Onsterfelijke schrijvers

Vak:
Nederlands
Thema:
Literatuur
Onderwerp:
Schrijvers

Multatuli: Een veelbewogen leven

Biografie

Eduard Douwes Dekker wilde als kind de koning van Afrika zijn. Later droomde hij van de keizerstroon van Insulinde. Koning of keizer is Douwes Dekker nooit geworden. Wél werd hij één van de meest invloedrijke Nederlanders uit de 19e eeuw, die beroemd werd onder een merkwaardig pseudoniem: Multatuli.

Multatuli's geboortehuis in Amsterdam

In 1820 was Amsterdam nog een omwalde stad met poorten die 's avonds werden gesloten. Er waren geen voorbijrazende trams en bellende fietsers, maar ratelende karren en roepende handelaren. De grachten dienden als open riool, wat een allesoverheersende stank teweegbracht. En de bewoners van de nu dure panden aan de zijgrachten en in de stegen van het centrum, schaamden zich voor hun kleine, vervallen huizen waar zij vaak met grote gezinnen woonden.

In één van die smalle stegen, de Korsjespoortsteeg tussen Singel en Herengracht, wordt op 2 maart 1820 Eduard Douwes Dekker geboren. Eduard groeit op in een doopsgezind gezin met een zeeman als vader, een moeder, een zus en drie broers. Over Eduards kinderjaren is niet veel bekend, maar één bewaard gebleven herinnering vertelt al veel over het karakter van de zeemanszoon:
Terwijl niemand een hand uitsteekt, redt de jonge Eduard op een dag het mutsje van een joods jongetje uit het water bij de Hoogesluis. Volgens Eduard Douwes Dekker zelf is dit moment beslissend geweest voor zijn latere strijdbaarheid voor minderheden en onderdrukte groepen, waaronder joden.

School

De Hoogesluis

Vader Engel hecht veel belang aan scholing. Zijn inmiddels welvarende zeemansbestaan maakt het mogelijk om zoons Pieter en Eduard op hun twaalfde jaar te laten doorstromen naar de Latijnse school. Er wordt van de intelligente Eduard verwacht dat hij - net als zijn oudere broer Pieter - theologie gaat studeren om later dominee te kunnen worden. Maar daar komt niets van terecht. In 1835 verlaat Eduard plotseling de school, om in de handel te gaan. Zijn nicht Sietske schrijft vijftig jaar later dat Eduard de Latijnse school heeft verlaten omdat hij 'voor den geestelijken stand' geen roeping voelde. Eduard voelde zich volgens zijn nicht dus niet verbonden genoeg met het geloof. Dat kan goed kloppen, zoals wij later nog zullen zien. Ook in de handel houdt Eduard het niet lang uit. En zo gebeurt het dat de achttienjarige Eduard Douwes Dekker op 23 september 1838 aan boord stapt van de Dorothea, het zeilschip met zijn vader als kapitein en zijn broer Jan als tweede stuurman. De Dorothea zet koers naar de hoofdplaats van de kolonie Nederlands-Indië: Batavia.

Nederlands-Indië
Voordat je verder leest over het leven van Eduard Douwes Dekker in Nederlands-Indië, is het handig om de Schooltv-site Nederland en Indonesië eens te bekijken. Met wat meer kennis over de voormalige kolonie van Nederland krijg je een beter beeld van Dekkers omgeving en werk.

Eén bepaalde periode in Nederlands-Indië zal het leven van Eduard Douwes Dekker voorgoed beïnvloeden: zijn tijd in Lebak. Maar voordat het zover is, maakt de geboren Amsterdammer ook al heel wat mee in het Verre Oosten. Dekker werkt zich binnen drie jaar op van klerk bij de Algemene Rekenkamer in Batavia tot controleur tweede klasse op Sumatra. In zijn vrije tijd ontpopt de ambtenaar zich tot een geestige, charmante en onrustige jongeman die al zijn geld verspilt aan kansspelen én hopeloos verliefd kan worden. Beide eigenschappen zal Dekker zijn hele leven blijven bezitten. Zijn onvermogen om goed met geld om te gaan, beïnvloedt niet alleen Dekkers privé-leven, maar ook zijn werk. Op Sumatra is hij niet erg nauwkeurig in het bijhouden van de administratie. Er ontstaat een kastekort, waarna Dekker wordt geschorst. Ondanks deze schorsing lukt het Dekker om zijn carrière in het koloniale bestuur weer op te pakken.

Zijn vrouw Tine

In 1846 trouwt hij met Everdina Huberta, baronesse van Wijnbergen. Wanneer Dekker een paar maanden assistent-resident van Ambon is, gaat hij samen met zijn vrouw 'Tine' met verlof naar Europa. Pas drie jaar later keren zij weer terug naar Indië, met hun in Nederland geboren zoontje Edu. Én met torenhoge schulden, want ook in Europa weet Dekker de casino's te vinden. De gokhallen zijn echter niet de enige plekken waar hij zijn geleende geld naartoe brengt. Sociaal betrokken als hij is, betaalt Dekker de hotelrekening van een verpauperd muziekgezelschap, trakteert hij Leidse studenten op drank, geeft hij een prostituee te eten en steunt hij arme weeskinderen en oude vrouwtjes.

Dekkers huis in Lebak

Lebak
Terug in Indië weet Dekker, dankzij de adellijke familie van Tine, door te dringen tot de directe omgeving van de gouverneur-generaal A.J. Duymaer van Twist. Vanwege Dekkers 'hart voor de Javaan' ziet Duymaer van Twist in hem de ideale assistent-resident van het armste district op West-Java: Lebak. Al snel na zijn aanstelling ontdekt Dekker dat het hart voor de Javaan bij één iemand volledig ontbreekt: de regent Karta Natta Negara. De regent maakt op grote schaal misbruik van zijn macht; hij laat de Javaanse boeren onbetaald op zijn land werken en neemt ook nog een deel van hun karige bezittingen af. En dat terwijl de inlanders al zoveel te lijden hebben onder het Cultuurstelsel. Dekker treedt fel op tegen de knevelarij van Karta Natta Negara. Hij klaagt de regent aan bij zijn directe chef, resident Brest van Kempen, en later zelfs bij gouverneur-generaal Duymaer van Twist. Dekkers actie valt niet in goede aarde. In plaats van gelijk, krijgt Dekker een berisping en mag hij niet meer verder werken in Lebak. Het is duidelijk dat de Nederlandse hoofden de boel liever sussen dan dat zij met veel herrie de als vorst vereerde regent gevangennemen. Als laatste noodkreet probeert Dekker de gouverneur-generaal - die zo begaan leek met de Javaan tijdens Dekkers aanstelling - persoonlijk te spreken. Duymaer van Twist geeft niet thuis, waarna Dekker totaal verbitterd en berooid door Java zwerft, op zoek naar werk. Een jaar na zijn ontslag keert hij via de dure overlandroute terug naar Europa. Edu en de opnieuw zwangere Tine, blijven nog even achter in Indië.

Edu en Nonnie

Een koffertjesleven
Een rustig, huiselijk gezinsleven staat Dekker niet te wachten in Europa. Integendeel. De hereniging met Tine, Edu en het geboren dochtertje Nonnie vindt wel plaats, maar houdt niet lang stand. Het gezinnetje is straatarm. Terwijl Tine en de kinderen steun zoeken bij Tine's familie, trekt Dekker met zijn reiskoffertje van kille zolderkamers naar armoedige hotels. In de jaren die komen gaan, blijft Dekker de man die het gokken niet kan laten. Hij blijft de man die, ondanks zijn huwelijk, vele andere vrouwen (waaronder zijn nichtje Sietske) verleidt. En hij blijft de man met een groot kloppend hart voor onderdrukte en hulpbehoevende mensen.
Maar er vindt één enorme verandering plaats: vanaf 1860 is de dan veertigjarige Eduard Douwes Dekker niet meer alleen de berooide oud-ambtenaar. Hij is vooral de schrijver van het boek Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy, waarin de door Dekker zelf waargenomen wantoestanden in Indië fel worden aangeklaagd. Multatuli is geboren - en wordt al snel beroemd. Na Max Havelaar verschijnen er van Multatuli's hand nog heel veel meer indrukwekkende teksten met uiteenlopende, maatschappelijke onderwerpen. Hierdoor komt er ook eindelijk wat geld Dekkers kant op, waar hij uiteraard weer niet mee om weet te gaan. Terwijl vrouw en kinderen nog altijd in grote armoede leven, geeft de geliefde schrijver al zijn centen uit aan andere arme mensen, en soms zelfs aan nutteloze impulsinkopen.

Mimi

Ondertussen beweegt Multatuli zich in de maatschappij als een ware BN'er die veel schrijft, maar bovenal op alle vlakken de wereld wil verbeteren. Hij probeert tevergeefs de Nederlandse politiek binnen te dringen, komt met uiteenlopende maatschappelijke groepen in aanraking, heeft schare bewonderaars en evenzoveel vijanden. Eén van die bewonderaars is Mimi Hamminck Schepel. En al snel is zij meer dan dat: Dekker en Mimi worden verliefd. Een liefde die volgens Dekker probleemloos kan bestaan naast zijn 'hogere' liefde voor Tine. Maar Dekkers droomplan om met zowel Mimi als Tine en de kinderen in één huis in Den Haag te wonen, pakt totaal verkeerd uit. Edu en Nonnie zien hun vader als een vreemde en de dames worden - zoals je begrijpt - ook geen grote vriendinnen. Al snel vluchten Tine en de kinderen naar Italië, waar Tine - tot groot verdriet van Dekker - in 1874 sterft. Mimi en Dekker wonen dan inmiddels in Duitsland. Zij trouwen een jaar na Tine's overlijden.

Rust in Nieder-Ingelheim
Eenenzestig jaar oud is Eduard Douwes Dekker als hij en Mimi een groot huis kado krijgen van een Multatuli-bewonderaar. In het Duitse Nieder-Ingelheim vindt Dekker eindelijk rust, wat niet hetzelfde betekent als geluk. Omdat hij met zijn geschreven werk naar eigen zeggen niet het doel heeft bereikt waar hij zo strijdlustig naar streefde, is de ooit zo bevlogen Multatuli totaal verbitterd geraakt. Veel geluk haalt hij wel uit het door Mimi geadopteerde jongetje Wouter. 'Pret op twee benen', noemt Dekker hem. 'Lf8-C5'. Dit is het laatste wat Dekker opschrijft. Geen literair hoogstandje, maar een schaakzet op papier. Eduard Douwes Dekker sterft op 19 februari 1887 na een zware astma-aanval. Hij is de eerste Nederlander die wordt gecremeerd.

BOEKEN

D. van der Meulen - Multatuli: leven en werk van Eduard Douwes Dekker
Wil je tot in details in het leven van Dekker duiken? Lees dan de vuistdikke en met de AKO Literatuurprijs bekroonde biografie van Dik van der Meulen.

J. van Waterschoot - Helaas, ik ben 'n Amsterdammer
Dit boekje leidt je langs alle Amsterdamse huizen en plekken waar Dekker woonde, naar school ging en over schreef.