Tijdens de Krimoorlog in 1856 komen berichten over het verloop van de strijd niet alleen van de legerleiding, maar ook van burger-journalisten.
William Russell, correspondent van The Times, is één van hen. Twee jaar lang berichtte Russell over de oorlog. Hij was niet altijd even vleiend over de organisatie.
"Onze mannen hebben geen warme of waterdichte kleding. Ze liggen twaalf uur achter elkaar in de loopgraven. Geen mens schijnt zich om hun toestand of zelfs maar om hun leven te bekommeren. Dit is bittere waarheid. Het volk van Engeland moet weten, dat een ellendige bedelaar, die in de regen van Londen rondzwerft, een vorstelijk bestaan heeft in vergelijking met de Britse soldaten die hier voor hun land vechten."
Kritiek
De legerleiding was bepaald niet blij met deze onafhankelijke vorm van verslaggeving. Een officier schreef:
"Wat betreft de correspondent van de The Times; hij liegt niet alleen, maar bovendien verraadt hij de Russen meer dan vijftig spionnen ooit kunnen doen. Hij zou opgehangen moeten worden."
Fotografie
Om te voorkomen dat het Engelse publiek zich tegen de oorlog zou keren, maakte de Engelse regering gebruik van een nieuwe uitvinding: de fotografie. Fotograaf Roger Fenton werd naar de Krim gestuurd om daar 'positieve' foto's te maken. Als je zijn foto's bekijkt, krijg je niet het idee dat de oorlog zo erg is als de kranten schrijven.
