Profielwerkstuk

Tips voor je werkstuk

Denk er niet te gemakkelijk over

Niet iedereen schrijft even gemakkelijk. En dat is vervelend. Terwijl sommige mensen alleen maar naar het papier hoeven te kijken om te beginnen met schrijven, doen anderen er weken over om iets goed op papier te krijgen. Daarom lees je hier tips voor als je een werkstuk moet maken.

De meeste tijdswinst ligt in een goede voorbereiding. Weet je waar je over wilt schrijven? Heb je alle informatie die je wilt hebben? En weet je wat je doel is? Als je dit op een rijtje hebt, moet het schrijven al niet erg moeilijk meer zijn.

Deelvragen

Je kunt globaal aanhouden dat de indeling van je onderzoek in deelvragen ook de indeling in hoofdstukken of paragrafen in je werkstuk wordt. Misschien slaag je erin om voordat je aan zo'n deelvraag begint, op basis van je verzamelde informatie weer een aantal deelvragen te formuleren. Dan kun je elk hoofdstuk of elke paragraaf als een apart betoog schrijven. Dat is heel handig. Alle betogen samen vormen dan kern/romp van je werkstuk. Als laatste hoef je dan alleen nog maar de eindconclusie te trekken en die in het slot te beredeneren.

Bronverwijzing

Indien je feitelijke gegevens uit bronnen overneemt of bronnen op andere wijze citeert, neem dan ter plekke een bronverwijzing op. Dat kan eenvoudig door de bronnen in je bronnenlijst te nummeren en dan bij zo'n verwijzing alleen het nummer van de bron op te nemen en de betreffende pagina uit de bron te noemen.

Back-up

Het schrijven van je werkstuk zul je waarschijnlijk niet in één dag kunnen doen. Denk er trouwens aan dat je steeds een back-up van je werkstuk maakt. Je bent namelijk niet de eerste die er achter zou komen dat al je werk ‘zomaar’ is verdwenen. En dat zou zonde zijn!

Corrigeren

Brief met pen

Ben je klaar met schrijven, laat het kladwerkstuk dan 1 of 2 dagen met rust. Print het dan en neem je eigen werk kritisch door. Doordat je een tijdje hebt gewacht met corrigeren van je werkstuk, ben je beter in staat om er kritisch naar te kijken. Neem daarom in je planning een paar dagen op waarin je niet naar het werkstuk kijkt. Let hierbij niet alleen op inhoudelijke fouten, maar ook op type- of spelfouten. Dat maakt een onverzorgde indruk en kan je punten kosten.

Voorkennis
Jij weet als geen ander alles af van je onderwerp. Jij hebt de moderne Zuid-Amerikaanse literatuur gelezen en de absurde werkelijkheid die daarin wordt beschreven, vergeleken met de historische werkelijkheid van de staten op dat continent. Het is dan heel verleidelijk zaken bij je leespubliek als bekend te veronderstellen, terwijl dat niet zo is. Doe dit niet! Je corrector zal in de marge grote rode vraagtekens zetten als je niet duidelijk bent.

Te grote gedachtensprong
Doordat je zelf zo thuis bent in je onderwerp, snap je zelf al heel snel wat je wilt vertellen. Je loopt dan kans dat je een redenering voor jezelf in je hoofd hebt die voor een deel berust op informatie die je nog niet hebt genoteerd in je werkstuk. Als je de redenering dan neerschrijft zonder dat je daarop let, maak je voor je lezerspubliek te grote gedachtesprongen. Ook dat zal je corrector met rood aanstrepen.