In de negentiende eeuw bestaat Duitsland uit een aantal onafhankelijke staten. Samen vormen zij de Noord Duitse Bond. Na een oorlog met Oostenrijk grijpt de Pruisische koning Wilhelm I de macht. Maar als een neef van Wilhelm I de koning van Spanje wil worden, verklaart Frankrijk de oorlog aan Duitsland.
Frankrijk is bang voor de invloed van het Pruisische koningshuis. Om deze zo klein mogelijk te houden, begint het land in augustus 1870 een oorlog. Maar Frankrijk schrikt van het grote leger dat Von Moltke op de been weet te krijgen. Met zijn beproefde tactiek om treinen in te zetten, mobiliseert Von Moltke een leger van 400.000 man, dat in elf dagen klaar staat en Frankrijk binnenvalt.
Verrassing
Ondanks het bezit van moderne wapens zijn de Fransen niet tegen het Duitse leger opgewassen. De Duitsers winnen snel terrein. Ze verslaan de Fransen in de Elzas en het Franse leger kan niet anders dan zich terugtrekken in de vesting van Metz. Daar zitten er maar liefst 120.000 Franse soldaten in de val.
Napoleon te hulp
Keizer Napoleon III voert zelf een ander Frans leger aan. Hij gaat op weg naar Metz om de Franse troepen daar te hulp te komen. Maar bij Sedan gaat het mis. De Duitsers weten de strategische gelegen heuvels rond Sedan in te nemen. Ze omsingelen de Fransen, die zich terugtrekken in de stad.
Witte vlag
De Fransen proberen keer op keer de heuvels rondom Sedan te bestormen, maar ze worden weggemaaid door Duitse kanonnen. Uiteindelijk geeft Napoleon de strijd op. Op fort Sedan wordt de witte vlag gehesen, als teken van overgave. De Fransen zijn woedend: de keizer heeft hen in de steek gelaten, het land verraden.
Strijd gaat door
In Parijs bestormen de burgers het parlement en roepen de republiek uit. Er wordt een nieuwe regering gevormd met als voornaamste taak, de verdediging van Parijs. Maar daarvoor is een nieuw leger nodig. Nauwelijks getrainde mannen uit heel Frankrijk sluiten zich aan. Parijs maakt zich op voor de strijd met de Duitsers.
