De bouw van een dier heeft altijd te maken met hoe het dier leeft in zijn omgeving. Als een dier op het land leeft, heeft het geen vinnen nodig. En dat geldt ook andersom. Leeft het dier in het water, dan zijn benen overbodig.
Toch kun je overeenkomsten vinden. Bijvoorbeeld: Een mens en een inktvis hebben allebei armen om iets te pakken, terwijl die er heel verschillend uit zien! De armen van mens en inktvis zijn verschillend gebouwd, maar hebben deels dezelfde functie.
Armen
De inktvis gebruikt de armen om dingen te pakken, maar ook om zichzelf voort te bewegen. De mens gebruikt ook de armen om iets te pakken, maar beweegt zich met zijn benen voort.
Vleugels
Vogels hebben vleugels met veren en botten. Insecten hebben in plaats hiervan stevige buisjes met lucht in hun vleugels. Toch kunnen ze er allebei mee vliegen. Beide vleugels hebben dus dezelfde functie, maar zijn anders opgebouwd. Dit noem je analoog.
Homoloog
De arm van een mens heeft een andere functie dan de vleugel van een vleermuis of de vin van een walvis. Toch zien ze er van binnen bijna hetzelfde uit: De botten van een mensenarm kun je dus vergelijken met de botten van een walvisvin. De arm van een mens en de walvisvin kun je wat hun bouw betreft, vergelijken met elkaar. Ze zijn daarom homoloog.
Homologie heeft te maken met evolutie. De verre voorouders van een walvis hebben op het land geleefd. Op een gegeven moment zijn deze in het water gaan leven en hebben hun lichaam daarop aangepast. Dit gebeurt niet in een paar dagen maar over een aantal generaties (duizenden jaren). Doordat dieren zich aanpassen aan hun omgeving kan het gebeuren dat dieren die er aan de buitenkant heel anders uitzien, toch dezelfde bouw hebben.
Rudimentair
De gebitten van hyena's en die van aardwolven zijn verschillend, omdat ze verschillende dingen eten. De aardwolf is zo aangepast dat hij zijn gebit helemaal niet meer nodig heeft. Toch heeft hij het nog wel. De tanden worden niet gebruikt, ze zijn rudimentair. Het bekken van een walvis is ook rudimentair. Normaal zijn aan het bekken achterpoten bevestigd.
Een eekhoorn en een rolstaartbeertje kunnen veel met hun staart. Mensen hebben dezelfde voorouders (mensaap) maar wij gebruikten onze staart niet, daarom is hij bijna verdwenen. Het enige wat er van onze staart overgebleven is, is het staartbeen (stuitje). Het staartbeen van de mens is rudimentair, overbodig.
