- Home
- Biologie
- Bio-Bits Bovenbouw: Biologie van de mens
- Test jezelf
- Opdrachten Biologie van de mens
Bio-Bits Bovenbouw: Biologie van de mens
- Vak:
- Biologie
Opdrachten Biologie van de mens
Vragen en opdrachten bij Bio-Bits
Hier vind je de opdrachten bij het dossier Biologie van de mens van Bio-Bits. Gebruik de informatie op Eigenwijzer om de vragen te beantwoorden. Antwoorden krijg je door je muis naast het woord 'antwoord' te houden.
Vraag 1
Welk hormoon zorgt ervoor, dat de uiterlijke mannelijke kenmerken worden ontwikkeld?
Antwoord: Testosteron
Vraag 2
In welk gedeelte van het mannelijk geslachtsdeel worden de zaadcellen opgeslagen?
Antwoord: De zaadcellen worden opgeslagen in de bijballen. Deze liggen tegen de teelballen aan.
Vraag 3
In welk deel van de zaadcel zitten de chromosomen?
Antwoord: In de verdikte kop van de zaadcel
Vraag 4
Hoe lang kan een zaadcel in leven blijven?
Antwoord: Dit duurt maximaal 3 tot 4 dagen.
Vraag 1
Onder invloed van welk hormoon wordt de baarmoederwand dikker?
Antwoord: Het vrouwelijke geslachtsorgaan: oestrogeen
Vraag 2
In welke perioden van het leven van een vrouw komen de meeste hormoonveranderingen voor?
Antwoord: In de pubertijd en bij zwangerschap. Ook bij het intreden van de menopauze
Vraag 1
Welke drie processen kunnen plaatsvinden in het voortplantingsorgaan van de vrouw?
Antwoord: 1. bevruchting
2. binnenkomen van sperma in het lichaam van de vrouw
3. de ontwikkeling van eicellen
Vraag 2
Noem twee belangrijke functies van het voortplantingsorgaan van de man
Antwoord: 1. opslag van veel rijpe zaadcellen
2. productie van hormonen
Vraag 1
Wat is dementie?
Antwoord: Dementie is de achteruitgang van de geestelijke vermogens, bijvoorbeeld een toenemende vergeetachtigheid.
Vraag 2
Wat verstaan we onder ouderdomsverziendheid? En hoe is dit te verhelpen?
Antwoord: Mensen met ouderdomsverziendheid kunnen minder goed voorwerpen van dichtbij zien. Het is te verhelpen met een leesbril. Een leesbril heeft positieve lenzen.
Vraag 3
Omschrijf wat veroudering inhoudt
Antwoord: De werking van bepaalde organen (o.a. de hersenen) zintuigen en spieren verslechterd, doordat het aantal lichaamscellen afneemt en de aanwezige cellen minder goed gaan functioneren.
Vraag 4
Bij oude mensen komt vaak staar voor. Wat is dat?
Antwoord: Staar is een vertroebeling van de ooglens. Dit kan leiden tot (soms zeer sterke) vermindering van gezichtsscherpte. Staar kan aangeboren zijn (bijv. door rodehond van de moeder in het begin van de zwangerschap) of is een gevolg van een algemene ziekte (bijv. suikerziekte), maar is meestal een ouderdomsziekte. Ook langdurige blootstelling aan schadelijke straling, of mechanische kwetsing kan staar veroorzaken.
Vraag 5
In het tv-blok werd al gesproken over problemen met de bloedsomloop. Een verzamelnaam hiervoor is arteriosclerose. Wat gebeurt er met de wand van de slagader bij het ouder worden?
Antwoord: Arteriosclerose, onjuist vaak aderverkalking genoemd, is verzamelnaam voor degeneratieve processen in de wand van de slagader, waardoor de wand verhardt en meestal nauwer wordt.
Vraag 6
Wat gebeurt er met de botten van mensen op oudere leeftijd?
Antwoord: Dat heet met een moeilijk woord: Osteoporose. Het is een langzaam voortschrijdende vermindering van de hoeveelheid botweefsel (beenbalkjes), waarbij het totaal aan kalk in een of meer skeletdelen sterk vermindert. Veelal wordt dit veroorzaakt door verminderd functioneren van de geslachtsklieren, gepaard met veroudering van cellen. De aandoening veroorzaakt pijn en gemakkelijk breken van beenderen.
Vraag 1
Wat zijn de functies van de huid?
Antwoord: 1. De huid zorgt voor het handhaven van een constant inwendig milieu.
2. De huid beschermt tegen infecties, uitdroging en u.v.-straling door het pigment melanine.
3. De huid produceert vitamine-D, dat een rol speelt bij botvorming.
Vraag 2
Uit welke lagen is de huid opgebouw?
Antwoord: 1. opperhuid
2. lederhuid
3. onderhuids bindweefsel
Vraag 3
Op welke wijze voorkomt de huid oververhitting van het lichaam?
Antwoord: In de huid bevinden zich temperatuurzintuigen, als het lichaam oververhit dreigt te raken, geven deze een signaal af, zodat de zweetklieren waterdruppels afgeven, waarna het water verdampt. Bij de verdamping wordt warmte uit de omgeving onttrokken. In dit geval komt de warmte uit het bloed vlak onder de huid. Het zweten vormt zo een efficiënte manier van koelen.
Vraag 4
Welke functie heeft bruinkleuring van de huid?
Antwoord: Een donkere huid houdt de straling van de zon tegen. In de slijmlaag worden donkere kleurstofmoleculen gemaakt en ingebouwd in de cellen van de hoornlaag. Deze kleurstof, melanine. Ligt in korreltjes in de levende slijmhuidcel. Vandaar komt ze in de hoornlaag terecht. Als de zon schijnt, houdt melanine de u.v.-straling tegen. Daardoor wordt voorkomen, dat het DNA in dieper gelegen levende cellen wordt beschadigd. Als dat toch zou gebeuren treden er celmutaties op. Het gevolg daarvan kan huidkanker zijn. Een donkere huid beschermt tegen deze vorm van kanker.
Vraag 1
Ken je dat gevoel? Blozen, terwijl je dat helemaal niet wilt? Waarom kun je dit niet voorkomen?
Antwoord: De bloedsomloop staat onder invloed van het verlengde merg. Dit regelt allerlei onbewuste processen in je lichaam waar je geen invloed op kunt uitoefenen. Helaas.
Vraag 2
Soms kan iemand na een hersenbloeding niet meer goed spreken. Wat kun je dan zeggen over plaats waar de hersenbloeding heeft plaatsgevonden?
Antwoord: Er zijn verschillende gespecialiseerde 'centra' in de hersenen die elk hun eigen taak hebben. Zo is er een gebied dat de spraak regelt. Als hier een bloeding plaatsvindt, kan dat invloed hebben op de spraak.
Vraag 3
Wat zou er gebeuren als er geen myelineschede rond de axonen zou zitten?
Antwoord: Dan zou de impulsgeleiding veel te langzaam gaan en zou informatie niet snel genoeg kunnen worden verwerkt en kan een organisme niet goed op de omgeving reageren.
Vraag 4
Waarvoor dienen schakelcellen?
Antwoord: Schakelcellen zijn de verbindingscellen tussen motorische en sensorische neuronen. Ze zorgen voor de impulsgeleiding binnen het centrale zenuwstelsel en liggen ook in hun geheel daarin.
Vraag 1
Waarom is het voor kinderen zo belangrijk om te spelen?
Antwoord: Door spelen worden hersenen geoefend, allerlei functies worden getraind. Bij spel leren jonge kinderen en ook dieren de belangrijke dingen die ze later ook moeten kunnen, ze leren het spelenderwijs.
Vraag 2
Waarom hebben baby's zo'n groot hoofd?
Antwoord: Hersenen zijn heel belangrijk voor het functioneren van een organisme, alles moet goed geregeld zijn en goed werken. Lichaamsfuncties moeten meteen na de geboorte al werken. De ontwikkeling van de hersenen krijgt daarom voorrang bij de groei in de baarmoeder.
Vraag 3
Overmatig alcoholgebruik kan ervoor zorgen dat er minder myeline wordt aangemaakt. Wat is het gevolg?
Antwoord: Met minder myeline zijn de uitlopers van neuronen minder goed geïsoleerd. Dat heeft gevolgen voor de geleiding van impulsen: die zal minder snel en goed gaan. Informatieoverdracht en verwerking verlopen slechter.
Vraag 1
Hoe ontstaan ladingsverschillen in het lichaam?
Antwoord: Ze ontstaan doordat ionen in oplossing van elkaar gescheiden zijn door een celmembraan. De scheiding kost energie en ontstaat door een zg ionenpomp.
Vraag 2
Wat is een synaps?
Antwoord: Een synaps is knopvormig uiteinde van een uitloper van een zeuwcel. De synaps geeft een prikkel door aan een andere zenuwcel door middel van een transmitterstof.
Vraag 3
Wat is een motorische eindplaat?
Antwoord: Een motorische eindplaat is het vertakte uiteinde van een motorische zenuwcel die door middel van de vele uiteinden een hele spierbundel kan prikkelen tot samentrekken.
Vraag 4
Wat is een EEG?
Antwoord: Een Elektro-encephalogram. Het resultaat van een meting waarbij de hersenactiviteit wordt vastgesteld.
Vraag 1
Wat zijn endocriene klieren?
Antwoord: Endocriene klieren hebben geen afvoerbuizen, ze geven stoffen af aan het bloed. Hormoonklieren zijn endocriene klieren.
Vraag 2
Welk orgaan stimuleert de schildklier?
Antwoord: De hypofyse stimuleert de schildklier door middel van het hormoon TSH.
Vraag 3
Wat is de functie van hormonen?
Antwoord: De hormoonstelsel zorgt voor afstemming in het lichaam net als het autonome zenuwstelsel. Het hormoonstelsel regelt vooral langzame processen die over een langere periode verlopen.
Vraag 4
Als een patiënt teveel suiker in de urine zit, welk hormoon zal er dan te weinig in het bloed zitten?
Antwoord: Een patiënt met zoete urine heeft suikerziekte. Het lichaam kan suiker uit het voedsel niet snel genoeg opnemen door onvoldoende of onwerkzaam insuline.
Vraag 1
Waarom is er communicatie?
Antwoord: Communicatie is nodig om gedrag op elkaar af te stemmen. Bijvoorbeeld bij dieren die in een groep leven.
Vraag 2
Wat is het voordeel van een reflexboog in het 'regelsysteem' van de mens?
Antwoord: Bij een reflexboog volgt de reactie heel snel op de prikkel. Er vindt geen gewaarwording plaats via de hersenen. Dat scheelt tijd en is vooral belangrijk bij gevaar.
Vraag 3
Is schrijven ook een signaalprikkel? Waarom wel of niet?
Antwoord: Niet zo voor de hand liggend. Je gaat niet zo snel schrijven door prikkels uit je omgeving. Je schrijft over overpeinzingen. Uit het hoofd.
Vraag 4
Beschrijf alle stappen die nodig zijn van een vraag horen tot beantwoorden?
Antwoord: 1. Een persoon hoort iets via zijn oren en er gaat dan een signaal naar het onderste gedeelte van de hersenen (hersenstam).
2. In de hersenstam wordt een signaal doorgegeven aan het gehoorcentrum van de hersenen.
3. Dit gehoorcentrum verwerkt de binnengekomen signalen met zijn geheugen, er wordt gezocht naar het antwoord... en nu kan er een bewust besluit worden genomen om iets terug te zeggen.
4. Het primair motorisch gedeelte van de hersenen (rechter hersenhelft) wordt geactiveerd.
5. Door de mond en stembanden te gebruiken kan een persoon een woord vormen.



