Nederland en Indonesië

Batavia

Grote handelsstad tijdens de VOC (1602-1799)

VOC schip

In de tijd van de VOC in de 17e en 18e eeuw draaide alles om handel. Jakarta, de hoofdstad van Indonesië, was toen een van de grootste havensteden ter wereld. De stad heette toen: Batavia. Bezoekers waren erg onder de indruk van deze plaats en noemden de stad ‘de koningin van het oosten’.

Nederland was in de 17e eeuw een wereldmacht. Dit kwam vooral door de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (de VOC). Vooral steden kwamen tot bloei door de gunstige economische ontwikkelingen.

Opkomst VOC
De Verenigde Oostindische Compagnie (opgericht in 1602) was in de 17e en 18e eeuw de grootste handelsonderneming ter wereld. De Compagnie kreeg van de Staten-Generaal vérgaande bevoegdheden: niet alleen het monopolie op alle Nederlandse handel en scheepvaart op Azië, maar ook het recht om op te treden namens de regering. En optreden, dat deden de Nederlanders in Indonesië. De lokale bevolking werd onderworpen en verplicht om uitsluitend aan de Nederlanders handelsproducten als foelie, peper en nootmuskaat te leveren. Wanneer de bevolking van Banda die verplichting probeerde te ontduiken, trad de VOC hardhandig op.

Diplomatie

De VOC probeerde ook door diplomatiek overleg haar doel te bereiken. Dit deden ze bijvoorbeeld door overeenkomsten te sluiten met de plaatselijke bevolking, bescherming te bieden aan lokale vorsten en door het uitdelen van geschenken.
Zo veroverde de VOC het monopolie op de handel in specerijen: peper uit Sumatra, kaneel uit Sri Lanka, kruidnagelen, nootmuskaat en foelie van de Molukken.


Historica Els Jacobs zei er het volgende over:

"Op Sumatra werden vorsten bijvoorbeeld verplicht allle peper uit hun rijk aan de VOC te leveren tegen een bodemprijs, in ruil voor bescherming tegen inheemse vijanden. Zo’n machtige beschermer was ook voor de vorst aantrekkelijk, dus leverde hij goedkope peper. Maar had hij inderdaad alle peper in zijn rijk gegeven, dan had hij te weinig inkomsten gehad. Dus werd het monopolie ruimhartig ontdoken."

Indonesië
Het hoofdkwartier van de VOC in Indonesië werd Batavia, op het eiland Java. De stad is in 1619 gesticht door Jan Pieterszoon Coen. In het Kasteel Batavia zetelde de Hoge Regering, het centrale bestuur van de VOC in Indonesië. De VOC had nooit de bedoeling om in Indonesië een vestigingskolonie te stichten. Veel Nederlandse mannen gingen relaties aan met Indonesische vrouwen, waardoor er op de handelsposten een gemengde samenleving ontstond.

Afbeelding Jan Pieterszoon Coen

Jan Pieterszoon Coen

Jan Pieterszoon Coen

Jan Pieterszoon Coen was in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij maakte een handelsimperium van de VOC. Hij maakte snel carrière en kreeg in 1613 de op een na hoogste post in Indië: Coen werd directeur-generaal.
Uit brieven die Jan Pieterszoon Coen twee jaar later schreef, bleek ook dat hij een echte voorstander was van gezag en macht.


In Indië kunnen wij naar mijn mening niet werken zonder gezag en macht. We moeten die met wapens en dwang veroveren, of we zullen “op den duym fluyten…”

Een andere keer schreef hij een andere visie over geweldadigheden aan de bewindhebbers toen er in Batavia opstanden tegen de Compagnie begonnen:
Wanhoop niet, ontzie uw vijand niet, er is niets ter wereld dat ons kan deren of tegenhouden, want God is met ons.

Faillissement
Tweehonderd jaar lang slaagde de VOC erin de handel tussen Nederland en Indonesië te beheersen. Maar eind 1799 was dat over. De VOC ging failliet en de Nederlandse regering nam een enorme schuld over.

Nog steeds zijn om ons heen sporen te vinden van dit roemrijke verleden, de tijd van de VOC.

Data in tijd van de VOC:

1578 - 1629
Jan Pieterszoon Coen
april 1595
Eerste Nederlandse expeditie naar Azië
1602
Oprichting van de VOC
1622
Strafexpeditie naar de Banda-eilanden
1619 - 1623
Eerste termijn van Coen als gouverneur-generaal
1627 - 1629 Tweede termijn van Coen als gouverneur-generaal
1684
Nederland onderwerpt Bantam (op Java)
1799 VOC opgeheven