Kunnen medicijnen de ziekte genezen? Licht je antwoord toe.

Antwoord:
De medicijnen richten zich op de hoeveelheid of werking van dopamine. De therapie stopt de ziekte niet omdat dopamine niet het afsterven van de zenuwcellen uit de substantia nigra stopt. Na een aantal jaren worden de medicijnen minder effectief, maar kan door bijwerkingen de dosering ook niet verhoogd worden.

d. Hoe kan met een diepe hersenstimulatie (DBS = deep brain stimulation) de ziekte behandeld worden?

Antwoord:
Deep brain stimulation (DBS) levert continue hele zwakke stroomstootjes aan de hersenen. Artsen weten niet precies hoe de impulsen werken, maar het lijkt erop dat zij het abnormale vuren van de aangedane neuronen blokkeren. DBS vermindert ongeveer 50% tot 60% van de symptomen, met inbegrip van trillingen, stijfheid en traagheid. DBS doet niets voor de symptomen van de ziekte die niet-bewegingsgerelateerd zijn, zoals depressie, bezorgdheid en geheugenverlies.

Bekijk Bio-Bits aflevering 102 en beantwoord daarna onderstaande vragen. Antwoorden krijg je door de muis naast het woord 'antwoord' te houden.

Kijkvragen Erfelijke ziektes

Vraag 1
Hoe worden erfelijke eigenschappen doorgegeven aan nakomelingen?

Antwoord:
Tijdens de meiose worden de chromosomenparen verdeeld over de geslachtscellen. Tijdens de bevruchting worden chromosomen van beide ouders gecombineerd.

Vraag 2
Bij prenataal onderzoek wordt tijdens de zwangerschap onderzocht of het nog ongeboren kind bepaalde erfelijke of aangeboren afwijkingen heeft. Prenataal onderzoek is niet zonder risico. In de aflevering wordt uitgelegd dat er een nieuwe techniek in ontwikkeling is, waarbij alleen een kleine hoeveelheid bloed van de zwangere vrouw nodig is. Wat voor soort genetische afwijkingen kunnen met deze techniek aangetoond worden? Leg je antwoord uit.

Antwoord: Omdat het foetale DNA is vermengd met DNA van de moeder, en het hele mengsel de techniek ondergaat, kan nu alleen nog op afwijkingen en genetische eigenschappen getest worden waarvan zeker is dat ze niet te vinden zijn in het DNA van de moeder.

Vraag 3
Leg voor onderstaande erfelijke aandoeningen uit hoe de overerving verloopt. Maak daarbij gebruik van de woorden autosomaal of x-chromosomaal, dominant of recessief.

A. cystic fibrose
B. hemofilie
C. Huntington

Antwoord: a. Autosomaal recessief, b. X-chromosomaal recessief, c. Autosomaal dominant.

Vraag 4
Gentherapie is het inbrengen van genetisch materiaal in (menselijke) cellen.

a. Leg uit welke rol virussen spelen bij gentherapie.

Antwoord: Een goed werkend gen wordt in het DNA/RNA van een virus ingebracht. Alle gevaarlijke delen van het virus worden verwijderd, zodat het virus geen ziekte meer kan veroorzaken. De virussen infecteren het juiste deel van het lichaam doordat aan de virussen ook een promotor is toegevoegd die bindt aan receptoren van cellen van het doelorgaan. Het virus infecteert de doelcellen en integreert het gen tussen het DNA van de ontvangende cel.

b. Voor welk type erfelijke aandoeningen zou gentherapie geschikt kunnen zijn? Leg je antwoord uit.

Antwoord: Voor recessieve aandoeningen, omdat een ingebracht gen het werk kan overnemen van de genen die stuk zijn.

Vraag 5
Een nieuwere vorm van gentherapie maakt gebruik van RNA-interferentie (RNAi).

a. Leg uit wat RNAi doet.

Antwoord: RNAi breekt werkkopieën van het DNA af (mRNA). Dit mRNA kan dan niet meer vertaald worden naar eiwitten.

b. Voor welk type erfelijke aandoeningen zou RNAi geschikt kunnen zijn? Leg je antwoord uit.

Antwoord: Voor dominante aandoeningen, omdat bij die aandoeningen genen eiwitten maken die er juist niet zouden moeten zijn. Door deze genen uit te schakelen, worden de eiwitten niet meer gemaakt.


Bionisch oog
Verdiepingsopdracht bij aflevering 99

Een cochleair implantaat is een neuroprothese voor doven of ernstig slechthorenden. Belgische onderzoekers proberen ook een neuroprothese te maken voor blinden: het bionische oog.

Bionisch oog laat blinden weer 'zien'
Bekijk de Beeldbankclip over het bionische oog.

Stel dat blinden behandeld kunnen worden met een bionisch oog. Schrijf een informatiefolder (A4) over de werking van het bionische oog. Leg in ieder geval de volgende onderwerpen uit:

* De anatomie van het menselijk oog.
* De manier waarop beeldinformatie de hersenen bereikt.
* Waar een patiënt aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor een behandeling.
* De werking van het bionische oog.

Links
Camerabril helpt blinden zien


Brein-computer interfaces
Verdiepingsopdracht bij aflevering 99

Lees onderstaand artikel (Bronnen: Noorderlicht, 26 oktober 2004 en 29 mei 2008; De Volkskrant, 17 mei 2008; Kijk, maart 2008).

Telekinese
Op allerlei plekken werken wetenschappers en technici aan manieren om computers en andere apparaten direct met je hersenen te besturen.

Een machine besturen met het brein is voor een aantal resusaapjes uit Pittsburgh in 2008 realiteit geworden. De aapjes kunnen zichzelf voeren door een robotarm met hun gedachten marshmallows en stukjes fruit te laten pakken. Sondes zo dun als een haar zijn in een specifiek gedeelte van de motorische cortex gestoken. Deze sturen signalen van de hersenen door naar een computer die de robotarm in beweging zet.

Een Amerikaanse ontwikkelaar van spellen komt eind 2008 met een draadloze helm waarmee je kunt gamen. Grimassen, glimlachen en bewegingen die je in het echt maakt, worden overgezet naar je spelpersonage.

In Amerika werd onlangs ook de ‘Braingate’ gelanceerd, een hersenchip waarmee verlamde mensen hun computer en hun televisie kunnen besturen, louter op gedachtekracht.

Opdracht
Om met je gedachten computers aan te kunnen sturen, moeten die gedachten wel ontcijferd kunnen worden. Met behulp van beeldvormende technieken zoals EEG en fMRI zijn onderzoekers hard op weg de betekenis van de elektrische signalen in de hersenen te ontrafelen. Zo zouden we straks ‘gedachten’ kunnen lezen. Maar hoe kan dit gebruikt worden op school, op het werk of in het strafrecht? Houd een debat over de stelling: ‘De mogelijkheid om gedachten te kunnen lezen is een waardevolle technologische ontwikkeling.’

Links
Brain Gain Radboud Universiteit Nijmegen
Donders Institute Nijmegen


Donorgegevens kunstmatige bevruchting
Verdiepingsopdracht bij aflevering 100

Sinds 1 juni 2004 is de wet ‘Donorgegevens kunstmatige bevruchting’ van kracht. Kinderen ouder dan 16 jaar, geboren met behulp van kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID), hebben volgens de wet het recht de identiteit van de zaaddonor te leren kennen. De donor is ten tijde van de inseminatie wel anoniem.

Zaaddonor of niet?

Geef je mening.

a. Welke argumenten zouden pleiten voor anonimiteit van de donor? En welke argumenten pleiten tegen? Ben jij voor of tegen anonieme donoren?

b. Een donor mag maar een beperkte hoeveelheid kinderen verwekken. Als jij sperma zou doneren, hoeveel kinderen zou je dan maximaal willen verwekken? Zou je er anders over denken als je anonieme donor bent?

c. Spermadonor word je niet zomaar. Je krijgt een intakegesprek, en je bloed en sperma wordt onderzocht. Waar zal men zeker naar vragen en kijken?

Links
Patiëntenfolder spermadonoren AMC
Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting



Cryopreservatie
Verdiepingsopdracht bij aflevering 100

Door allerlei ontwikkelingen op medisch wetenschappelijk gebied kunnen steeds meer vrouwen zwanger worden. Ook op hogere leeftijd.

Geef je mening

a. Aan het invriezen van eierstokweefsel, eicellen of embryo’s kleven nogal wat ethische problemen. Zoek drie argumenten op die pleiten voor het invriezen en drie argumenten tegen. Ben jij voor of tegen het invriezen van eierstokweefsel, eicellen of embryo’s?

b. De leeftijd waarop vrouwen in de westerse wereld kinderen krijgen wordt steeds hoger. De medische technologie helpt de leeftijdsgrens op te rekken. Geef drie redenen waarom steeds meer vrouwen op latere leeftijd kinderen krijgen. Wat vind jij: zou er een uiterlijke grens moeten zijn waarop vrouwen kinderen mogen krijgen? Zo ja, op welke leeftijd dan?

Links
Alles over onvruchtbaarheid
Freya



Telomeren
Verdiepingsopdracht bij aflevering 101

Bekijk de Beeldbankclip over telomeren.

Telomerase is een enzym dat ervoor zorgt dat de telomeren in stand blijven. De meeste lichaamscellen beschikken niet over telomerase.

a. Welke lichaamcellen bevatten telomerase?
b. Stel dat we ervoor kunnen zorgen dat iedere lichaamscel het enzym telomerase bevat. Waarom zou dat geen goede oplossing zijn tegen veroudering?


Superoud
Verdiepingsopdracht bij aflevering 101

Limiet van langer leven is in zicht
Rond 1840 werd een westerling hooguit 45 jaar. Die leeftijdsverwachting is nu bijna verdubbeld. Door factoren als verbeterde gezondheidszorg en voeding en vaccinaties kwam er elk jaar gemiddeld drie maanden levensverwachting bij. Voor sommige statistici een reden om deze historische lijn naar de toekomst door te trekken. Op termijn, omstreeks 2200, levert dat zo een levensverwachting van meer dan 150 jaar op. ‘Onwaarschijnlijk en theoretisch, zo’n extreem cijfer. Science fiction,’ zegt het CBS.

[bewerkt naar: De Volkskrant, 22 december 2007]


a. Maximale leeftijd
Hoe oud denk jij dat de mens in 2200 zou kunnen worden? Zoek op internet naar biologische, statische en/of medische onderbouwingen. Maak hierover een korte Powerpoint-presentatie.

b. Klimaat? Cultuur?
Op een aantal plaatsen op de wereld worden mensen opvallend oud. Dieet, klimaat en sociale omstandigheden lijken een rol te spelen. Zoek op internet welke plaatsen dat zijn. Welke omstandigheden lijken daaraan bij te dragen? Kun je goede (wetenschappelijke) bewijzen vinden?

Links
De toekomst van onze levensverwachting
Ouder worden


Erfelijke ziektes
Verdiepingsopdracht bij aflevering 102

Onderzoekers komen steeds meer te weten over de genetische oorzaken van ziekten. Zo blijkt ook bij ziektes als multiple sclerose, type 1 diabetes en in ieder geval tien procent van alle vormen van kanker overerving een rol te spelen.

a. Zoek uit waarom bovengenoemde ziekten veel moeilijker te genezen zullen zijn met gentherapie of RNA-interferentie.

B. Preïmplantatie genetische diagnostiek (PGB) is een methode waarmee een embryo, verkregen door IVF, te testen is op ernstige erfelijke aandoeningen. Vervolgens kan besloten worden een embryo zonder aandoeningen te implanteren in de baarmoeder, en de embryo’s met genetische afwijkingen te vernietigen of voor onderzoek te gebruiken. PGB is een methode waar mensen vaak verschillend tegenover staan. Stel, je zit in een adviesorgaan dat voor de regering een rapport moet schrijven waarin voorwaarden staan voor het toestaan van PGB. Schrijf in maximaal een half A4’tje jouw advies aan de regering.


Genetische zelftests
Zou jij hem gebruiken?

Lees onderstaand artikel

Genetische zelftests voorbarig en misleidend
AMSTERDAM – De genetische zelftests die bedrijven aanbieden op internet deugen niet. De uitkomsten zijn ‘voorbarig en misleidend’.

Dat concluderen onderzoekers van het Erasmus MC en een Amerikaanse groep na vergelijkend onderzoek donderdag in het American Journal of Human Genetics. De zelftests meten volgens de bedrijven op basis van een DNAmonster of de klant risico loopt op bepaalde ziekten. Ze maken een genetisch profiel door bij een aantal genen te kijken welke variant de klant heeft. De bedrijven koppelen aan de uitkomst gezondheids- en dieetadviezen. In veel gevallen blijkt helemaal geen wetenschappelijk bewijs te zijn dat de genen waarmee de tests werken het risico op bepaalde ziekten verhogen. Van de in totaal 56 genen die de bedrijven gebruiken en die verband zouden houden met het ontstaan van ziektes als diabetes, osteoporose en hart- en vaatziekten, blijken er 24 niet voor te komen in de literatuur. Van de overige 32 genen blijkt slechts 38 procent een ‘statistisch relevante relatie’ te hebben met een ziekte. Soms gaat het om een heel andere ziekte dan de bedrijven claimen. Complexe ziektes, waarbij meerdere genen betrokken zijn, kunnen bovendien nog helemaal niet vanuit het DNA worden voorspeld.
[bewerkt naar: De Volkskrant, 8 maart 2008]

Zoek op en geef je mening
Zoek op internet naar sites waar genetische zelftests aangeboden worden. Beschrijf welke genetische afwijkingen, of de risico’s daarop, de test meet. Noem drie argumenten voor en drie argumenten tegen het gebruik van dna-zelftests.

Geef je mening:

Stelling 1: De overheid moet de verkoop van genetische zelftesten reguleren.
Stelling 2: Ik zou zelf nooit een genetische zelftest doen.

Over wat ‘gewenste’ en ‘ongewenste’ genen zijn kun je discussiëren.
Vind je het juist om een gen te vervangen door een ander in het geval van:

a. een levensbedreigende ziekte zoals spierdystrofie
b. een ‘hazenlip’
c. kaalheid.