Gedrag is alles wat een dier of mens doet. Gedrag overbrengen naar een ander noemt men communicatie. Dit gebeurt met signaalprikkels.
Er krijgt elke dag ontzettend veel prikkels. Dit zijn er zoveel, dat je er een hoop negeert. Je doet alleen wat met de sleutelprikkels. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat je op straat een gesprek met een vriend hebt. Het stemgeluid en het gezicht van je vriend zijn dan de sleutelprikkels. Daar moet je straks op reageren. Maar de auto die achter je vriend langs rijdt, is ook een prikkel. Deze is alleen niet belangrijk genoeg, dus negeer je het.
Gezicht
Vaak berusten signaalprikkels in hoge mate op gebaren, houdingen en uitdrukkingen van het gezicht. Hiervoor is een complex samenspel van gezichtspieren en hersenen nodig. De mens heeft bijvoorbeeld al 20 gelaatsspieren. Deze spieren zijn er niet alleen voor de mimiek, maar ook bijvoorbeeld om als baby voedsel te bemachtigen bij de moeder. Dankzij de kringvormige spieren rond de mond kan hij de melk binnen krijgen.
Gehoor
Door de mond en stembanden te gebruiken kan een persoon een woord vormen, dit moet natuurlijk gestuurd worden door de hersenen. Hiervoor wordt het primair motorisch gedeelte van de hersenen (rechter hersenhelft) geactiveerd door een signaal van het primair sensorisch gedeelte van de hersenen. Als persoon iets hoort, gaat er een signaal via de oren naar het onderste gedeelte van de hersenen (hersenstam). Vanuit daar wordt er een signaal doorgegeven aan het gehoorcentrum van de hersenen. Hier worden de signalen verwerkt met zijn geheugen, en kan er een bewust besluit worden genomen om iets terug te zeggen.
Zien
Je kijkt televisie, leest, zit achter de computer, je kleedt jezelf en verspreidt lichaamstaal. Alle informatie die je binnen krijgt, wordt door de hersenen gefilterd en verwerkt. Het oog werkt als volgt: aan de achterkant van je oogbal zit een netvlies. Hierop liggen verschillende lichtgevoelige sensoren: staafje en kegeltjes. Deze sensoren vangen het beeld op dat je ziet en sturen dat door naar je hersenen. Deze verwerken alle gegevens weer zodat je het beeld ‘ziet’ van wat je ogen oppikken.
Hersenen
De hersenen zijn het belangrijkste onderdeel voor het herkennen van al die prikkels. Hier worden de sleutelprikkels verwerkt. Andere prikkels worden genegeerd. Dan vergelijken en beoordelen de hersenen wat ze al 'geleerd' hebben. Als de binnengekomen gegevens verwerkt zijn wordt het doorgegeven aan het motorisch gedeelte van de hersenen. Nu kun je een reactie geven.
