In het koloniale Nederlands-Indië werden veel producten verbouwd die naar Nederland geëxporteerd werden. Denk maar aan suiker, de kleurstof indigo en koffie. Nederland zou hier veel geld aan moeten verdienen. Maar door de Java-oorlog van 1825 tot 1829 ontstond er juist een grote staatsschuld. Daarom gaf Koning Willem I gouverneur-generaal Van den Bosch de opdracht om verandering in deze situatie te brengen.
Om Indië weer tot ‘Nederlandsch wingewest’ te maken, voerde Van den Bosch het Cultuurstelsel in. Javaanse boeren werden verplicht om op één vijfde deel van hun grond producten te verbouwen die het meest opbrachten op de wereldmarkt. Dit moesten zij als belasting afstaan aan het Nederlandse gouvernement. De Nederlandse Handel-Maatschappij vervoerde de producten en verkocht ze op veilingen in Nederland.
Winst
Het Cultuurstelsel had succes. De winst voor de Nederlandse schatkist groeide tussen 1831 en 1870 van 93 naar 267 miljoen. Deze opbrengsten worden ook wel ‘batige saldi’ genoemd. Met dit geld werd in Nederland een groot deel van het spoorwegennet betaald.
Dwangcultuur
Er vloeide ook geld terug naar Java. Met dit geld werden spoorwegen en bruggen aangelegd. Dit was in eerste instantie bedoeld om het transport van de handelsproducten voor Nederland te verbeteren. Deze aanleg van infrastructuur werd vaak uitgevoerd door de Javanen zelf, zonder betaling. Dit waren de zogenaamde ‘herendiensten’. Het is niet verwonderlijk dat het Cultuurstelsel in Indonesië ook wel ‘dwangcultuur’ werd genoemd.
Kritiek
Na verloop van tijd kwam er steeds meer kritiek op de gang van zaken als gevolg van het Cultuurstelsel. In sommige gevallen leidde het Cultuurstelsel tot uitbuiting van de inheemse bevolking. Dit werd door Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker) aan de kaak gesteld in het boek ‘Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij’.
Hongersnood
Bovendien werd Java tussen 1845 en 1850 geteisterd door hongersnoden. Daarom werd in 1850 het Cultuurstelsel aangepast. De verplichte afdracht van landbouwproducten werd verminderd. Hierdoor nam de druk af en konden de Javaanse boeren weer meer producten voor hun eigen voedselvoorziening verbouwen.
