Hoe oud je wordt, is grotendeels afhankelijk van de staat van je organen. Bij het ouder worden sterven er meer cellen dan er bij komen. Voor de afzonderlijke organen betekent dat uiteindelijk achteruitgang van functie.
Wanneer de functie van een orgaan te sterk vermindert kan dit tot ziekte, of zelfs de dood leiden. In principe kunnen oude, zieke, of beschadigde organen vervangen worden.
Transplantatie of kunstmatig implantaat
Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door orgaantransplantatie of door een kunstmatig implantaat. Orgaantransplantaten kunnen van jezelf (autotransplantatie), van een mens met dezelfde genetische opbouw (tweelingzus of –broer) (isotransplantatie), van een ander mens (allotransplantatie) of van een dier (xenotransplantatie) komen.
Problemen bij transplantatie
Je kunt niet zomaar een orgaan van het ene persoon naar de andere overzetten. Het lichaam van de ontvanger kan het ‘nieuwe’ orgaan afstoten. Dit komt omdat de lymfocyten het getransplanteerde orgaan kunnen herkennen als ‘vreemd’ en daarop antistoffen produceren. Alle cellen in je lichaam dragen antigenen op hun celmembraan. Ze zijn kenmerkend: niemand ter wereld heeft precies diezelfde antigenencombinatie als jij, tenzij je een eeneiige tweelingzus of –broer hebt. Bij een transplantatie let een arts erop dat de antigenen van de donor zoveel mogelijk overeenkomen met die van de ontvanger. Verschillende organen en weefsels kunnen van mens op mens getransplanteerd worden, zoals:
- Huid
- Hoornvlies
- Hart
- Lever
- Nieren
- Beenmerg
Xenotransplantatie
Xenotransplantatie is het transplanteren van organen of weefsels tussen verschillende soorten (meestal tussen mens en dier). Hierbij is er grote kans dat een orgaan wordt afgestoten. Omdat cellen van een ander diersoort zo sterk verschillen van de mens, wordt een orgaan van een dier vrijwel direct aangevallen en vernietigd. Dit maakt xenotransplantatie bij iemand met een intact immuunsysteem bijna onmogelijk.
Varkens en runderen
Alleen varkens- en runderhartkleppen kunnen nu zonder probleem worden getransplanteerd. Deze kunnen zodanig bewerkt worden dat ze uit zo weinig mogelijk verschillende, en zo min mogelijk immunogene bestanddelen bestaan. Wat overblijft is een transplantaat van bindweefsel dat helemaal vrij is gemaakt van cellen.
Genetische manipulatie
In de toekomst zouden misschien in donordieren met genetische manipulatie de belangrijkste immunogene lichaamsvreemde eiwitten kunnen worden vervangen door menselijke. Afstotingsreacties zouden dan minder hevig moeten zijn.
Kunstonderdelen
Een kunstmatig orgaan is een door de mens gemaakt orgaan dat een natuurlijk orgaan moet vervangen, zodat een specifieke functie hersteld wordt. Een kunstmatig orgaan is iets anders dan iets in het lichaam dat aan andere apparaten buiten het lichaam gekoppeld moet zijn, zoals een nierdialysemachine.
Voorbeelden
Het bekendste voorbeeld hiervan is de pacemaker. Dit is een apparaat dat het hart ondersteunt. Het geeft prikkels af, zodat het hart regelmatig en met een juist tempo blijft kloppen. Ook bestaan er kunstkleppen; niet alleen voor hartkleppen, maar ook voor kleppen in het maagdarmkanaal, in het bijzonder voor de kringspier aan het einde van de maag (maagportier). Kunstlongen beloven in de toekomst een groot succes te worden.
De huidige kunstharten kunnen een patiënt maximaal anderhalf jaar in leven houden en worden daarom alleen gebruikt wanneer patiënten wachten op een harttransplantatie en die zonder dood zouden gaan. De heup is geen orgaan, maar wordt wel vaak vervangen door een kunstmatige heupprothese bij oudere mensen, die een grotere kans hebben op botbreuken en –slijtage doordat het botweefsel ontkalkt en daardoor brozer wordt (osteoporose).
