Broeikaswereld

Het Kyoto-protocol

Een wereldwijde afspraak om te minderen

energiecentrale

Sinds de jaren ’80 is klimaatverandering één van de belangrijkste onderwerpen van het milieubeleid van de overheid. Het is duidelijk dat CO2-uitstoot door de mens één van de oorzaken van klimaatverandering is. Daarom was en is het terugdringen van de uitstoot van CO2 één van de hoofddoelen in het klimaatbeleid van Nederland.

In 1989 werd in het eerste nationale milieubeleidsplan vastgelegd dat de uitstoot van CO2 in 2000 moest stabiliseren op het niveau van 1989-1990. Dat is niet gelukt. Er werden in de jaren daarna nog een aantal doelen gesteld, maar het was duidelijk dat klimaatverandering geen binnenlands probleem was, maar een internationaal probleem.

Verminderen

In 1997 is in Kyoto op een internationale conferentie afgesproken dat de industrielanden hun uitstoot van broeikasgassen in de periode van 2008-2012 met gemiddeld 5,2% moeten verminderen ten opzichte van 1990. Die 5,2% is een gemiddelde, de Europese Unie moet gemiddeld 8% verminderen en Nederland 6%.

Problemen met het Kyoto-protocol

Windmolen

Het heeft lang geduurd voordat het Kyoto-protocol in werking kon treden. Dit kwam doordat er in het begin onduidelijkheid was over de uitvoer van de afspraken. De problemen werden groter toen de Verenigde Staten in 2001 besloten om het protocol niet goed te keuren. De belangrijkste reden die de regering-Bush daarvoor gaf, was dat de afspraken te nadelig zouden werken op de Amerikaanse economie.

Rusland en het Kyoto-protocol

Doordat Amerika het verdrag niet ratificeerde, moest Rusland hun goedkeuring uitspreken om het protocol in werking te kunnen laten treden (een vereiste was dat minimaal 55 industrielanden met minimaal 55% van de CO2-uitstoot in 1990 het protocol ratificeerden). Pas in oktober 2004 keurde het Russische parlement het protocol goed. Het protocol is in februari 2005 in werking getreden.