Een fietsenmaker, een bakker, een chirurg en een kantoormedewerker doen heel verschillend werk. Er zijn vele honderden verschillende beroepen. Om daar een beetje overzicht in te krijgen, verdelen we ze in sectoren. Er zijn er 3.
De eerste of primaire sector
Bij de primaire sector horen alle beroepen waarin mensen iets uit de natuur halen. De meeste mensen in de primaire sector zijn boer. Zij gebruiken de bodem en planten om eten te produceren. Maar de primaire sector is meer dan alleen landbouw. Ook vissers en jagers rekenen we hiertoe. Verder zijn er bedrijven die steenkool, olie, aardgas of ertsen uit de grond halen. In Nederland zijn veel bedrijven die zand, klei en grind uit rivieren winnen. Ook die rekenen we tot de primaire sector.
De tweede of secundaire sector (industrie)
In de secundaire sector bewerken mensen en bedrijven de producten uit de primaire sector. Hierbij horen vooral alle fabrieken, of ze nu diepvriespizza’s of landbouwmachines maken. Daarom heet de secundaire sector ook wel de industrie. Ook mensen die buiten fabrieken dingen maken horen bij de secundaire sector. Denk bijvoorbeeld aan bakkers, bouwvakkers en meubelmakers.
De derde of tertiaire sector (diensten)
Alle mensen die een dienst leveren horen in de derde of tertiaire sector. Dat zijn mensen die niet iets maken dat je vast kunt houden. In Nederland werken verreweg de meeste mensen in deze sector. Hierbij horen leraren, artsen, advocaten, vrachtwagenchauffeurs, reclamemakers, winkelpersoneel, ict’ers, enzovoort.
Sectoren in Nederland
Aan de verdeling van de sectoren in een land kun je zien hoe welvarend het is. In rijke, westerse landen werken de meeste mensen in de derde, dienstensectoren. In ontwikkelingslanden werkt bijna iedereen in de landbouw en dus in de eerste sector. In landen als China, Korea, en India is de industriesector heel erg gegroeid in de afgelopen 20 jaar. Daar werken nu in alle 3 de sectoren veel mensen.

