In Nederland zijn er mensen die zelf in het koloniale Indië hebben geleefd. Zij denken vaak met heimwee terug aan die tijd. De herinneringen aan de goede oude tijd in Indonesië noemt men ‘tempo doeloe’ en speelt zich af aan het eind van de 19e eeuw en aan het begin van de 20ste eeuw.
Er zijn nog veel zaken in Nederland die te maken hebben met het koloniale verleden in Indonesië. Bekende voorbeelden zijn de straatnamen die aan het eilandenrijk herinneren (Javastraat, Borneostraat en Lombokstraat) en de Indische rijsttafel met Indonesische, Nederlandse, Chinese en Indiase ingrediënten.
Nieuwe mogelijkheden
Tempo Doeloe begon in feite met de komst van de Agrarische Wet in 1870. Na de kritiek op het Cultuurstelsel werd Indonesië opengesteld voor particuliere ondernemers. De inlandse bevolking kreeg de mogelijkheid grond te verhuren aan particuliere ondernemers. Door deze nieuwe mogelijkheden vertrokken veel Nederlanders en andere Europeanen naar Indonesië om daar geld te verdienen en gefortuneerd weer de archipel te verlaten. Het aantal Europeanen in Indonesië steeg dan ook van 60.000 in 1880 naar 240.000 in 1930.
Kindersterfte
Veel ondernemers en bestuursambtenaren leidden in die tijd een luxe leven met grote huizen en veel bedienden. Maar dit leven kende ook zijn keerzijde. Zo stierf 1 op de 5 Europese kinderen in het eerste levensjaar aan tropische ziektes, als malaria, tyfus en cholera. En de vrouwen van de ondernemers verveelden zich vaak enorm of voelden zich erg eenzaam in de Verre Oost. Louis Couperus beschrijft deze kant van ‘tempo doeloe’ in zijn boek ‘De stille kracht’.
Groepen
Er ontstonden veel verschillende groepen die erg in maatschappelijke status verschilden. Er waren 3 bevolkingsgroepen in het Indonesië van die tijd:
- De blanke, volbloed Europeanen en de Indo-europeanen
- De inheemse of inlandse bevolking
- De Vreemde Oosterlingen, waaronder Chinezen en Arabieren
Herinneringen
Dit gold ook voor de vele inlanders die werkzaam waren op de landbouwondernemingen van de Nederlandse particulieren. De arbeidsomstandigheden waren slecht: men kreeg te weinig voedsel, de medische zorg liet te wensen over, en het gebruik van zware straffen werd niet geschuwd. Voor de mensen die het goed hadden in Indonesië bestaat er inderdaad een ‘tempo doeloe’, maar voor de minder en minst gelukkigen niet. Voor hun herinneringen heeft men nog geen naam gevonden.
Onderstaande data horen bij deze periode:
1863 - 1923 Louis Couperus
1870 Invoering Agrarische Wet
1870 Begin van het tijdperk ‘tempo doeloe’
1880 In Indonesië bevinden zich 60.000 Europeanen
1900 ‘De stille kracht’ van Louis Couperus verschijnt in Nederland
1914 - 1918 Eerste Wereldoorlog
1920 Einde van het tijdperk ‘tempo doeloe’
1930 In Indonesië bevinden zich 240.000 Europeanen
