Bij het maken van een stratenboek of wegenkaart komt veel kijken. Met alleen luchtfoto ben je er nog niet: bij een goede kaart hoort veel meer informatie.
Een kaart wordt gemaakt door een cartograaf. Dat gebeurt in 4 stappen.
De luchtfoto
Eerst wordt er een foto vanuit de lucht gemaakt. Dat gebeurde vroeger met een vliegtuig. Nu gaat dat vaak met satellietbeelden. Maar vliegtuigen zijn nog steeds belangrijk voor speciale fototechnieken.
Aanvullen van gegevens
De lucht- of satellietfoto moet aangevuld worden met allerlei gegevens. Je kunt op een foto bijvoorbeeld niet zien waar een gebouw voor is, hoe een weg heet of hoe hoog een berg is. Voor een thematische kaart zijn andere gegevens nodig dan voor een overzichtskaart.
Keuzes maken
Een kaart is nooit zomaar een weergave van een luchtfoto. Degene die de kaart tekent, de cartograaf, kiest wat hij wel en niet laat zien. Dat hangt af van de soort kaart. Hij kan:
- Dingen weglaten: Mensen, auto’s, bomen langs de weg, schepen komen niet op de kaart. Bij een thematische kaart ontbreken vaak hele steden, wegen en dergelijke. Bij overzichtskaarten zie je lang niet alle wegen en gebouwen.
- Dingen toevoegen: De cartograaf voegt namen en symbolen toe. Zo kun je op een stadsplattegrond aan symbolen zien waar het politiebureau, het postkantoor en een parkeerplaats is.
- Dingen vereenvoudigen: Een bos wordt een groen vlak. Een kronkelige rivier wordt bijna een rechte lijn. Een stad met tienduizenden gebouwen wordt een oranje vlak.
- Dingen overdrijven: De cartograaf maakt belangrijke dingen veel groter dan ze in werkelijkheid zijn. Op een wegenkaart is een snelweg breder dan een klein dorp. De tankstations zijn hier even groot als een halve stad.
De kaart tekenen
Vroeger tekende een cartograaf de kaart met de hand. Nu gaat dat met een computer. Daarna is de kaart klaar om gedrukt of digitaal gebruikt te worden.

