Thema's mens & natuur

Vak:
Verzorging

Opdrachten aflevering 1 t/m 8 Thema's

Vragen en opdrachten bij Thema's mens en natuur

Joël Labadie-Cortés

Hier vind je de opdrachten bij aflevering 1 tot en met 8 van Thema's mens en natuur. Gebruik de informatie op Eigenwijzer bij het beantwoorden van de vragen. Antwoorden krijg je door met de muis naast het woord 'antwoord' te gaan staan.

 

 

 


Aflevering 1: Verlichting
Wat voor invloed heeft licht op ons leven?

Bekijk aflevering 1 en maak daarna de KRUISWOORDPUZZEL.

Link:
Check de verlichting in je school

Sfeerverlichting
Welke sfeer is gewenst?

Deze opdracht doe je in groepjes van twee. Overleg met je docent en vraag toestemming aan de eigenaar of beheerder van de winkel of eetgelegenheid.

Vergelijk twee winkels of eetgelegenheden. Kies:
1. een slagerij en een bakkerij
2. een goedkope en een dure supermarkt
3. een snackbar en een restaurant
4. een goedkope en een dure kledingzaak

Vergelijkend sfeeronderzoek
Onderzoeksvraag: Is er een verschil in sfeer tussen de twee winkels/eetgelegenheden?

Eigen waarneming:
1. Wat is je eerste indruk? (gezellig, saai, goedkoop, duur)
2. Welke lampen worden er gebruikt? (tl-buis, spaarlamp, gloeilamp)
3. Worden er lichtfilters gebruikt?
4. Wat is de lichtsterkte. Dus hoeveel licht is er? Hiervoor kun je een lichtsterktemeter gebruiken. Overleg met je docent.
Maak eventueel foto's of tekeningen van je waarnemingen.

Interview:
Stel de eigenaar de volgende vragen:
1. Welke sfeer moet de winkel/eetgelegenheid uitstralen?
2. Hoe belangrijk vind u de verlichting in de winkel/eetgelegenheid?
3. Kunt u de keuze voor deze verlichting toelichten?

Beantwoord nu de volgende vragen:
1. Heeft de verlichting invloed op de sfeer?
2. Heeft de eigenaar/beheerder voor de juiste verlichting gekozen?

Links
Wit licht
Theaterverlichting van vroeger
Sfeer in een theater


Aflevering 2: Warmte
Wat moet je doen bij brand en hoe voorkom je brand?

Bekijk aflevering 2 en maak daarna de KRUISWOORDPUZZEL.

Links:
Hoe veilig is jouw school? Beoordeel zelf!
Brandveilig test

Zonnebaden
Hoe lang kun je in de zon blijven zonder te verbranden?

Als je in de zon loopt of gaat zonnen, kun je snel verbranden. Dit hangt af van je huidtype en van de zonkracht. De zonkracht (UV-index) is in Nederland lager dan in tropische landen. Verder hangt het ook af van de stand van de zon. De zonkracht is in de zomer bij ons veel groter dan in de winter. De zonkracht is tussen 12 uur en 3 uur ’s middags het hoogst.

Om uit te zoeken hoe lang je mag zonnen moet je meer weten over je eigen huidtype en over de zonkracht.

Huidtype en zonkracht

Klik op de tabel en lees af wat het zonkrachtgetal van jouw huid is.
Het zonkrachtgetal van mijn huid is: (A) ____
Onthoud dit getal (A) of schrijf het ergens op.

Klik op de link zonkracht. Zoek op hoe groot de zonkracht vandaag is.
De zonkracht is vandaag: (B) _____
Onthoud dit getal (B) of schrijf het ergens op.

Hoe lang mag je zonnen?
Reken het aantal minuten uit dat je onbeschermd mag zonnen.
Het aantal minuten dat ik mag zonnen is:

zonkrachtgetal huid : zonkracht = aantal minuten dat ik onbeschermd in de zon mag blijven vandaag

Vul de getallen A en B in.
(A) : (B) = ___ minuten

Beantwoord nu onderstaande vragen:

Vraag 1
In de zomer kan de zonkracht in Nederland wel 10 zijn. Reken het aantal minuten uit dat iemand met huidtype 'licht getint' onbeschermd in de zon mag blijven.

Antwoord:
200 : 10 = 20 minuten

Vraag 2
Als je langer met je huid in de zon wil, moet je je regelmatig insmeren met een zonnebrandmiddel. Als je je insmeert met factor 6, mag je 6 keer zo lang zonnebaden. Hoe lang mag de bij vraag 1 genoemde persoon in de zon blijven na insmeren met factor 6?

Antwoord: 20 x 6 = 120 minuten. Dat is 2 uur.

Vraag 3
Ben je nog geen 16 jaar dan wordt factor 25 tot 50 geadviseerd. Waarom is dit?

Antwoord: Bij een verbranding van een jonge huid ontstaat een groot risico op huidkanker als je ouder bent.

Vraag 4
Je reist in de zomer naar Spanje. Waarom mag je daar niet zolang zonnebaden?

Antwoord: De zonkracht is in Spanje veel groter dan in Nederland. Dat komt doordat Spanje dichter bij de evenaar ligt.


Grote branden bestrijden
Oliebranden tijdens de Golfoorlog 1990-1991 in Koeweit

Tijdens de Golfoorlog hebben Irakese troepen in Koeweit veel oliebronnen vernield. Hierdoor ontstonden grote oliefonteinen. De olie werd aangestoken.
Op de Koeweit site staan foto’s gemaakt door Peter Menzel. Door de honderden
huizenhoge, hete en roetende vlammen was het zelfs overdag in de woestijn zo donker als de nacht.

Het blussen van oliebranden

Iedere foto op de site kun je groot bekijken door er dubbel op te klikken.
In de woestijn ontstonden grote olieplassen (laatste foto van de onderste rij). Nieuwe afsluiters waren nodig om het spuiten te stoppen (1e en 2e foto van de onderste rij). De afsluiters konden pas geplaatst worden als de vlam gedoofd was.

Drie dingen zijn belangrijk voor een vuur om te blijven branden:
1. zuurstof
2. temperatuur
3. brandbare stof

Wanneer je een van deze factoren wegneemt, gaat het vuur uit.

Vraag 1
Om dicht bij een hete brand te kunnen komen gebruikt de brandweer waterkanonnen. Deze versproeien veel water. Hierdoor daalt de temperatuur. Achter zo’n sproeistraal is het nog steeds erg heet. Wat doen brandweermensen zelf om brandwonden te voorkomen?

Antwoord: Ze dragen brandwerende kleding.

Vraag 2
Op de vierde foto van de onderste rij zie je hoe er een bluspoging wordt gedaan. Er wordt een grote hoeveelheid dynamiet in de oliebrand gebracht (vanaf links).
Als er voldoende dynamiet explodeert, gaat de vlam uit. Klik op het plaatje om de branddriehoek goed te kunnen bekijken. Welke factor van de branddriehoek zorgt ervoor dat de oliebrand gedoofd wordt?

Antwoord: Door de ontploffing wordt de lucht weggeblazen, waardoor er te weinig zuurstof overblijft voor de verbranding van de olie.


Aflevering 3: Schoonmaken
Hoe belangrijk is het?

Bekijk aflevering 3 en maak daarna de KRUISWOORDPUZZEL.

Link:
Schoonmaakcheck

Ziekteverwekkers
bacterie, schimmel of virus?

Veel ziektes worden veroorzaakt door bacteriën, schimmels of virussen. Ze hebben vaak mooie of ingewikkelde namen. Maar welke ziekte veroorzaken ze eigenlijk?

a. MRSA
b. HIV
c. Salmonella
d. Clostridium
f. Candida

Zoek informatie op over bovenstaande micro-organismen. Zet je resulaten in een tabel:
1. Is het micro-organisme een bacterie, schimmel of virus?
2. Welke ziekte kun je er van krijgen?
3. Wat zijn de symptomen van de ziekte?

Gebruik internet om de volgende vragen te beantwoorden.

Onderzoek - Waar komen meer bacteriën voor?

In het programma heb je gezien dat bacteriën in schaaltjes met een voedingsbodem zichtbaar gemaakt kunt maken.
Je krijgt van je docent een schaaltje, drie stickers en een paar wattenstaafjes.
Haal het deksel er nog niet af.
Schrijf op één van de stickers je naam en plak die op het deksel.

Je gaat onderzoeken waar in de school bacteriën voorkomen.
Kies twee voorwerpen die je wilt vergelijken. Bijvoorbeeld:
a. handvat wc-deur en handvat deur naar ruimte waar toiletten zijn
b. papieren handdoekjes en katoenen handdoek
c. toiletbril jongens- en toiletbril meisjes toiletten
d. tafelblad verzorgingslokaal en tafelblad biologielokaal
e. tafelblad aula en tafelblad verzorgingslokaal.

Voorwerp 1
Strijk met een wattenstaafje over het eerste voorwerp dat je gaat onderzoeken.
Til het deksel een klein stukje op.
Strijk met het wattenstaafjes zachtjes over de linkerhelft van de voedingsbodem.
Maak een zigzaglijntje. Leg het deksel op het schaaltje en plak een sticker aan de onderzijde van het schaaltje.
Schrijf hierop de naam van het voorwerp. Dus bijvoorbeeld: bril jongenstoilet.



Voorwerp 2
Strijk met een nieuw wattenstaafje over het tweede voorwerp dat je gaat onderzoeken. Til het deksel een klein stukje op. Strijk met het wattenstaafjes zachtjes over de rechterhelft van de voedingsbodem. Maak een zigzaglijntje. Leg het deksel op het schaaltje en plak een sticker aan de onderzijde van het schaaltje. Schrijf hierop de naam van het voorwerp. Dus bijvoorbeeld: bril meisjestoilet.


Resultaten en conclusie
Het schaaltje wordt op de kop in een broedstoof bewaard tot de volgende les. In de broedstoof is het lekker warm. De bacteriën gaan

zich dan snel delen.
Bekijk je schaaltje de volgende les. Uit één bacterie is een hoopje bacteriën gegroeid.
Zo'n hoopje bacteriën wordt ook wel kolonie genoemd.

Resultaten
Tel het aantal koloniën en teken ze in bovenstaande afbeelding. Beantwoord nu onderzoeksvraag: Waar komen meer bacteriën voor?

Vergelijk jouw onderzoek met een klasgenoot die hetzelfde onderzoek heeft gedaan. Heeft hij/zij hetzelfde antwoord gevonden?


Aflevering 4: Tillen
Hoe worden kleine en grote voorwerpen getild?

Bekijk aflevering 4 en maak daarna de KRUISWOORDPUZZEL.

Link:
Laat jouw docent je onnodig boeken meenemen?

Zeulnorm
Hoeveel kilo schoolboeken til jij?

'Hé, boekentas. Waar ga jij met die brugklasser naar toe?' De Commissie boekentas heeft in 1998 een onderzoek gedaan naar het gewicht van boekentassen voor brugklassers. Hun conclusie was dat de tassen gemiddeld 7,4 kg waren, twee kilo te zwaar.
Er is toen bepaald dat een boekentas maximaal 10% van het lichaamsgewicht mag bedragen. De commissie deed een aantal aanbevelingen onder andere naar het ministerie.

Hoe zwaar is jouw boekentas?

Weeg een week lang elke dag schooltas of rugzak om te zien hoeveel kilo aan schoolspullen je meeneemt naar school. Deel het totaal aantal kilo's door het aantal dagen. Dit is het gemiddelde gewicht van jouw boekentas. Te zwaar?

Is dit meer of minder dan 10% van je lichaamsgewicht?
Stel je weegt 45 kg. 10% x 45 kg = 4,5 kg. Je boekentas mag dan niet zwaarder zijn dan 4,5 kg.

- Is jouw boekentas te zwaar?
- Bedenk drie manieren om te voorkomen dat een boekentas te zwaar wordt.
- Bespreek dit in de klas.


Tiltechnieken
Til op de juiste manier

Het is belangrijk dat je je tas zo draagt dat je rug recht blijft. Daarom kun je het beste een een rugzak met twee verstelbare banden gebruiken. De tas moet niet te laag en tegen de rug aan hangen. Op de fiets kun je de tas het best op de bagagedrager bevestigen. Dan spaar je je rug.

Dragen leerlingen hun schooltas op de juiste manier?

- deze opdracht kun je met de hele klas doen
- jullie gaan waarnemen of de leerlingen hun schooltas goed dragen
- let op één ding: bijvoorbeeld of een rugzak aan één of twee schouders gedragen wordt
- spreek met elkaar af wat een goede manier van dragen is, wat een minder goede manier en wat een foute manier
- houd in een pauze bij hoeveel leerlingen hun rugzak goed, minder goed of fout dragen
- tel de waarnemingen van de hele klas alles op
- maak een staafdiagram
- beantwoord de onderzoeksvraag: dragen leerlingen op jouw school hun schooltas op de juiste manier?


Aflevering 5: Geluid
Hoe voorkom je een gehoorbeschadiging?

Gitarist Rick Koopman hoorde steeds een piep in zijn oor. Hij draagt nu tijdens het optreden en oefenen altijd oordoppen. Het zijn namelijk de haartjes in het slakkenhuis die kapot gaan. Joël merkt dat je geluid niet alleen met je oren kan horen. Het geeft ook een lekker gevoel in je buik. Daarom wordt het geluid bij het uitgaan niet zachter gezet. Jonge ontwerpers hebben in opdracht van de Hoorstichting slimme oplossingen bedacht.
Bekijk de aflevering en test dan je kennis in de GELUIDQUIZ.

Maak je eigen filmpje
Dat harde muziek slecht is voor je oren weet iedereen. Maar harde muziek geeft ook een lekker gevoel. Je kan de trillingen voelen.

En dat vinden veel mensen fijn. Oordoppen beschermen je oren op een goedkope en gemakkelijke manier. Oordoppen dempen het geluid, maar je voelt wel de trillingen. Maar er zijn meer oplossingen. Op de Design Academy hebben jonge ontwerpers een aantal manier bedacht om je oren wat rust te gunnen tijdens een concert. Meer info vind je op de 'make love not hearing loss' blog. Hier vind je
een aantal leuke filmpjes en tips.

Maak je eigen clip om te waarschuwen tegen oorbeschadiging. En zet het op deze site.


Aflevering 6: Botsingen
Waarom kun je botsingen beter voorkomen?

IJshockey is een contactsport, waarbij checks toegestaan zijn. Joël leert dat klein zijn niet erg is, als je maar snel genoeg bent!

In een rally hoor je niet te botsen, maar het gebeurt soms wel. De bestuurder moet goed beschermd zijn. Een stevige kooiconstrucitie, gordels, airbags en een helm is dan belangrijk. Joël laat zien dat je een helm na een harde klap beter niet meer kunt gebruiken. En bij TNO hebben ze wel heel slimme auto's, waarmee botsingen misschien wel helemaal voorkomen kunnen worden.

Bekijk de aflevering en test dan je kennis in de BOTSINGEN-QUIZ.



Aflevering 7: Warmteregulatie
Hoe voorkom je dat je lichaam te warm wordt?

Mountainbiker Bart Brentjes kom in actie om Joël te laten zien hoe je je lichaam koel houdt. Voornamelijk door veel zweten.. en dat

dat zweet dan verdampt natuurlijk. Bart oefent voor de Olympische Spelen in Beijing, dit najaar. In China is het warm en vochting.

Om te wennen aan dit klimaat, oefent Bart in de klimaatkamer van Papendal. In een skihal is het zo koud als in een koelkast, zelfs

als het buiten warm is. Joël onderzoekt welk koelsysteem hiervoor gebruikt wordt. En hoe je je lichaam warm kunt houden.

Bekijk de aflevering en test dan je kennis in de WARMTEREGULATIE-QUIZ.


Aflevering 8: Voedsel
Waarom vind je iets lekker?

Heb jij wel eens een sprinkhaan gegeten? Of een meelworm. Misschien toch eens proberen? De smaak is goed en het is een goede vleesvervanger.

Bij het proeven gebruik je je zintuigen zoals je tong om te proeven, je neus om te ruiken, je ogen om te zien of het er lekker uitziet. Bij het wel of niet lekker vinden van voedsel spelen niet alleen de zintuigen een rol. Ook wat je gewend bent of waar je vandaag komt is belangrijk. Joël onderzoekt wat de uitdrukking 'watertanden' betekent. En hij maakt een overheerlijke pizza sprinkhaan en een meelworm-chocolademousse.

Bekijk de aflevering en test dan je kennis in de VOEDSEL-QUIZ.

Heerlijke insectenrecepten

Insectenrecepten 1
Insectenrecepten 2
Insectenrecepten 3


Maak een video over je eigen onderzoek

Waarom is een warming up belangrijk? Welke kleding is brandgevaarlijk? Wat is de ideale vorm van vliegtuigvleugels? Wanneer roest een spijker? Hoe kun je de akoestiek in een klaslokaal verbeteren? Een onderzoek doen is leuk, zeker wanneer je nog niet weet wat het antwoord zal zijn. Wat heb jij je altijd al afgevraagd? Bedenk een plan om je onderzoek goed uit te voeren en maak er een digitaal verslag van.

Tips bij het maken van je videoverslag:
1. Kies een van de onderwerpen
• Verlichting
• Warmte
• Schoonmaken
• Tillen
• Geluid
• Botsingen
• Water
• Voedsel
• Eigen keus

2. Schrijf eerst je onderzoeksvraag op papier. Dit is de basis voor je filmpje. Schrijf in vijf zinnen op waarom je dit wilt

onderzoeken. Heb je er iets over gelezen? Waarom ben je er benieuwd naar? Wat weet je er al van?
• Probeer bij alles wat je opschrijft zoveel mogelijk beelden te bedenken. Hoe ziet het eruit wat ik vertel? Schrijf en vertel je verhaal in de tegenwoordige tijd en in de ik-vorm.
• Wanneer je in plaats van een videocamera een fototoestel gebruikt: maak van alle stappen veel foto’s!! Je hebt voor je filmpje minimaal 40 foto’s nodig. Elke stap van het proces, ook fouten, voorbereidingen, details.
• Bedenk wat en hoe je wilt filmen/fotograferen voordat je aan je onderzoek begint.

3. Een onderzoek bevat de volgende onderdelen. Je digitale verslag bevat dus ook informatie over deze onderdelen.

• Onderzoeksvraag: Bedenk een vraag waarvan je het antwoord nog niet weet.
• Hypothese: Wat verwacht je dat het antwoord zal zijn? Leg uit waarom je dit antwoord verwacht. Geef goede argumenten.
• Opzet onderzoek: Hoe ga je het onderzoek vorm geven? Wat heb je nodig, waar ga je het onderzoek uitvoeren? De gehele uitvoering moet je vooraf bedenken!
Ga je het onderzoek meermalen uitvoeren om mogelijke fouten op te sporen (de proef in duplo of triplo uitvoeren, noemen onderzoekers dat)? Gebruik je grafieken, tabellen?
• Uitvoeren onderzoek: Voer je onderzoek exact uit zoals je het gepland had! Als je afwijkt van het plan vermeld dat dan! LET OP VEILIGHEID. Laat bijvoorbeeld een docent het onderzoek begeleiden.
• Resultaten: Laat je uitkomsten van je onderzoek zien. Dit kan bijvoorbeeld in een tabel of grafiek.
• Conclusie en evaluatie: Geef antwoord op je onderzoeksvraag. Had je dit wel/niet verwacht? Wat ging er goed en wat moet je de volgende keer anders doen?

4. Bekijk je foto’s en resultaten. Aan de hand hiervan schrijf je het script voor je film. Bekijk de foto’s, zoek je eventueel aanvullend materiaal en schrijf je de voice-over.

Houd daarbij rekening met het volgende:
o De voice over mag maximaal driekwart A4 lang zijn.
o Het filmpje moet zonder geluid ook duidelijk zijn.
o Het filmpje mag geen geschreven teksten bevatten.
o Het filmpje duurt maximaal 2.5 tot 3 minuten en voldoet aan de volgende indeling.

1 Intro/onderzoeksvraag = 20 seconden max.
2 Hypothese/opzet onderzoek = 30 seconden max.
3 Uitvoering/resultaten = 90 seconden max.
4 Conclusie/evaluatie = 30 seconden max.

Als je voice over tekst af is lees je hem alvast enige malen hardop voor om de lengte te checken.

5. Zet nu je digitale verslag in elkaar.