Profielwerkstuk

Vak:
Nederlands
Thema:
Literatuur
Onderwerp:
Bronnen

Informatie verzamelen

Doe je met een strategie

Stapel boeken

Als je de hoofd- en deelvragen voor je profielwerkstuk hebt bedacht, moet je informatie gaan verzamelen. Stel vast wat je allemaal nog niet weet, welke informatie wel of nog niet tot je beschikking staat.

Je hebt waarschijnlijk al een hoop schoolboeken vol informatie. Toch zul je zien dat juist de informatie die jij nodig hebt, daar niet in staat. Die moet je nog achterhalen.

Trefwoorden

Het slimste is om deze missende informatie te vinden door trefwoorden op te stellen. Dat zijn woorden die je kunt gebruiken om te zoeken in bibliotheken, literatuur, gegevensbestanden, via zoekmachines op internet enzovoort. Dat kunnen dus zowel begrippen zijn als namen van auteurs.

Pas op dat je de trefwoorden bij je onderwerp en vraagstelling niet te ruim formuleert. Anders loop je het gevaar bedolven te worden onder een lawine van informatie, die je vervolgens moet selecteren. Handiger is het om eerst te zoeken op een beperkt aantal kernbegrippen en pas als dat onvoldoende oplevert, andere trefwoorden te formuleren.

Ordenen van informatie

Orden de vindplaatsen per trefwoord; als je dan niet genoeg informatie vindt, weet je direct in welke richting je waarschijnlijk het meest kansrijk verder kunt zoeken of voor welke trefwoorden je in elk geval andere trefwoorden moet formuleren als je nog niet genoeg informatie gevonden hebt.

Zoeken naar informatie

Na het opstellen van de trefwoorden begint de zoektocht naar informatie. Een handig punt om het zoeken te beginnen is de bibliotheek, de mediatheek bij jou op school of gewoon op internet. Met behulp van de catalogus en de door jou geformuleerde trefwoorden zoek je alle beschikbare informatiebronnen op: boeken, tijdschriften, krantenartikelen, RTV-programma's (massamedia) en eventueel informatie die je via de computer hebt binnengehaald uit gegevensbestanden of via internet (multimedia).

Leg direct van alle gevonden bronnen (woord, beeld, geluid, grafiek, tabel) een lijst aan waarop je kort de gegevens (titel, auteur, vindplaats) noteert.

Verwerking van informatie

Waarschijnlijk heb je meer informatiebronnen gevonden dan je in korte tijd kunt lezen en verwerken. De volgende stap is dan ook dat je het gevonden materiaal moet beoordelen op bruikbaarheid. Dat gaat het makkelijkst op de volgende manier:

1. Kijk naar de titel: gaat een boek of artikel exact over jouw onderzoeksthema, dan is het vanzelfsprekend dat je het gebruikt.
2. Als de titel niet zo duidelijk is, kijk je in de inhoudsopgave of de index (alfabetisch register) van een boek en zoek je of daar een of meerdere van je trefwoorden in voorkomen. Je ziet dan ook direct welke pagina's van dat boek je moet gebruiken.
3. Kranten- of tijdschriftartikelen moet je globaal doornemen om te zien of er iets bruikbaars in staat.
4. Datzelfde geldt voor informatie uit gegevensbestanden of informatie van internet.
5. Let bij alle informatie op de datum. Meestal geldt dat recente informatie waardevoller is dan oudere (verouderde) informatie.
6. Let bij alle informatie op de verstrekker. Is dat een deskundige en onafhankelijke persoon, dan mag je die informatie als betrouwbaarder (objectiever) beoordelen dan wanneer de informatie afkomstig is van iemand die partijdig (lid van een actiegroep of lobbygroep) is.
7. Let bij de gevonden informatie ook op de representativiteit. Informatie die maar over een klein deelonderwerp van je onderzoek gaat, is meestal minder geschik

Voldoende informatie

Bekijk of je per deelvraag voldoende betrouwbare informatie hebt verzameld om een beargumenteerd antwoord te kunnen geven op die deelvraag. 'Beargumenteerd' wil zeggen dat je bewijsmateriaal kunt noteren en dat je verschillende aspecten (bijvoorbeeld argumenten voor en tegen, oorzaken en gevolgen, voordelen en nadelen) van de zaak kunt bespreken.

Afhankelijk van de omvang van je onderzoek moet dat antwoord op die deelvragen in meer of mindere mate gedetailleerd zijn. Het spreekt vanzelf dat je voor een onderzoek dat moet resulteren in een verslag van twee A4-kantjes, minder diepgravend hoeft te analyseren, verklaren en redeneren dan bijvoorbeeld voor je profielwerkstuk.