'Hy was een vat vol tegenstrydigheid.' Met deze woorden karakteriseert Multatuli zijn beroemdste personage Max Havelaar. Maar als de woorden op íemand van toepassing zijn, is het wel Multatuli zelf. De opvattingen van de eigengereide schrijver liepen zó sterk uiteen dat hij zich bij zo'n beetje elke maatschappelijke stroming aan kon sluiten.
Van conservatieven tot Vlaamse nationalisten. Van vooruitstrevende vrijdenkers tot onvoorwaardelijke aanhangers van de monarchie. Maar Multatuli moest er niet aan denken om zich aan groeperingen vast te pinnen. 'Ik ga met niemand mee. Mensen hadden met my mee moeten gaan.'
Opvoeding en onderwijs
Voor Multatuli waren opvoeding en onderwijs zaken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hij vond namelijk dat kinderen niet onderwezen moesten worden op scholen, maar thuis, door de vaders. ‘De scholen zyn verderfelyke inrichtingen.’ Kinderen kregen op school slechts feiten voorgeschoteld, terwijl je hier nu juist niets aan hebt in het echte leven. Aldus Multatuli. Hij zag wel in dat het opdoen van feitenkennis belangrijk is, maar dit zou altijd moeten samengaan met het bepalen: definiëren en daarmee grondig, zinnig en logisch nadenken. Het zelfstandig leren denken en onderzoeken vatte Multatuli samen in de term ‘Vrye Studie’.
Vrouwenemancipatie
Onder Multatuli’s bewonderaars bevonden zich heel veel vrouwen. Dit had voor een deel te maken met de grote charme van de schrijver. Maar het waren vooral zijn opvattingen die de vrouwen raakten. Als een van de eerste Nederlanders verkondigde Multatuli dat de vrouw meer te zeggen moest krijgen in de wereld. Zo pleitte hij voor vrouwenkiesrecht in een tijd dat nog niet eens alle mannen mochten stemmen (er bestond nog een censuskiesrecht). Een bijzonder fragment waarin Multatuli zijn strijd tegen vrouwenonderdrukking laat doorklinken, is Idee 181. Hierin stelt een denkbeeldig iemand kritische vragen aan Multatuli over de gelijkheid van vrouwen en mannen: ‘Maar wie moet dán heersen? ’t Antwoord is zeer eenvoudig: er wordt niet geheerst. Goed, maar... wie behoort het meest invloed te hebben? Wel... die ’t verdient. Nog eens goed, maar... wie verdient het? Wie ’t meest ontwikkeld is als mens. De geslachtsdelen hebben hiermee evenmin te maken als de kleur van ’t haar.’
Leve de Koning!
Op het moment dat de tweeëntwintigjarige Eduard Douwes Dekker met zijn kersverse vrouw Tine in Nederlands-Indië verblijft, vindt in Nederland een van de belangrijkste politieke ingrepen uit de vaderlandse geschiedenis plaats: de grondwetsherziening van 1848. Liberaal Johan Rudolf Thorbecke is de uitvoerder, en daarmee de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie. Vanaf dat moment is het niet langer de koning die verantwoordelijk is voor het politieke beleid, maar de door het volk gekozen ministers. Ruim tien jaar later schrijft de tot Multatuli omgedoopte Dekker het volgende: ‘De grondwet van 1848 moet op de vuilnishoop. LEVE DE KONING!’.
Multatuli’s fanatieke voorkeur voor een monarchie is een van zijn merkwaardigste standpunten. Het getuigt namelijk niet van vooruitstrevendheid, iets wat hij op zoveel andere vlakken nu juist wél was. Het grootste bezwaar dat Multatuli uitte tegen de parlementaire democratie was de invoering van het eerder besproken censuskiesrecht, ‘waar de rykste de beste is’. In deze tijden van algemeen kiesrecht zou de koningsgezinde schrijver dan ook veel positiever tegen het politieke stelsel hebben aangekeken. Al blijft het natuurlijk wel de vraag hoe tevreden hij zou zijn met de huidige, hoofdzakelijk christelijke leiders van dit land...
Flirten met liberalen én conservatieven
Tot zijn grote verdriet besefte Multatuli al snel dat hij met zijn geschreven teksten niet de verandering in de wereld teweeg ging brengen waar hij zo hartstochtelijk naar streefde. Hiervoor moest je toch echt een politicus zijn. Ondanks zijn afkeer van de nieuwe politieke gang van zaken, probeerde Multatuli dan ook meerdere malen de Tweede Kamer binnen te dringen.
In de Tweede Kamer bevonden zich grofweg twee groepen: liberalen en conservatieven. Aansluiten bij de liberalen was voor Multatuli geen optie. Niet alleen was de door hem verguisde Thorbecke een liberaal, ook aartsvijand nummer één, Duymaer van Twist, stond aan liberale zijde. Bovendien wilde deze groep het door Multatuli verafschuwde stelsel van vrije arbeid invoeren in Nederlands-Indië.
Het was duidelijk: er moest in zee worden gegaan met de conservatieven (‘het behoud’). En zo schreef Multatuli onder meer een brief aan de conservatieve politicus Rochussen, waarin hij zijn gal spuwde over het liberalisme. Rochussen ontving de beroemde schrijver welwillend, maar de samenwerking liep al snel stuk. Leg alleen al de opvattingen van Multatuli en ‘het behoud’ over de kolonie Nederlands-Indië naast elkaar, en je snapt waarom. Toch maar die liberalen dan, zal Multatuli hebben gedacht. En zo ongeschikt was die groep ook eigenlijk helemaal niet. Zijn eigen broer Jan Douwes Dekker was immers een liberaal. Daarnaast waren het de liberalen die Max Havelaar het meest openlijk prezen (met uitzondering van Duymaer van Twist) en dus in ieder geval inzagen dat er íets moest veranderen.
Maar ook Multatuli’s vrijages met de meer vooruitstrevende politieke stroming haalden niets uit. Uiteindelijk stemden beide partijen hem even somber, omdat zowel de conservatieven als de liberalen voortdurend bleven steken in eindeloze discussies over politieke systemen. Voor Multatuli was alles zo helder als wat: ‘besteel de Javaan niet, plunder hem niet, vermoord hem niet, dat is de kwestie!’ Als de bestaande politieke partijen dit niet inzagen, dan deed hij het toch lekker zelf. En dus riep Multatuli ‘de derde party’ in het leven. ‘Een party die eenvoudig de mening voorstaat dat men den Javaan niet moet mishandelen’. De Tweede Kamer heeft Multatuli met zijn ‘derde party’ nooit gehaald.
Aanbeden door vrijdenkers en socialisten
Ik weet niet of wy zyn geschapen met een doel... of maar bij toeval dáár zyn.’ ‘De vader zwygt... O God, er is geen God!’. Door het opschrijven van dit soort zinnen werd atheïst Multatuli in één klap de ongekroonde koning van dé groep atheïsten in Nederland en Vlaanderen: de vrijdenkers.
De Multatuli-aanbidding van de radicale pleitbezorgers van het ongeloof ging zelfs zo ver dat de leden van vrijdenkersvereniging De Dageraad vergaderden onder een borstbeeld van de schrijver, die door sommigen als 'heilige' werd vereerd.
Ondanks Multatuli’s geflirt met de christelijke conservatieven, bleven de vrijdenkers hem onvoorwaardelijk omarmen. Multatuli op zijn beurt liet deze bondgenoten niet in de steek. Zo bleef hij gratis lezingen geven.
Sociaal-democraten
Anders lagen de verhoudingen tussen de schrijver en de sociaal-democraten. Deze sterk opkomende beweging, met Ferdinand Domela Nieuwenhuis als een van de leidende figuren, vocht voor een betere positie van de arbeider en zag Multatuli hierbij als voorbeeld én voorloper.
Multatuli had het in zijn teksten inderdaad al veelvuldig opgenomen voor de arbeider, maar gelijkheid van álle mensen – waar de socialisten gedreven naar streefden – was hem een gruwel. In een van zijn laatste publicaties schreef hij dan ook: ‘Om misverstanden uit den weg te ruimen, verklaar ik dat de meeningen der sociaal-democraten over de middelen ter verbetering van den treurigen toestand waarin een groot gedeelte der bevolking van Europa verkeert, my voorkomen in hoofdzaak ONJUIST te zyn.’ De publicatie haalde niet veel uit; Multatuli’s aartsvaderlijke reputatie bleef overeind, zodat hij tot op de dag van vandaag wordt beschouwd als een van de grondleggers van de arbeidersbeweging.
Boeken over Multatuli
D. van der Meulen - Multatuli: leven en werk van Eduard Douwes Dekker
Wil je meer weten over Multatuli’s plaats binnen de negentiende-eeuwse maatschappelijke groepen? Sla dan deze biografie er eens op na!
