Democratie

Het ontstaan van de Nederlandse grondwet

In 1798 hadden we er al een

Thorbecke.

Thorbecke

Een grondwet is een heel belangrijke wet. Hierin staan alle rechten en plichten van de burgers en bestuurders van een land. Een grondwet is ook niet heel gemakkelijk te veranderen.

In Nederland bestaat sinds 1798 een grondwet. Hiervoor waren koningen alleenheersers. Zij hoefden zich niet aan de wet te houden. Burgers hadden in die tijd ook helemaal geen rechten.

1798

De grondwet uit 1798 stelde nog niet zo veel voor. Hierin werd vastgesteld dat burgers én koningen zich aan de wet moesten houden. In de grondwet van 1814 was al meer vastgelegd. Zo stond er in dat burgers zelf hun godsdienst mochten kiezen. Ook werd er een Staten-Generaal opgericht om het volk meer macht te geven. Ze mocht zelf wetsvoorstellen doen en andere goed of afkeuren. Maar eigenlijk had de Staten-Generaal maar weinig macht. De koning kon gemakkelijk een afgekeurd wetsvoorstel invoeren. Hij noemde het dan een Besluit. Deze hoefden namelijk niet goedgekeurd te worden.

1848

In 1848 werd de grondwet behoorlijk veranderd. De zittende koning op dat moment, Willem II, was bang dat er net zoals in Duitsland en Frankrijk een revolutie in Nederland zou uitbreken. Hij besloot daarom om het volk meer macht te geven. Hij liet een commissie samenstellen die onder leiding van de liberale staatsman Thorbecke een ‘nieuwe’ grondwet zou ontwerpen. Hierin kwam onder andere te staan dat niet de koning, maar de ministers de macht hadden.

Nu

Thorbecke stond door de aanpassing aan de grondwet bekend als de grondlegger van onze democratie. De machtsverhoudingen tussen Koning(in), Staten-Generaal, provincies en gemeenten bestaan voor het grootste gedeelte nog steeds en het volk mag nog steeds volksvertegenwoordigers kiezen. Vanaf 1917 mogen alle mannen ouder dan 23 jaar stemmen. Het stemrecht voor vrouwen volgt pas later. In 1919. Dit komt in 1922 in de grondwet terecht.