In het Kyoto-protocol is afgesproken dat Nederland ervoor moet zorgen dat er in de periode 2008-2012 6% minder broeikasgassen worden uitgestoten dan in 1990.
Om dit te kunnen bereiken is er een aantal richtlijnen opgesteld in de industrie, landbouw, verkeer en de gebouwde omgeving.
Industrie
Het uitgangspunt is dat de industrie in Nederland energiezuiniger moet worden en minder koolstofdioxide uit gaat stoten. Hiervoor wordt het gebruik van duurzame energie wordt financieel gestimuleerd. Denk aan financiële voordelen. Gebruikers van energie moeten kunnen achterhalen waar die energie vandaan komt, zodat ze weten of het groene of grijze energie is. Industriële bedrijven in Nederland moeten meedoen met de Europese emissiehandel. Verder moeten ze de mogelijkheid krijgen om koolstofdioxide op te slaan en Regulerende Energiebelasting betalen.
Landbouw
Het overgrote deel van de CO2-emissie in de landbouw is afkomstig van de glastuinbouw (circa 85%). Daarom moet de glastuinbouw energiezuiniger worden. Ten opzichte van 1980 moet er 65% energie minder gebruikt worden. Om dit te kunnen bereiken is er een maximumgebruik van energie per gewas ingesteld.
Verkeer
Om minder CO2-uitstoot in het verkeer te realiseren moeten er zuinigere auto's op de markt komen. Je kunt ook een hoop energie besparen door minder hard te rijden. Daarom is het van belang dat er een lage maximumsnelheid komt. Daar komt bij dat auto's van tegenwoordig gemakkelijk 80 km/u in de vijfde versnelling kunnen halen. Door de banden goed op spanning te houden, verlies je geen energie. Een middel om minder auto's op de weg te krijgen is het invoeren van kilometerheffing. Automobilisten betalen dan per gereden kilometer. De prijs hiervan verschilt per weg en per tijdseenheid. Deze regeling is nog niet ingegaan; dat zal moeten gebeuren in 2011.
Gebouwde omgeving
In huizen kun je veel energie besparen. Doordat elk huis een energielabel bij verkoop moet hebben, weet je hoe energie(on)zuinig je huis is. Door verbeteringen door te voeren, is het huis beter te verkopen. Denk aan betere isolatie van ramen en muren.
Investeren in buitenland
Nederland hoeft die 6% vermindering niet alleen in eigen land te realiseren. Broeikasgassen, waar ook ter wereld uitgestoten, mengen zich in de atmosfeer. Het maakt voor het klimaatprobleem dan ook niet uit waar ter wereld de broeikasgasuitstoot wordt verminderd. Daarom is in het Kyoto-protocol vastgelegd dat je mag investeren in maatregelen in andere landen. De vermindering van de uitstoot daar, mag je bij je eigen vermindering optellen.
Emissiehandel
Een ander mechanisme is de internationale emissiehandel. Landen die minder uitstoten dan hun Kyoto-doelstellingen, mogen die emissierechten verhandelen met landen die meer uitstoten dan hun doelstellingen. Behalve tussen landen kan er ook emissiehandel tussen bedrijven plaatsvinden. Elk land heeft namelijk per bedrijfssector een maximum hoeveelheid uitstoot vastgesteld.
