Ken je die stokken in het IJsselmeer en Waddenzee? Hier proberen vissers palingen te vangen. Maar de mens is niet de enige die achter deze glibberige dieren aanzit. De aalscholver is ook vaak op deze stokken te vinden. Maar daar heeft hij ook een andere reden voor.
Deze zwarte vogels zitten daar vaak met hun vleugels wijd uitgespreid. Nee, ze proberen geen palingen uit de fuik te stelen. Ze laten hun vleugels drogen in de zon.
Eten
’s Nachts gaan de palingen op pad om eten te zoeken. De kleine palingen eten vooral muggenlarven en andere kleine waterdieren. Grotere palingen (meer dan 30 cm) eten kleine vissen en aas. De palingen in ons land hebben vanaf oktober niet veel meer te eten en gaan in winterrust tot april.
Op het droge
Palingen kunnen een behoorlijke tijd op het droge leven. Ze trekken bij vochtig weer over weilanden en dijken naar andere watergebieden, waarbij ze kronkelend als een slang door het gras bewegen. Grote palingen trekken over de zeedijk naar zee en zwemmen dan naar het midden van de Atlantische oceaan. Daar leggen ze hun eieren. Uit de eieren groeien vreemde wezentjes die doorzichtig en plat zijn: glasaal. Door hun vorm en kleur zijn ze bijna niet te zien. Ze zijn nog niet eens zolang ontdekt door mensen, we weten zelfs nog niet wat ze eten.
Zoet of zout
Na ongeveer drie jaar is een deel aangekomen bij onze kust en zwemmen ze landinwaarts, naar het IJsselmeer bijvoorbeeld. De paling wordt ook wel aal genoemd. Het is een slijmerige vis met een rond lijf. De paling heeft de vorm van een slang. De mannetjes worden maximaal een halve meter lang. Vrouwtjes kunnen meer dan een meter worden. Ze leven in zoet water, maar de jonkies groeien op in de zoute oceaan.
Vetlaag
De meeste vogels hebben een laagje vet op hun vleugels. Daardoor worden de veren niet nat als het regent of als ze in het water duiken. Aalscholvers hebben dat niet. Als zij naar vis duiken wordt hun verenpak drijfnat. Het voordeel hiervan is dat ze met hun zware, natte pak beter achter vissen aan kunnen gaan. Het grote nadeel is dat het een stuk zwaarder is om mee te vliegen. Na het vissen laten ze daarom hun vleugels even drogen.
Gegeten worden
De aalscholver vist zowel in zoet water als in zout water. Hij eet allerlei soorten vis, maar eet het liefste paling. Daarom is de vogel niet geliefd bij vissers. De aalscholvers broeden in kolonies, waarbij ze nesten maken in de bomen. Deze bomen gaan vaak dood van alle aalscholverpoep.
