Politieke partijen vervullen enkele belangrijke functies in het politiek proces. De oudste functie is leden van de partij kandidaat stellen voor volksvertegenwoordiging en het selecteren van kandidaten voor openbare ambten als burgemeester en minister.
De tweede functie is het opstellen van politieke eisen in programma’s. De meeste partijen zijn beginselpartijen die binnen een van de politieke stromingen vallen, al zijn maatschappijvisies tegenwoordig niet meer zo duidelijk te herkennen.
Geschiedenis van politieke partijen in Nederland
De eerste politieke partij in Nederland was de Anti-Revolutionaire Partij (ARP, 1879). Momenteel is de grootste partij het CDA (Christen-Democratisch Appel); het resultaat van een fusie tussen de vroegere KVP (Katholieke Volkspartij), de ARP (Anti-Revolutionaire Partij; gereformeerd) en de CHU (Christelijk-Historische Unie; hervormd). Vanaf 1917 tot 1994 zaten deze partijen onafgebroken in de regering, vanaf 1980 als CDA.
Kleine politieke partijen
Naast het CDA bestaan er nog enkele kleine protestantse partijen: de SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij), en de ChristenUnie die sinds 2000 is ontstaan uit het GVP (het Gereformeerd Politiek Verbond) en de RPF (Reformatorisch Politieke Federatie).
Aan de linkerkant van het CDA bestaan tot 1989 nog twee partijen met een christelijke achtergrond: de PPR (Politieke Partij Radicalen) en de EVP (Evangelische Volkspartij). De PPR was officieel geen christelijke partij maar heeft altijd veel progressieve christenen aangetrokken die streefden naar opheffing van de maatschappelijke ongelijkheid. De PPR en de EVP zijn in 1989 samen met PSP (Pacifistisch Socialistische Partij) en CPN (Communistische Partij Nederland) GroenLinks gaan vormen.
VVD
Binnen de liberale stroming zijn er na 1885 verschillende politieke partijen geweest, soms meerdere tegelijkertijd. Op dit moment kennen we twee partijen die uitgaan van de liberale beginselen. De oudste is de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). De VVD is opgericht in 1948. De VVD houdt vooral vast aan het economische liberalisme en wijst al te grote overheidsbemoeienis met de economie af.
D66
D66 (Democraten 66) noemt zichzelf niet liberaal maar pragmatisch. Ze kan toch als een progressief liberale partij beschouwd worden door haar aandacht voor grotere kiezersinvloed en het milieu.
PvdA
In Nederland zijn er enkele partijen die hun basis vinden in de socialistische traditie. De grootste is de Partij van de Arbeid (PvdA), een samenvoeging van socialisten, progressieve liberalen en progressieve christenen. Deze groepen wijzen grote verschillen in inkomens en macht af. Zij willen een bepaalde mate van overheidsbemoeienis, of bescherming. De PvdA is niet echt socialistisch meer. Tegenwoordig noemen we deze partij liever sociaal-democratisch.
SP
De enige partij die zich nog echt socialistisch noemt is de SP (Socialistische Partij), die is voortgekomen uit een kleine marxistisch-leninistische groepering. De SP is een partij die door te protesteren tegen verhoging van de huren, werkloosheid en milieuvervuiling in veel gemeenten nogal wat aanhang heeft gekregen. Sinds 1994 is de SP ook in de Tweede Kamer vertegenwoordigd.
LPF
In 2002 werd de LPF (Lijst Pim Fortuijn) opgericht. De partij is begonnen door de later vermoorde Pim Fortuijn. De LPF is in januari 2008 opgegeven. De partij kon een populistische partij genoemd worden. Populisme heeft de volgende kenmerken:
- afkeer van het partijestablishment
- het volk staat op een voetstuk en naar haar wil wordt constant gerefereerd
- charismatisch leiderschap
- er wordt een beroep gedaan op eenheid en vaderlandsliefde
PVV en TROTS
Geert Wilders scheidt zich in 2004 af van zijn partij de VVD om zijn eigen partij op te richten. Eerst zit hij als 'Groep Wilders' in de Tweede Kamer, maar vanaf de verkiezingen in 2006 richt hij de Partij voor de Vrijheid (PVV) op. Ook deze partij wordt als populistisch bestempeld.
Rita Verdonk is de laatste VVD'er die een eigen partij opricht. Zij noemt haar partij Trots op Nederland (TROTS) en doet met de komende verkiezingen mee.
