Hanna's Mission

Vak:
Aardrijkskunde
Thema:
Bevolking
Onderwerp:
Volkeren

Oorlog in voormalig Joegoslavië

Nog steeds heerst er onrust

Tussen 1991 en 1995 heerste er in Joegoslavië oorlog. Aanleiding was de wens van sommige deelrepublieken van Joegoslavië om onafhankelijk te worden.


In 1946, na de Tweede Wereldoorlog, wordt de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië ingesteld, bestaande uit de zes republieken: Servië, Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro en Macedonië en de autonome regio's Kosovo en Vovojdina. Servië en Montenegro willen één Joegoslavië behouden. Maar sommige republieken willen juist onafhankelijk worden. In deze republieken worden referenda uitgeschreven. Dit betekent dat de regeringen van de republieken aan de inwoners vroegen wat ze wilden.


Naar aanleiding van de referenda verklaren in 1991 Slovenië, Kroatië en Macedonië zich onafhankelijk. Het Joegoslavische leger, waarin voornamelijk Serviërs zitten, grijpt hierop keihard in. Ze voeren een oorlog tegen Slovenië (tien dagen) en tegen Kroatië (tot eind 1992). In beide gevallen houden de republieken hun onafhankelijkheid.


In 1992 verklaart ook Bosnië-Herzegovina zich onafhankelijk. Voor de oorlog was Bosnië een multicultureel multi-etnisch land was waar de katholieke Bosnische Kroaten, de orthodoxe Bosnische Serven en de islamitische Bosnische Bosniaks samen met Bosnische joden en Roma (en overigen) leven.

De Bosnische Serviërs komen tegen de onafhankelijkheid van Bosnië in opstand. De Bosnische Kroaten en Bosniaks willen juist wel onafhankelijk zijn en raken in gevecht met de Bosnische Serviërs. Buurrepublieken Servië en Montenegro vormen de Federale Republiek Joegoslavië en hun leger steunt het verzet van de Bosnische Serviërs.

Uiteindelijk wordt Bosnië opgedeeld in twee delen: de Federatie van Bosnië-Herzegovina en het door Servië bezette deel (De Republika Srpska). In het Servische gedeelte ligt een enclave. Dat is een gebied rondom de stad Srebrenica dat gedemilitariseerd was en waar de bevolking door de VN beschermd zou worden.


Eind 1995 valt de enclave en wordt er door de Serviërs genocide gepleegd op de bevolking. Meer dan 8000 mensen worden vermoord, voornamelijk Bosniakse mannen en jongens. Dit wordt ook wel het drama van Srebrenica genoemd en wordt gezien als de grootste volkerenmoord na de Tweede Wereldoorlog. Kort hierna, om verdere moorden te stoppen, wordt het vredesverdrag van Dayton ondertekend.


Bosnië is nu een land met een parlement voor het gehele gebied, maar de Serviërs uit het eerdere Republika Srpska hebben ook een eigen bestuur. Zij kunnen echter geen beslissingen nemen op landelijk niveau.

Kosovo, de provincie waar volgens de overlevering Servië ooit is onstaan, verklaart zich begin 2008 onafhankelijk. Servië accepteert de onafhankelijkheid niet, wat zorgt voor nieuwe spanningen.


Legenda:

Helder rood = Socialistische Federale Republiek Joegoslavië (tot 1992)
Donker rood = Federale republiek van Joegoslavië (1992-2003), Servië en Montenegro (2003-2006), Servië (vanaf 2006)
Geel = Slovenië
Blauw = Kroatië
Paars = voormalige republiek van Macedonië
Donker groen = Bosnië-Herzegovina
Helder groen = lijn tussen de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Republika Srpska
Donker bruin = Kosovo
Licht bruin = Montenegro