Nederland en Indonesië

Het leven in Nederlands-Indië

Uitspraken van bewindslieden en het gewone volk

De veelkleurigheid van de koloniale samenleving

De periode van Nederlands-Indië was een rumoerige tijd waarin veel gebeurde.

Veel Nederlanders zaten in het leger of verhuisden naar Indonesië. Er zijn dan ook veel verschillende verhalen over deze periode.

Indische Nederlanders
Veel Nederlanders zijn naar Indonesië verhuisd. En leefden in een totaal andere wereld dan de Nederlanders in Nederland. Twee zussen herinnerden zich later hun tijd als kind in Nederlands-Indië en vertelden daarover:

"Wij waren dus Indische Nederlanders, geen indonesiërs, dat is een groot verschil. Al is het maar vijf procent, wie Indisch bloed heeft, blijft Indisch, je voelt het zo. Onze grootvader was Engels. Hij kwam op Sumatra en trouwde daar een Sumatraans meisje en daar is onze vader de zoon van. Onze moeder was het kind van een Duitse militair. Toch zijn mijn vader en moeder Hollands opgevoed, thuis spraken we ook altijd Hollands (…) In de klas waren we allemaal gelijk. Wel hadden de Indonesische kinderen het moeilijk, die leefden in twee werelden: op school totaal westers, thuis helemaal Indonesisch. ’s Avonds zaten we in de tuin of op het plat met onze familie en vrienden, met op de achtergrond de muziek van Glenn Miller. De afwas hoefden we nooit te doen, want we hadden bedienden."

(Uit NRC/Handelsblad 10 oktober 1987)

Er werd gedood uit voorzorg
Charles Destrée gaf zich op als oorlogsvrijwilliger om tegen Japan te gaan vechten. Met gemengde gevoelens kijkt hij terug:

Nauwelijks twintig was ik toen. Toch een vitale, vormende fase in je leven. Toen werden er kameraden van me doodgeschoten. Zij en ik wisten niet waarom. Er was geen reden. Dat laat je niet meer los. (…) tot vandaag niet (…)
We zouden Nederlands-Indië gaan bevrijden. Na zelf bevrijd te zijn door Canadezen vonden we dat wel het minste wat we konden doen. Een soort tegenprestatie (…)
En zo zijn we, voor we het goed en wel in de gaten hadden, in een oorlog beland die onze oorlog niet was. We vochten voor ons hachie, dat wel. Niet voor zoiets als het herstel van het Nederlandse gezag (…)
’n Rare tijd: er werd gedood uit misverstand, er werd gedood uit voorzorg, iedereen werd nerveus en dan schoot je al op een bewegende struik (…)
Ik vond het maar moeilijk: ik had genoeg politiek inzicht om te beseffen dat de Indonesiërs recht hadden op hun onafhankelijkheid, maar bij schermutselingen vielen er doden onder mijn vrienden en geen van ons wilde de volgende zijn. Dus raakten we steeds meer in gevecht met mensen, van wie we vonden dat ze eigenlijk gelijk hadden.
Nee, ik geloof niet dat ik achteraf heb bedacht en het nu projecteer op de toestand van toen. We spraken er toen veel over met elkaar.


Uit: De tijd, 21 november 1986

Mochtar Lubis
De bekende Indonesische schrijver Mochtar Lubis herinnerde zich het volgende uit zijn jeugd in de tijd van Nederlands-Indië.

"Ik kwam in contact met andere jonge nationalisten, studenten en employé’s van Hollandse firma’s zoals ik. Soms kochten we uit provocatie eerste-klaskaartjes in de bioscoop of de Bataviase tram, waarvan bijna alleen maar ‘Nederlanders’ gebruik maakten. Deze reageerden geërgerd en maakten opmerkingen als ‘inlanders die hun plaats niet wisten’.
Op zondagen hingen we rond bij het Tjikini-zwembad, met zijn beruchte opschrift: Verboden toegang voor inlanders en honden’ en probeerden conflicten uit te lokken met Hollandse jongens van onze leeftijd. Maar die gingen daar meestal niet op in, ze hadden geen zin in een bloedneus, terwijl wij juist trots waren op een blauw oog of een gezwollen lip: ‘gewond in de strijd voor een vrij Indonesia’ noemden we dat. Futiel en kinderachtig misschien, maar het vervulde een psychologische behoefte."

Afbeelding van het bestuur van de Perhimpoenan Indonesia, met Hatta

Het bestuur van de Perhimpoenan Indonesia: Hatta is de tweede man van links

Hatta in 1928
In 1928 hield Mohammed Hatta een toespraak de gevolgen van de lessen over de Nederlandse geschiedenis in het onderwijs in Nederlands-Indië.

"Men aarzelt geen ogenblik om de Indonesische jeugd de geschiedenis te leren van de heldhaftige strijd van Nederland om zich vrij te maken van de Spaanse overheersing. Reeds op de Europese lagere scholen (in Nederlands-Indië) wordt bij de Indonesische jeugd liefde en verering gekweekt over vrijheidshelden zoals Willem van Oranje. Maar aan de andere kant wordt iedere tegenstand van de Indonesische vorsten en hoofden tegen het indringen der blanken gebrandmerkt als rebellie en oproer. Zo moet de Indonesische jeugd haar meesters napraten als zij hun eigen helden, zoals Dipo Negoro, rebellen, oproerlingen en schurken noemen. En toch waren zij evengoed nationale helden als Oranje, aan wie wij eerbied verschuldigd zijn.Dit is wel de voortreffelijkste manier om de opstandige geest bij de Indonesische jeugd aan te kweken. Dank zij het Hollandse onderwijs rijzen de nationale helden en martelaren voor haar ogen."

Afbeelding van Koningin Wilhelmina in 1901

Koningin Wilhelmina in 1901


Toespraak Koningin Wilhelmina in 1942

Koninging Wilhelmina gaf in 1942 een toespraak over de toekomst van Nederlands-Indië.

"Ik stel mij voor dat de regering zich zal richten op een Rijksverband, waarin Nederland, Indonesië, Suriname en Curacao te zamen deel zullen hebben, terwijl zij ieder op zichzelf de eigen, inwendige aangelegenheden in zelfstandigheid en steunend op eigen kracht, doch met den wil elkander bij te staan, zullen behartigen. (…)
Ik weet dat geen politieke eenheid en verbondenheid op den duur kunnen blijven bestaan, die niet gedragen worden door de vrijwillige aanvaarding en de trouw van de overgrote meerderheid der burgerij."


Koningin Wilhelmina, 6 december 1942, voor de BBC radio, in London.