Nederland en Indonesië

Oorlog in Atjeh

De periode van modern imperialisme (1873-1918)

Atjeh geldt als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederlands-Indië. De oorlog in Atjeh was de langste en meest kostbare oorlog die Nederland in Indonesië heeft gevoerd. Er kwamen 60.000 Atjehers om en aan Nederlandse zijde stierven 12.000 soldaten: 2000 in de strijd en 10.000 als gevolg van allerlei tropische ziektes.

In de huidige onafhankelijkheidsstrijd van Atjeh (de bevolking streeft nu naar onafhankelijkheid van Indonesië) speelt de oude oorlog tussen Atjeh en Nederland zo nu en dan nog steeds een rol. Zo bezetten in augustus 1999, Atjehse jongeren de Nederlandse ambassade. Zij eisten dat Nederland de oorlogsverklaring van 26 maart 1873 zou intrekken. Daarmee zou Nederland de onafhankelijkheid van Atjeh erkennen. En in november 1999, beweerde een islamitische rebellenleider nog dat Nederland de oorlog in Atjeh nooit officieel had beëindigd.

Onafhankelijk
Atjeh was aan het eind van de 19e eeuw een onafhankelijk gebied in het noordwesten van Sumatra, onder leiding van een sultan. Na de opening van het Suezkanaal in 1869 werd het gebied steeds belangrijker. Europese handelsschepen voeren vanaf dat moment niet meer onderlangs Sumatra (door Straat Sunda), maar bovenlangs (door Straat Malakka). Daarbij passeerden de schepen op hun handelsreis voortaan het onafhankelijke Atjeh.

Problemen
Deze verandering van de handelsroute leverde de nodige problemen op. De schepen werden aangevallen door piraten, afkomstig uit Atjeh. De sultan probeerde hier wel iets tegen te doen, maar had te weinig macht om de piraterij daadwerkelijk te kunnen stoppen. Het gevolg was dat de verhouding tussen Nederland en het onafhankelijke Atjeh verslechterde. Nederland wilde haar gezag juist in steeds meer koloniale gebieden vestigen om op die manier meer controle te krijgen over economisch waardevolle producten. Het was de tijd van modern imperialisme en de industriële revolutie.

Toen Nederland ook nog met Engeland een akkoord sloot over Sumatra, namen de spanningen nog meer toe. Nederland kreeg namelijk met het akkoord de zeggenschap over heel Sumatra. Terwijl Atjeh nog steeds een onafhankelijk sultanaat was. De sultan zocht daarom steun bij andere buitenlandse mogendheden om Nederland onder druk te zetten. Hieruit concludeerde Nederland dat Atjeh tot onderwerping gedwongen zou moeten worden.

Oorlog
Op 26 maart 1873 verklaarde Nederland Atjeh de oorlog en vertrok het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, kortweg KNIL, met 3000 man naar Atjeh. De strijd verliep moeizaam, omdat de Atjehers een hevige guerrillaoorlog voerden. De strijd werd nog heviger door het feit dat de islamitische Atjehers de oorlog beschouwden als een ‘Heilige Oorlog’ tegen de in hun ogen goddeloze Nederlanders.

Pas door de komst van kapitein Van Heutsz nam de oorlog een definitieve wending. Hij voerde een contraguerrillaoorlog met het Korps Marechaussee. Het was een harde en snelle aanpak, die vele slachtoffers eiste. Maar de nieuwe strategie had ‘succes’ en in 1903, na dertig jaar oorlog, gaf de sultan zich over. De sultan en de andere leiders van Atjeh werden gedwongen om een ‘Korte Verklaring’ te ondertekenen. Hiermee stelden zij zich onder het Nederlandse gezag en mochten zij geen contacten met het buitenland zoeken. Atjeh werd een deel van Nederlands-Indië.

De volgende data zijn van belang geweest bij de Atjeh-oorlog:

17 nov 1869 Opening Suezkanaal
20 maart 1873 Nederland verklaart Atjeh de oorlog
8 april 1873 KNIL landt op Atjeh
25 april 1873 KNIL trekt zich terug
9 dec 1873 Tweede invasie in Atjeh
1874 Verovering van het paleis van de Sultan van Atjeh
1851 - 1924 J.B. van Heutsz
1904 - 1909 Van Heutsz gouverneur-generaal
1903 Einde oorlog in Atjeh
1927 Van Heutsz krijgt staats-herbegrafenis vanuit het Paleis op de Dam te Amsterdam
1928 Oprichting van het Van Heutsz-monument te Amsterdam
1967 Eerste bomaanslag op het Van Heutsz-monument
aug 1999 Atjehse jongeren bezetten Nederlandse ambassade in Indonesië
nov 1999 Demonstraties voor onafhankelijkheid in Atjeh