Als je geen tv-zender kunt aanzetten zonder politici tegen te komen, weet je hoe laat het is: verkiezingstijd. Partijen voeren campagne om tijdens de verkiezingen zoveel mogelijk stemmen te krijgen. Hoe gaan de Tweede Kamerverkiezingen in hun werk?
Nederland is een representatieve democratie. Dat betekent dat wij de mensen kiezen die onze belangen vertegenwoordigen in de regering. Dat gaat volgens het principe van evenredige vertegenwoordiging: het percentage behaalde stemmen staat gelijk aan het aantal behaalde zetels. Niet in alle kiesstelsels is dit het geval.
Wanneer mag je stemmen?
Je hebt stemrecht als je een Nederlands staatsburger van 18 jaar of ouder bent. Dat geldt voor het actieve stemrecht (kiezen) en het passieve stemrecht (gekozen worden). Mensen die langer dan 5 jaar in Nederland wonen maar niet de Nederlandse nationaliteit hebben, mogen alleen meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Mensen die onder curatele staan, mogen niet stemmen, evenals mensen van wie de rechter het kiesrecht heeft afgenomen.
Campagne
Iedere partij presenteert in aanloop naar de verkiezingen het verkiezingsprogramma. Hierin staan de belangrijkste speerpunten van de partij. Om hier aandacht voor te vragen zijn politici veel aanwezig in de media: in actualiteitenprogramma’s en televisiedebatten bijvoorbeeld. Ook zijn politici en partijleden veel op straat te vinden om mensen aan te spreken en te vertellen waarom ze vooral op hun partij moeten stemmen. Op die manier maken ze zich zichtbaar en proberen ze zwevende kiezers over de streep te trekken.
Verkiezingen
Normaal gesproken vinden er 1 keer in 4 jaar kamerverkiezingen plaats. Doordat het kabinet begin 2010 is gevallen, zijn de Tweede Kamerverkiezingen vervroegd van 2011 naar juni 2010. Bij de Tweede Kamerverkiezingen stem je niet alleen op een partij, maar ook op een persoon. De partij kiest zelf een lijsttrekker, die bovenaan de kandidatenlijst staat. Deze persoon zie je vaak het meest in de media. De lijsttrekker krijgt meestal de meeste stemmen, maar mensen die lager op de lijst staan kunnen met veel voorkeursstemmen ook een zetel krijgen.
Stemmen
Mensen maken hun keuze voor een partij op basis van verschillende argumenten:
- de standpunten van een partij spreken ze aan
- de eigen belangen spelen mee
- strategie: stemmen op een partij die waarschijnlijk in de regering komt
- de lijsttrekker spreekt ze aan als gezicht van de partij
Coalitie en kiesdrempel
Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 doen 19 partijen mee. Niet alle partijen zullen uiteindelijk daadwerkelijk in de Tweede Kamer komen. De partijen met de meeste stemmen moeten na de verkiezingen een coalitie vormen. Dit is een samenwerkingsverband tussen partijen die gaan samenwerken op bestuurlijk niveau. Doordat er zoveel kleine partijen meedoen aan de verkiezingen, kan dit lastig zijn. Daarom kiezen sommige landen voor een kiesdrempel: een partij moet dan een minimumpercentage stemmen halen om mee te delen in de zetels. Er wordt ook gesproken over de invoering van zo’n kiesdrempel in Nederland.
Kiesdeler
Ook moeten partijen een bepaald aantal stemmen halen om in aanmerking te komen voor een zetel in de Kamer. Dat is de kiesdeler. De kiesdeler wordt berekend door het aantal uitgebrachte stemmen te delen door het aantal te vergeven zetels: 150. Een partij moet minstens 75% van dit aantal stemmen halen om de borgsom van €11.250 terug te krijgen die de partij moet betalen als deze zich verkiesbaar stelt.
Informatie
Na de verkiezingen wordt begonnen met de vorming van een kabinet. Het kabinet is een groep van ministers en staatssecretarissen. Het kabinet wordt in Nederland altijd gevormd door een aantal verschillende samenwerkende partijen, een coalitie. Eerst moet er onderzocht worden welke combinatie van partijen het meeste kans van slagen heeft. Dit doet de informateur, die benoemd wordt door de koningin. Hij kijkt naar 2 dingen: welke partijen willen met elkaar regeren en over welke onderwerpen bestaat overeenstemming? Die partijen moeten het met elkaar eens worden over het beleid dat ze willen voeren. Die afspraken worden vastgelegd in het regeerakkoord.
Formatie
Als duidelijk is welke partijen met elkaar gaan regeren, gaat de formateur aan het werk. Deze gaat het kabinet daadwerkelijk vormgeven met ministers en staatssecretarissen. Wie de minister-president wordt, wordt meestal bepaald door de grootste regeringspartij. De overige posten worden verdeeld naar het aantal zetels.
Regeren maar!
Als het regeerakkoord er ligt, kan het kabinet beginnen met regeren. Op Prinsjesdag worden in de troonrede en de miljoenennota bekend gemaakt wat er gaat gebeuren en hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Maar de partijen die niet in het kabinet zitten, de oppositiepartijen, hebben ook nog macht. Zij kunnen tijdens de Algemene Beschouwingen kritiek leveren op de plannen en alternatieve plannen indienen. Ook tijdens de rest van de regeringsperiode is de oppositie op die manier aanwezig. En de regeringspartijen zelf zullen voortdurend compromissen met elkaar moeten sluiten.


